Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

Ik zie ik zie
wat jij niet ziet
want overdag
is zij er niet

en haar kleur is
geel?

ik zie ik zie
ontluikend schoon
in Franse nacht
beau belle de nuit

Erica Rekers
Geknipt en geschoren  
staan daar naar behoren
rij na rij
zij aan zij
de ranken in ‘t veld
welgeteld denkend 
is dit wat ik wil?
…….. Stil ……..
Eeuwig gelaten
’t loopt toch in de gaten
verborgen in ’t hout
nieuw leven piept stout
een voelspriet naar boven
en kan het niet geloven
alweer goed getimed …..

Erica Rekers

Wij huilden en wij lachten
wij leefden ons gevecht
wij waren aan het leven
en aan elkaar gehecht

juist daarom deed het scheiden
van onze wegen pijn
het was toch voor ons beiden
een stukje samen zijn

een formule werd gekozen
voor ’t aangenaam verpozen:
als vrienden uit elkaar

verwelkt zijn nu die rozen
en ik zit in ’t schip te hozen;
o, zag ik jou nog maar…

Wim van den Hoonaard

De Lebuinus
rondom het “Kerkhof”
vele mensen
rustig schuifelend
richting ingang
gesprekken  “geboekt”
gesprekken verstommen
kijken met lange halzen
een lichtend schouwspel
ben ik in Rome
in ’n Basiliek?
gewelven verkleuren
waarin je verre dromen
in de schilderingen ziet
maar ik
ik ben in de boeken stad
alsof ik dat vergat
lichten verflauwen
gesprekken verstommen
de aandacht is gevangen
een fee daalt uit de hemel neer
en regisseert een tango
adem benemend
boeken  mensen verschijnen
literaire coryfeeën
vriendschap is de verbinding
geestig, glashelder
scherp als pepermunt
of gewoon door er te zijn
en ons mee te nemen
in de magische wereld
van papier en letters
een boek
Deventer boek en stad

José Hattink-Blom

Een paard te zijn, een schommelbeest:
al lang heb ik ernaar verlangd,
zo’n beest, maar wel van eigen vlees.
En jij, ik weet je naam niet eens,
klom vlug en vrolijk op mijn rug
en wiebelde terwijl je riep van:
‘toe, vooruit jij, hobbelpaard’.
Maar ik werd moe van al die haast,
begreep al gauw: dit hóud ik niet,
en ik lanceerde jou.
En jij, je schreeuwde van plezier
en scheerde raak’lings langs mijn raam.
Ik riep ‘oh, dear’, ik vloog je na
en greep je bij de lurven.
We surfden samen op de golven
van de wolken en de wind,
omwonden door mijn lange staart,
en zwaaiden blij en opgelucht
in volle vlucht naar huis en haard.

Jan van Laar

Jij kon waarschijnlijk niet anders
Die koers lag allang voor je vast
Wat moest gebeuren, gebeurde.
Dat was slechts een kwestie van tijd.

Jij maakte met iedereen ruzie.
je verbrak dan de vriendschap.
Je maakte dan je punt,
met een biertje erbij
ging je er vol in.
En dat was dan dat.
Jij maakte met iedereen ruzie
en uiteindelijk dus ook met mij.

Maar je moeder die had kanker
en je vader was aan de drank
Maar je moeder ging vroeg dood
en je vader was aan de drank.
En jij was aan de borderline of zo.

Maar we zouden niet vergeten
dat we gelachen hebben,
en gedronken.
En gelachen in de kroeg.
en gelopen door de duinen,
en gedronken in de kroeg.
en gelopen door de nacht.

Maar je moeder die had kanker
maar je moeder ging veel te vroeg dood
en je vader, die  was aan de drank.
En jij, je scheidde van je vrouw,
dat heb ik pas veel later gehoord.

En onze vriendschap verbrak je in een café.
Waar je kotste in de wasbak.
Je maakte daar een spetterend punt.
Mij hoor je niet over symboliek.

Later kreeg ik van jou nog een boomerang-kaart,
per post. Van Heineken, natuurlijk toevallig.
Ik heb er hardvochtig niet op gereageerd
maar klootzak, ik mis je.

Michiel van Hunenstijn

Ja, één keer nog dit leven overdoen
en wat het mooiste was opnieuw beleven:
de tinteling, het met geheim omweven
zijn van ieder nog onbekend seizoen.

