Cees Leliveld

Mijn leven verloopt niet altijd fijn;
een enk’le glimlach maar vaker toch een traan.
Mijn boodschappen haal ik ’t liefst bij Albert Heijn
maar ben ook wel eens een Jumbo ingegaan.

Als ik de gedichten van Piet Paaltjens lees
slaat een schok van herkenning door mij heen.
Al heet ik dan geen Piet maar Cees
In mijn gekwelde hart voel ik mij met hem één.

Ook mij heeft onzegbaar liefdesleed het hart verwond
en liet ik in stilte meen’ge machteloze traan.
Tot ik uiteindelijk toch de Ware vond
maar die is helaas al weer bij mij vandaan.

Soms deed ik een gokje in de Loterij;
Als je geluk hebt ben je in 1 x Boven Jan!
Maar ja, bij nader inzien liet ik het erbij;
want ik geloof niet dat zo iets bij mij kan!

Hoewel ik nog wel uren door zou kunnen gaan,
overweldigt mij plots een golf van melancholie;
doen hete tranen het brillenglas beslaan
en dooft in mij de lust tot poëzie.

Cees Leliveld, februari 2024

Soms, in een droom,
waan ik mij voorgoed verloren…
Opgesloten in een stinkend onderaards gewelf,
of een Russisch strafkamp met verzwaard regime,
een donkere dodencel in Noord-Korea,
waar mijn dagen zijn geteld
en ik misschien nog maar
mag rekenen in uren…
Zoekend naar een laatste woord
zie ik, als in een brokkelige film,
nog wat beelden uit een vorig leven
en dringt het tot mij door dat ik
al voorbij mijn laatste woorden ben.

Cees Leliveld, januari 2024

Ik was indertijd verloofd met Brunhilde
Die dekselse meid van het Groninger land.
Ging bij het vrijen tekeer als een wilde;
Waar haar zus, by the way, niet zwaar aan tilde.
En die is laatst door een pastoor aangerand.

Cees Leliveld, december 2023

DICKENS FESTIJN
In Deventer staan extreem lange rijen
Wachtende mensen voor het Dickens Festijn.
Zeuren niet dat ze kou staan te lijen
Of hoe ze straks naar huis moeten rijen,
Alleen maar om hiervan getuige te zijn.

ROMANCE
Vaak denk ik nog aan mijn eerste romance.
Onze hartstocht was onbezonnen en fel.
Vóór haar was mijn leven een duistere hel.
Ging helaas uit en ook nog tamelijk snel
Toen ik zei dat ik niet goed kon dansen.

EERSTE LIEFDE
Mijn eerste liefde woonde ooit in Den Haag.
Ze had fraaie vormen, al droeg ze een bril.
Een donkere schoonheid; ik mocht haar heel graag.
Toch zat ik enigszins met haar in mijn maag.
Ze was aan de drank. Dat was tegen mijn wil.

Cees Leliveld, december 2023

Voor de deur van ons Café
ligt een feestelijke rode loper.
Feestje? Jubileum?
denkt in het voorbijgaan menige passant.
En vraagt zich af:
Is het goud, zilver of toch ……

Als je er op let is er best wat
te maken van dat goeie, ouwe koper.
Voegt zich soepel naar uiteenlopende figuren
als een stiekeme stroper, een autosloper,
een tapijtknoper, maar ook een hoerenloper,
naar een tweedehands autokoper…..
ja, zelfs naar een dolerend wederdoper.

Die Tuin van Vestdijk….
die was toch ook van koper?
Maar, haalt het niet bij ons Café!
In stemmige koperglans verzonken,
omgeven door het wijkend avondlicht.
In de verte zien wij ’t zilver lonken.

Cees Leliveld, oktober 2023

Hoog en welluidend klinken de lokkende gezangen
van het DDC: weer zoals altijd maandelijks bijeen.
Hun verzen houden de aandacht strak gevangen.
zoals die luitjes dichten kan er echt geen een.

Natuurlijk is de bijeenkomst gedegen voorbereid.
Wordt vooraf gegaan door overpeinzing en gebed.
Het bestuur is wel bejaard maar nog aardig bij de tijd;
er wordt door hen veel voorbereidend werk verzet.

Broeder Cees gaat de gemeente minzaam vóór
met zijn immer zalvend woord,
terwijl broeder Joseph zijn groepjes van drie formeert.
Van broeder Tinus heeft u tot nu toe nog niets gehoord
maar hij is wel degene die met het kistje collecteert!

Door zijn stille arbeid zwelt onze kas tot een forse BMI
en rinkelen de euro’s oorverdovend in de kluis.
Maar die besteden wij al al binnen een maand of drie:
de feestdagen maken wij net zo gezellig als bij u thuis!

Na de gedichten komt ook de interne mens aan bod:
wie blijft er eten ? is dan steeds de rituele vraag.
De 7 e Hemel verschaft ons een rijkelijk gevulde pot,
want ook bij dichters gaat de liefde door de maag.

