Astrid Aalderink

Ik stop een kastanje in mijn zak
zo’n glanzend glad mahoniebruine
dat deed mijn vader ook
het brengt geluk

Met rode wangen pluk ik dan
de laatste paarse bramen
in gouden licht
mijn dag kan niet meer stuk

Ik hou zo van de kleuren
ik hou zo van de herfst
die warm oranje gloed
boven de hei

Ik hou zo van het bos
van vroege mist en van magie
ik hou meer van oktober
dan van mei

En hij hield van de lente
en zoveel seizoenen later
voel ik in mijn zak en is hij
zomaar onverwacht dichtbij

Astrid Aalderink

Als je de weg kwijt
bent  is dat niet erg
achter gesloten ogen
kun je zijn waar je wilt

Aan de rand van een vijver
met kristalhelder water
waarin alles dichtbij lijkt
als je naar de bodem kijkt

Plons! Een kikker zoekt zijn weg
en verder niets dan stilte
iemand wenkt me in de verte
dan zie ik dat jij het bent

Onder oeroude bomen
je gestalte, gebaren
jou ken ik al eeuwen
en nu heb ik je herkend

Van ver ben ik gekomen
op de stille weg hierheen
doorstond ik de beproeving
maar ik was niet meer alleen

In het vaalgouden licht
dansen nimfen op het water
alles ademt de belofte
ze streelt fluisterend mijn dij

De takken omarmen
het roerloos verlangen
door de bergen loopt de magiër
hij komt al dichterbij

Zo klein zo blond zo blij
ga jij in happy huppelpas
door natte straten en dan spring je
‘splash! ‘ twee voetjes in een plas !

Zoveel spetterend plezier
op een rijke regendag !
een donk’re wolk weerkaatst
oprecht je klaterende lach

Maar nu word je moeder boos
ze vindt het helemaal niet leuk
en zo krijgt dat heerlijk vrije
het spontane superblije
al z’n allereerste deuk

Langs gespetter in een plas
en maar doorgaan in de pas
fiets ik onder donk’re wolken
met daarnaast een roze baan

Ik wil zweven naar dat lichte
weg van alles wat verzwaart
ik ben weer kind en ik wil springen
regen mengt zich met een traan

Als ik geloof dan kan ik vliegen
net zo hoog als ik maar wil en als ik
bang ben om te vallen, ja, dan val ik

O, wat hou ik van het roze dat zo gloeit
dat gloort daarboven mij en dan zie
ik die grote plas daar….zal ik ?

Astrid Aalderink

te reizen door de leegte
zijn zoals in dichte mist
mijn gedachten uitgegumd
zicht gewoonweg uitgewist

om te komen tot een stilte
waar geen beelden meer bestaan
daar waar taal geen woorden heeft
niets nog bedacht hoeft of gedaan

met de vrijheid van een vlinder
dapper in zijn kwetsbaarheid
dansend op fragiele vleugels
van volmaakte helderheid

zonder hang naar wat er was
verlangen naar wat komen zal
kijk ik ben gewoon dit stipje
hier en alles is er al

Astrid Aalderink

gisteren stapte je onverwacht
mijn wereld even binnen en
was ik ineens heel dicht bij
dat wat me zo aantrekt in jou

je kwam als in een droom
jij was de droom
of droomde ik jou wakker
mijn wereld in ?

natuurlijk kwam je
met een andere reden
je moest daar zijn
maar ik moest daar ook zijn

wat weten we eigenlijk
van de plannen
van de regisseur ?

misschien schoof hij jou
daar wel om de hoek
zodat jouw zuivere klanken
mijn oor konden binnen zingen

zodat de film getiteld “gisteren”
zich nu afspeelt in mijn hoofd

de ruimte waar we waren
leek gevuld met lichte lucht
lucht die ons beide omvatte
en het onnoembare droeg

misschien was ik gisteren wel
dichterbij dan ooit

Astrid Aalderink