Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

In vroeger tijden, lang geleden,
toen we Indië nog hadden,
en die goeie ouwe gulden,
werd het ieder jaar augustus.
Dat ken je zien aan ouwe foto’s,
een beetje gelig, met een kartelrandje.
Jongens droegen toen allemaal een pet,
trokken meisjes aan hun lange haar.
De mensen bleven rustig thuis
en gingen naar hun werk.
Nu zeg je: huh, augustus zeker?
Want er zijn minder files
en bijna iedereen is weg
om voor verre buitenlandse tunnels
met de auto uren in de rij te staan.
Vroeger hadden ze geeneens geen auto’s
ja, een hele enkele enkeling,
trots poserend voor zijn Spyker.
Toen was het ontmande IJsselmeer
nog een autonome Zuiderzee,
met scheepsrampen en overstromingen
(en: zeer visrijk!).
Kom daar nu nog maar eens om!
Ik heb soms een onbestemd verlangen
naar de diepe rust van toen
naar de hoge bomen langs het tuinpad van mijn vader.
Soms denk ik dat vroeger alles beter was.
Hoewel, toen stond ’s middags de rosé niet koud
en geen gemarineerde kippenvleugeltjes van Albert Heijn.
Daarom eindig ik met deze vraag:
wat vindt u daar nou zelf van?

Cees Leliveld

Vertaling van het gedicht: Los trabajos que me ha dado el despedirme van Santiago Montobbi (Barcelona, 1966)

Op de ogen en andere doden drukt gestaag
de wereld en de vermoeienis. En ik zou dat graag
eenvoudigweg vergeten, woest mijn ogen sluiten en een volkomen
vaarwel uitspreken vol nachten en verstikte stenen of bedelaars
die geen woede koesteren
omtrent het infaam bedrog
waardoor wij naïevelingen ’s ochtends door het geluid
geloven dat dit leven leefbaar is. Maar sinds het laatste afscheid
is er nu evenveel tijd verstreken
als sinds de weggeborgen vakantieliefdes
en ik weet dat er geen steen of nacht meer over kan zijn
die niet eindeloos en onverdroten door mijn bedelaars
is aangevreten. Want wat me altijd de meeste
moeite heeft gekost was het afscheidnemen. Niettemin,
klaarwakker door de aftandse cafés waar het zwalken
tussen eenzaamheid en angst uiteindelijk op uitdraait,
blijf ik voortgaan, zonder goed te weten
wat ik nog najaag in het niets.

Klaas Wijnsma

grauw gewichtig firmapak
tokkelend op laptoptoetsen
zegelring in de verdediging
houdbaar hoofdhaar in vernis
waant zich heer en meester
in dit pand onderbemand
voornamelijk door vrouwen

schotelt hypotheken voor
uit tabellen opgedist
heeft zijn handen eraan vol armen
via sommen en procenten
rijkdom te verkopen
de ‘rolex’ schreeuwt de tijd:
thuis een potje koken zonder vingers
branden aan gebakken lucht

Greet Dijkhuis

(ter herinnering aan de
dichter-bioloog D.Hillenius 1927-1987)

(op een mooie zomerdag)

een kikker zit en wacht
op een vlieg die vliegt
een kikker zit en ziet
een vlieg die vliegt….en  HAP…

een man zit op het strand
naast hem zijn mooie vrouw
om wie zijn vrienden hem benijden

een man zit op het strand
en wacht
op een vlieg die vliegt?
Nee,nee,
op jonge meiden
die dansend voor zijn ogen
langs hem zullen komen

hij zit en wacht en ziet…en …HAP…
       
Nele Holsheimer

ruisende stoffen
de wind heeft  bloemenvleugels
ver ga je omhoog

José Hattink-Blom

Dames op leeftijd rijgen
goedgevleesd en wijdgerokt
fietsend knooppunten
tot een parelketting.

Dames op leeftijd laten
fietsend naast hun wederhelft
hun rokken wapperwaaien
in een beschutte setting.

Dames op leeftijd tonen
geholpen door de wind
-o trappende ontheiliging-
zonder schroom en onversaagd
de argeloze tegenligger
hun middenbermbeveiliging.

Tinus Derks

Ik kan je klagen wel verdragen,
ik wil verduren al je kuren,
ik zal gedogen naar vermogen
als ik maar bij je blijven mag.