Moge ons cafeeke haar rituelen toch in ere houden!
En onze dichtershand niet worde getroffen door artritis,
of een andere enge ziekte die wij niet wensen zouden,
maar de bloei van ons Café het wenkend perspectief is!

Cees Leliveld, september 2023

Hoe is het nu met u?
Vraagt de mij toegewezen arts.
Jong. Blond.
Zou mijn dochter kunnen zijn.
Tja, hetzelfde, zo’n beetje…
Denk ik.
Dènkt u.
Ik heb helaas slecht nieuws voor u.
Wij verwachten geen genezing meer;
kunnen niets meer voor u doen.
U mag van ons naar huis.
Hoe lang nog? gaat dan door je heen.
En, hoe zou het einde zijn?
In geen geval een nieuw begin
zoals ons wordt verteld.
Maar, misschien wacht iemand wel op mij.
Hoewel, wie zou dat moeten zijn?
’t Is niet dat ik wanhopig ben.
Kwam bij me op als een onbestemd idee.
Maar, misschien ook wel als een
diep weggestopt verlangen?

Cees Leliveld, augustus 2023

Hallo! Is daar iemand?
riep ik in de schijnbaar lege ruimte vóór mij.
Maar mijn roep sloeg dood op de stenen wand.
Dus was er niemand die wat terug zei.

Zie jij nog wel eens iemand
van vroeger, uit onze oude buurt?
Was de vraag van mijn metgezel.
Ik sprak er laatst nog een zei ik,
maar dat heeft niet lang geduurd.

Laatst zag ik in ’t voorbijgaan iemand
die leek wel wat op jou.
Maar wel jonger en ook leuker om te zien.
Weet nu nog niet of ik je daarvoor ruilen zou.

Soms zie je iemand van wie je denkt:
die ken ik, maar, wie was het ook alweer?
Hij of zij is dan helaas weer opgegaan
in het gedrang
en zie je hem of haar niet meer.

Tussen iemand en niemand
ligt bepaald geen niemandsland.
Maar juist een druk en levendig gebied
waarin plotseling een silhouet verschijnt
van iemand die je kent.
Of, achteraf gezien, toch niet.

Ik ben er eentje van het vlammend rood
en u juist van dat saaie blauw.
U lijkt mij echt zo’n keurig iemand
En ik?
Ik neem het niet zo nauw!

Cees Leliveld, juli 2023

Soms toont iemand zich meer beer dan vent
maar is hij van binnen toch een kwal.
Ja, dat is lastig als je zo tweeslachtig bent
al is dat dan helaas wel het geval.

Kijk zo’n ouwe zeerob, die heb ik op het oog
met aan zijn zij een blonde stoot, vast een serpent.
Die getaande pikbroek gaat geen zee te hoog
en die scharrel hoeft van hem geen happy end.

Van izegrim tot de bekende hi, ha hondenlul
(sorry, ik bedoelde natuurlijk onbenul).
Een sluwe vos staart schaapachtig voor zich uit.
Het koekoeksjong legt zijn veren in de krul.
De vos denkt watertandend aan een malse kippenbuit.

De mens de mens een wolf
(homo homini lupus est).
Van aasgier tot vredesduif, onverschillig groot of klein.
Hoog in ‘t geboomte in zijn ondoordringbaar nest
meent elke uil zijn jong een valk te zijn.

Mens of dier: wat is nu het verschil?
Een angsthaas wordt soms verwisseld met een tam konijn.
Die arme kikvors ontrukt men wredelijk zijn bil.
Het is niet leuk om een consumptiedier te zijn!

Is het verschil tussen mens of dier nu groot of klein?
De afstand tussen haat en liefde voelt vaak als intens.
Luis op een zeer hoofd of olifant in een kast vol porselein?
Het menselijke in het dier of het dierlijke in de mens?

Cees Leliveld, april 2023

Wat zou ik zijn zonder mijn stoere fiets?
Mijn gestaalde hartsvriendin –
door mij zo hartstochtelijk bereden!
Zonder haar vervaagt mijn leven tot een zinloos niets
ondanks de zadelpijn die ik zo dikwijls heb geleden.

In het Engels noemt men onze fiets een bike.
In het Frans moet men zo nodig op de vélo.
Maar, als ik mijn tweewieler met liefdevolle blik bekijk
krijg je die vreemdelingen zo van mij cadeau.

En dan vergeet ik nog het Fahrrad van de Oosterburen.
Ooit werden ons de fietsen door hen wreed ontrukt.
Een enkeling nam de bezetter in de luren
maar de meesten onzer is dat niet gelukt.

Door veld en beemd, door weer en wind,
de accu maximaal, de banden stevig opgepompt,
flits ik naar waar ik mijn bestemming vind
en volg het rijwielpad, waar nooit een eind aan komt.

Cees Leliveld, maart 2023