Astrid Aalderink

kwart over acht
onze eerste patiënt

tussen Sallands dialect en
jouw Iraaks-Koerdisch accent
is het warm met weinig woorden

een hooghartige mevrouw
in een hooggesloten jurk
staat aan de balie en wil niet
geholpen worden door die Turk

ze heeft zo’n zere hand,
zo’n moeite met veranderingen
jij glimlacht, blijft beleefd
spreekt nooit over je martelingen

de traktatie bij de koffie vind je
heerlijk maar hoe heet het ?
saucijzenbroodje schrijf ik op
een stukje van de krant
jij moet lachen zo’n gek woord
maar scheurt behoedzaam het
papiertje af en stopt het in je zak

mevrouw met jurk was pas in Dubai
prima shoppen maar té heet
jij in Irak begroef je vader
die er  op een bermbom reed

ik kijk naar buiten waar de zon
het nu gaat winnen van de mist

mevrouw met jurk ziet u de lucht ?
bedank het leven en wordt wakker

met het briefje in je zak ga je
-weet ik bijna zeker- deze week
nog langs de bakker

Astrid Aalderink

Wonend in ivoren torens
achter dikke vestingmuren
roept een hart verdwaasd het klopt niet
blijven starre ogen turen.

Zoveel werk om  mee te schermen
achter schermen  je verschuilen
zoveel omhaal, zoveel wartaal
veel te vol om nog te huilen.

Zoveel willen, zoveel moeten
zoveel werk wacht, zoveel angst
maar een vreemd gestold verlangen,
wacht in diepten, wacht het langst.

Binnen muren dolen schimmen
in spelonken, vreemd, verward
zoveel vrienden, zoveel volgers
hoeveel volgers kent het hart ?

Weemoed sijpelt door  de kieren
en voegt water bij de wijn
oude muren zuchten zwijgend
hoeveel vergt het mens te zijn ?

Astrid Aalderink

Rode, blauwe
geelgeruite
groengestreepte
in ’t verschiet.

Zachtoranje
pimpelpaarse
en ze heten
allen “Piet”.

Negerzoenen
zijn verdwenen
zoenen sieren
slechts ’t schap.

Wat gaat er nog
meer verand’ren ?
‘K hoop dat ik ‘t
nog behap.

Brownies, maar ook
jodenkoeken,
daar komt vast ge-
donder van.

Blanke vla en
bruine suiker,
Witlof ? Ook maar
in de ban !

‘k Pleit voor koffie
met een greenie
en voor paarslof
bij de dis.

Regenboogfo-
rel mag blijven.
Hier rest; “ Boter
bij de vis!”

’t Heerlijk avond-
je gaat komen.
Dat keert toch ge-
lukkig weer.

’t Paard valt te be-
discussiëren.
Maar een bisschop ?
Echt niet meer !

O, wat is het
heerlijk wonen
-al het grauwe
gaat aan kant-

in dit poli-
tiek correcte
multicolor
Nederland.

Astrid Aalderink

Wat ik jullie wil vertellen
is een wonderlijk verhaal
Niet verzonnen, in ’t Weteringpark
gebeurde ’t allemaal
Een grote witte waggeleend
met een zwart petje op
-echt een vreemde in de bijt-
kreeg vaak van and’ren op z’n kop
Op een dag doolde hij rond
en raakte plotseling van slag
toen hij zijn kleine negatief
-een zwarte meerkoetdame- zag
Cupido kwam aangesneld
en de vlam sloeg in de pan
Maar het grote bruine eendenkoor
dat sprak er schande van
Ze schimpten luid: “Die rare witte,
nooit geliefd, niet een van ons
en dan verkering met een méérkoet !”,
pikten nijdig in hun dons
De grote eend, de kleine meerkoet
op een dag zag ik ze staan
Elk ter weerszij van de brug;
de laster had zijn werk gedaan
Meerkoet ging, een aarzeling
Eend keek om hoe ze verdween
Waggelde toen treurig weg;
Afgewezen, weer alleen
Maar enkele weken later
bleek de liefde niet geluwd
Ze aten samen wittebrood
Waren ze zojuist gehuwd ?
Ik zag ze zwemmen, samen zonnen,
allengs kregen ze meer sjans
en maanden later onder ’t lover
volgde zelfs een minnedans
Ik voorzag een mooie lente
met een nestdrang, niet te temmen
en een zomer waar een witte megameerkoet
rond zou zwemmen
De blanke bastaard kwam er niet
maar toch is er iets gaan broeden
Dat er liefde in het spel is
is niet meer een vaag vermoeden…
Soms wat mot, maar vaker vlinders
en met de kolder in hun kop
schijnen ze toch echt een stel;
Bewijzen stapelen zich op

Grote grijze
regendruppels
tikken tartend
op mijn raam.

’t Zijn de wolken
die zich roeren,
nee, de zon treft
hier geen blaam.

Dikke dure
zakenauto
met een dikke
zakenman.

Spichtig meisje
met een ijsje.
Zijn ze samen
iets van plan ?

O, wat is het
lastig werken;
Dat ik hiervoor
ben gezwicht.

Uren vliegen
onder ’t maken
van dit stomme
spichtgedicht.

Astrid Aalderink

Aan het laden...