Anna Wiersma

Hoor je de rust van de geluiden
nu het niet stil is, in je hoofd?
Een wentelwiek, de dakbedekkers
en de buizerd, de kikkers in de poel.
De ganzen en het pasgeboren geitje.
Hoor je ’t opvliegend spreeuwenvolk?

Hoor je de rust van de geluiden?
Het ritme van de regen, een lied
dat door de bomen ruist.
Het rommelen van de donder
en het klapperen van de zeilen.
Luister de stilte zit niet in je hoofd.

Anna Wiersma
28-06-2014

Als hij berooid was, leefde hij op grote voet.
‘Een boom kwijnt weg, als hij niet groeit naar eigen aard’.
Talent en vrijheid was zijn grootste goed.
Fotografie, muziek, ’t was hem het meeste waard.
Hij leefde groot, hij zag de zon.
De man, bij wie echt alles kon.

Kosmopoliet was hij, die woonde te Lausanne, Praag, Rome,
in Schinnen, Bangkok, Zeist en in de Pijp te Amsterdam.
Van al het schone in Italië, bleef hij dromen.
Toch kon hij ’t leven nemen, zoals het kwam.
De man, bij wie echt alles kon.

De voordeur altijd op een kier,
voor jong talent of grote naam, als hij er was.
Hij leefde vrijuit, in het nu en hier.
Hij was de beste van de klas.
Of hij verloor, of dat hij won,
hij bleef de man, bij wie echt alles kon.

De Erardvleugel liet hij zelf, zelden klinken.
Hij vond zichzelf veel beter met de camera.
In schone klanken, kon hij wel verdrinken,
de beste Franse kazen en wijn, serveerde hij hierna.
In beide kunsten, school de zon.
Voor deze man, bij wie echt alles kon.

Toen kwam de tijd met zijn geliefde, Dominique.
Zijn naam en passie (nog) door te kunnen geven,
dat was zijn hoop en wens, maar ’t was te laat.
De man die alles kon, bleek ongeneeslijk ziek.
Prince, zeer bijzonder mens en man, die durfde leven.

Anna Wiersma

Vrij naar Nijhoff

Al wat ik in mijn droom nog ooit wil schrijven,
wat opgeslagen ligt, wat rust, wat nu nog stilte is.
Van wat nog komen zal, wat was, wat is.
Al wat ik uiten wil, of wat ik mee zal dragen
als overpeinzing, tot het niet meer nodig is.
Ik weet niet of ik droom, of dat ik schrijf.

Anna Wiersma

Of men nu jeugdig  is
of niet,
een angel heeft en spriet.
Of men nu honderd wordt
of niet,
(gezond of kierewiet).
Of men geluk heeft of verdriet,
of beide niet.
Of men om goud geeft
of pyriet,
in weelde leeft.
Of men nu Deens spreekt
of Ivriet,
het nest al jong verliet.
Of men een mens is
of juist niet,
op vleugelen zweeft.
Men is het of…
men is het niet.

Anna Wiersma