Alfred Bronswijk

De stad is overvol van wil en wensen,
die zich vertalen in omkoopbare realiteit
en spiegelruiten, waarachter uitgebreid
de summersale zich prostitueert aan mensen.

Haar taal herdefinieert verlangen
in de artikelen, de ongehoorde kansen, die
in elke kledingzaak of parfumerie
met hun schaamteloos ontblote prijzen lonkend hangen.

Maar wie of wat verkoopt zich hier aan wie?
Dingen zijn het summum van begeren.
Waar zijn in hebben wordt omgebogen,

de waarheid in cijfers weggelogen
tot zwaartekrachten, niet meer te keren,
gedijt de toonbank bij a-symetrie.

Alfred Bronswijk

Nog even – dan slaat de nacht zijn mantel open.
Wat licht was wordt met donker toegedekt.
De ruimte is in muren teruggekropen
En in mij wordt het lied van angst gewekt.

Diep voel ik de toon van het verlies van hopen,
Van een vaarwel van wie ik zielsveel hield ,
Van het moment waarin zich de tijd laat slopen
Van alle schepen achter mij vernield.

Nog weet ik mij verstrengeld in oude dromen.
Nog heeft de nacht mijn hart niet aangetast.
Nog staan er zonnebloemen naast de kast.

En buiten klinkt een kinderstem die mij verrast,
Dat duister niet ieder licht kan tomen
En mantels zilver dragen in hun zomen.

Alfred Bronswijk