De koffers volgepakt met visioen.
Samen aan boord gaan van de mooiste dromen,
vol verwachting, dat eens de kust zal komen
waar om het alles ons hier is te doen.

Dan zal geen scherf ooit meer de pot ontvallen.
Alleen maar vuur en nergens smeulend as.
Het dreigend donker meer zal, drooggevallen,

korenbloemen zaaien op hoge wallen.
Weer zou jij dit doen, of dát – alsof het was,
dat vriendschap niet bestaat uit sneeuwkristallen.

Alfred Bronswijk

mijn zoon vroeg mij: “wat is nu eigenlijk vriendschap?”
daar moest ik even over nadenken,
keek hem aan en zei:
een vriend is een antwoord op jouw vragen en verlangens
hij is de akker die je met liefde bezaait
met dankbaarheid oogst
de tafel waar je bij aanschuift
het haardvuur dat je warmt
waar je altijd kunt eten als je honger hebt
de rust kunt vinden als je moe bent

een vriend deelt zijn meest intieme gedachten met jou
zoals jij niet bang hoeft te zijn jouw gedachten ook met hem te delen
gelijk hebben of gelijk krijgen zijn niet belangrijk
als hij zwijgt, blijf je toch luisteren
luisteren naar zijn hart
want zonder woorden worden in vriendschap
alle gedachten
alle verlangens
alle verwachtingen
geboren en gedeeld

je mist hem pas als hij er niet is
zoals een bergbeklimmer die de berg duidelijker ziet vanuit de vlakte
vriendschap moet onvoorwaardelijk zijn
geen andere bedoeling dan verdieping van de geest
geen bijbedoelingen
want als het meer moet bieden
dan mag het geen vriendschap heten

het beste moet voor jouw vriend zijn
als hij de eb van je getij moet ervaren
laat hem dan ook de vloed kennen
want wat is een vriend als je hem alleen opzoekt om de tijd te doden
zoek hem op om de tijd te leven
je vriend moet jouw tekort vullen
niet jouw ledigheid
samen lachen
samen beleven
samen genieten
want bij vriendschap zit het
net als bij echte liefde
in de kleine dingen:
dauwdruppels
die de morgen verfrissen
als voorboden van een dag vol zon en warmte

Twan van Dijk

Een vriend laat me

ontdekken

in goede en slechte tijden

hoe ik het meest
van mijn eigen trekken

te lijden heb

en uit dit ongemak
dat vriendschap wijst

steeds die hernieuwde
Erica reist …..

Erica Rekers

Het is door jouw naam

dat Shakespeares woorden
‘What’s in a name?’

in mijn herinnering gloorden

en aldaar begon het me te dagen

hoe, op jouw moeders arm,
jij, van baby, tot succesvol dichteres gedragen
werd

door de klank van de mantra
van jouw uitgesproken naam

your story
Wislawa

great glory

hetgeen je was …..

Erica Rekers

PRAJURIT JAGA MALAM

Waktu jalan. Aku tidak tahu apa nasib waktu ?
Pemuda-pemuda yang lincah yang tua-tua keras,
bermata tajam
Mimpinya kemerdekaan bintang-bintangnya
kepastian
ada di sisiku selama menjaga daerah mati ini
Aku suka pada mereka yang berani hidup
Aku suka pada mereka yang masuk menemu malam
Malam yang berwangi mimpi, terlucut debu……
Waktu jalan. Aku tidak tahu apa nasib waktu !

(1948)

Nederlandse vertaling

NACHTWACHT

De tijd gaat. Ik weet niet welk noodlot het verbergt ?
Jongens staan klaar voor het gevecht,
En ouderen tonen zich sterk en hard,
spiedende ogen
Sterren zijn een droom van vrijheid
een zekerheid aan mijn zijde
zolang ik deze doodsvallei bewaak.
Ik houd van hen die dapper zijn om te leven
Ik houd van hen die de nacht durven te ontmoeten
De nacht ruikt naar dromen, gevangen in stof….
De tijd gaat. Ik weet niet welk noodlot het verbergt !

