Dick Smeijers

Naar hem te kijken.

Zijn universum zou ik nooit
kunnen kruisen maar hijzelf
paste altijd in mijn ogen.
Hoe hij aan tafel schoof,
zijn mes vasthield,
zijn boterham besmeerde.
Hoe hij de boeken
in zijn schooltas propte;
voor de deur stond
met zijn vrienden, wegreed
op zijn eerstverdiende scooter.

Hoe hij zijn eigen huis,
zijn eigen vrouw,
zijn eigen kinderen.
Hoe hij ouder, krommer,
langzamer en op het laatst.
Men zei hij is het al
niet meer maar ik zag
die ik altijd had gezien
en tenslotte samenviel
met alles wat ik aan hem
in mijn ogen opgeslagen had.

Louise Broekhuysen

ik slinger me in bochten
voor het plezier van slingeren in bochten
ik stroom
met de stroom
ik glinster in golfjes
krinkel in kolkjes
bespring de vistrap
in spattende druppels
ik kriebel het kroos
en plaag de waterplanten
ik spiegel de wolken
voor het plezier van spiegelen van wolken
bij heldere lucht
toon ik mijn diepte
mijn donkere diepte

Lies Prins

Dag mussen,
zijn jullie er ook weer,
zegt ze iedere ochtend
naar buiten kijkend,
zorgeloos moment
op de nog jonge dag,
de angsten van de nacht
in slaap gevallen.
De stilte om haar heen
heet nu nog rust,
maar als het schemert
eenzaamheid.

Lies Prins

Ieder jaar en altijd in de maand april,
je kunt er vóór zijn of er tegen,
verschijnt, als teken van Zijn Koninklijke Wil,
de onvermijdelijke lintjesregen.

Welke borst zal de onderscheiding mogen dragen,
leidend tot ontroering en ook dankbaarheid,
ten teken van des Konings Welbehagen,
in diep geheim en stilte voorbereid?

Toch blijven velen van het erelint verstoken,
dat zij wel zouden verdienen, zeker en gewis.
Maar ooit worden zij wellicht toch eervol toegesproken,
wanneer hun lintje in de regen ook voor hen gekomen is.

Cees Leliveld, november 2021

Je kwam tot bij de hemelpoort
en dacht het paradijs te betreden
Helaas werd je wet met voeten getreden
nog voor je smeekbede werd gehoord
Net een keer te veel bedrogen
is je onschuld voorgoed vermoord
Ere zij God, ere zij God in de hoge

Jij, die de rook van het vuur kon scheiden
en sliep met de engelen van de nacht
hebt één keer te veel je moed opgebracht
Hemel en hel, je kende ze beide
Terwijl je de woorden Gods bewaarde
diep in je hart, besloop je het lijden
Vrede op aarde, vrede op aarde

Je moet terug, het is niet te geloven
en weer vult je mond zich met bloed en met stof
Hoor je de engelen, zij zingen Gods lof
Hemelse koren zijn niet te doven
Net een keer te veel geslagen
houd jij je doof voor wat ze beloven
In de mensen, in de mensen een welbehagen

Ger van Diepen, november 2021