Henk Oostra

Chairil Anwar kreeg onderwijs aan Nederlandse scholen, maar stopte op zijn 19e met zijn opleiding. Hij verhuisde na de scheiding van zijn ouders samen met zijn moeder naar Jakarta. Daar ging hij zich bezighouden met het lezen van Westerse literatuur, en liet zich hierdoor inspireren voor zijn eigen werk. Dit onderscheidde hem van de eerdere generatie van traditionele schrijvers. Tijdens de Japanse bezetting van Indonesië verspreidde hij zijn gedichten op goedkope papieren pamfletten. Pas na 1945 werden zijn werken officieel gepubliceerd.
Volgens verschillende bronnen was het de dood van zijn grootmoeder die Chairil ertoe aanzette om gedichten te gaan schrijven. De dood was dan ook een regelmatig terugkerend thema in zijn werken. Zijn verzamelde gedichten werden gepubliceerd als Deru Campur Debu in 1949. Rond die tijd had Chairil zelf te kampen met gezondheidsproblemen vanwege zijn levensstijl. Hij werd opgenomen in het CBZ Ziekenhuis (het huidige Ciptomangunkusomo ziekenhuis), alwaar hij op 28 april 1949 stierf. Deze dag wordt nog jaarlijks gevierd in Indonesië als de dag van de literatuur

In welke taal
jij ook schrijft
weet ik zowaar
de wens daartoe
en als ik twijfel
ben ik verheugd
omdat de vraag
daarmee open blijft

Met welke klank
jij toch spreekt
herken ik meteen
de streek op aarde
en daar mijn geheugen
langer wordt
heeft het nu
nooit voor niets gesmeekt

Door welk woord
jij mij raakt
begrijp ik altijd
pas weer in stilte
en zo ontstaat
iets onvermoeds
wat nieuwe betekenis
mogelijk maakt

Maarten Douwe Bredero

She walks in Beauty

She walks in beauty, like the night
Of clouds climes and starry skies;
And all that’s best of dark and bright
Meet in her aspect and her eyes
Thus mellowed to that tender light
Which heaven to gaudy day denies.

One shade the more, one ray the less
Had half impaired the nameless grace
Which waves in every raven tress,
Or softly lightens o’er her face;
Where thoughts serenely sweet express
How pure, how dear their dwelling place.

And on the cheek, and o’er that brow
So soft, so calm, yet eloquent,
The smiles that win, the tints that glow
But tell of days in goodness spent,
A mind at peace with al below,
A heart whose love is innocent!

Lord Byron (1788-1824), Engelse dichter

De Nederlandse vertaling door Ans Bouter:

Ze deelt haar schoonheid

Ze deelt haar schoonheid met de nacht
Die helder, vol van sterren is
In haar verschijning, oogopslag
Ontmoet het licht de duisternis
De hemel, teder, heeft verzacht
Wat aan de dag opzichtig is.

Meer schaduw of wat minder licht
Doet aan haar gratie weinig af
Haar haar krult zwart in haar gezicht
Wat haar een lichte teint verschaft
Gedachten, kalm, in evenwicht
Ze geven blijk van hun komaf.

Haar voorhoofd en haar wangen rood
Getuigen van haar zeggingskracht
Haar glimlach maakt ons deelgenoot
Van tijd in goedheid doorgebracht
Gemoedsrust is haar bondgenoot
Haar liefde puur en onverdacht.

Voorgedragen door Marleen van Joolen

Er waren eens twee vrouwen,
een rooie en een blauwe,
de rooie was verkouwen
en de blauwe had de hik.
Twee boeven moesten hangen,
een stoere en een  bange,
de stoere werd gevangen,
maar de bange had geluk.
Er waren eens twee buren,
een vreemde en een zure,
de vreemde zat te gluren
tot de zure riep: kijk voor je!
Twee dominees uit Dalen,
een grijze en een kale:
de grijze wou garnalen,
hij wou een portie halen,
en die dan zelf betalen!
maar de kale wilde bier.
Ook dichtertjes verschillen,
maar drukke en zelfs stille
versieren met hun grillen
elke dag van twintig twaalf.

Jan van Laar

Mijn tijd
Zijn tijd
het wordt verleden
Ik ga verder
Pak het volgende
Mijn nieuwe jaar
Niet ik word oud
het zijn mijn jaren,
die één voor één,
zwaar van dagen,
zich zelf ten einde leven
Voor mij de herinneringen,
die mij doen worden
tot wie ik tenslotte zal zijn.

Sieth Delhaas

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!