Al laat je graag je rok opwaaien,
je boezem door de jongens zoenen:
als jij je vrienden blijft bedriegen
en ik maar naar de wijven mag,

vind ik goed wat jij ook doet.

Jan van Laar

dartel kronkelt zijn blik
langs contour
uit voorhene tijd

de nachtlucht
zwaar en heet
legt een broeierig tapijt

thuis
vrij van dekkend kleed
komt haar gewelf in bedrijf

tomeloos vuur barst met snik
koortsig
uit lang geremd lijf

Maarten Douwe Bredero

Voel, daar verwaait de zomer
Hier vindt men geen rust

Ariadne kust je aan het begin
Labyrint schuift omhoog

Loop, loop maar je ziet niets
Je ogen zijn toe en bent uitgeblust

Wat zal mij bewegen om te doen
Liever stilzitten en vermijden

Pijn is wat ik voel maar geen emotie
Brandt maar in mij, en zuivert mij

Geef mij die ene zomer terug
Ik laat mij niet meer afleiden.

Violet Asseruit Mane

Opwaaiende zomerjurken is iets
van vroeger vóór het tijdperk van
de spijkerbroek en mini-rokjes,
toen de wind nog jeugdig woei:

de overmoed van heel de wereld
hervormen naar licht en beter,
bijna volgroeide benen blij op weg
vanzelfsprekend de zomer tegemoet

meisjes in sierlijke rokken, zoals
de zwaluw weidse bogen zwiert
op breed gespreide vleugels en
hoogop sjirpend het zonlicht groet –

de meisjes kregen lager stemmen
ze hebben hun jurken afgedankt
dragen nu regencapes en vesten
het najaar ligt al pijnlijk op de loer

Steeds grijzer wolken dreigen
stil staat een reiger in het gras,
zo ook verstart me het besef dat
straks de winter komen moet.

Marianne Sorgedrager- Van Halewijn

Keurig, keú-rig, gekleed ging moeder, alle dagen
Ruime blouses, dichtgeknoopt tot aan haar strot
Lange rokken, als kuisheidsgordels met een rits op slot
En nylons met een naad in niet te hoge pumpen dragen
De tijden van weleer, een preutse mode, een pover lot

Maar dan verkondigen de zwaluwen en wielewaal de lente
Kom mee naar boven allemaal, weg met trein en poppen
Hutkoffers open, mottenballengeur uit kleding soppen
En dan de zomerjurken aan, díe beloven mooie momenten
Zalig dat zuivere katoen met bloemmotieven, strepen en noppen

Mijn moeder op de fiets en dan tovert plots een zomerbries
Haar dijen bloot en moeder … om … in … een wufte vrouw
Maar pijlsnel zag je dan helaas, dat zij dat zelve echt niet wou
Een strenge hand ontnam je fluks het zicht, als was het vies
Ontnam je ook je hoop op … wat jij als vrouw liefst wél wou en zou

Maar dan verschijnt het boegbeeld aller vrouwen op de buis
Marilyn verklaart haar liefde zingend boven blazend rooster
aan haar Mister President, de camera almaar closer en closer
Een lust voor menig mannenoog, die benen bloot tot aan het kruis
Posters boven bedden, hopsa help je zelf, de wereld werd steeds vozer

Mei ’62 wordt dit opgewaaide jurkje voor meer dan een miljoen verkocht
Maar biedt het leven qua vervoering voor de vrouw een heus equivalent
Waar moet je heen om zo iets prachtigs te beleven aan een echte vent
Zetten benen, billen, haren, stem of mooie handen vrouwen op de tocht
Alles werd mij duidelijk tijdens het laatste Deventer Op Stelten evenement.

Zonder enige verwachting, vervuld van zwaarmoedigheid min of meer,
loop ik de Bergkerk binnen, aangetrokken door getier van doedelzakken
Op hoge stelten stappen Schotten in het rond gekleed in hun geruite pakken
Stramme kuiten, harige benen, dikke buiken, de aanblik doet me zeer
Tot plots een woeste wind opsteekt, alsof God zelf raast door de takken

Geruite rokken fladderen omhoog, pal voor m’n ogen hele klokkenspelen
jongeheren verstijfd van schrik, op hoge poten, gebeier van kloten op de bok
Vrouwen gillen, joelen en het gejodel van de doedelzak stijgt naar de nok
Windvlaag spot en speelt met man en kruis en kust de gotische kantelen
Ik til mijn camera boven mijn hoofd en flits en flits, volledig op de gok.

Al levert het niets op, Marilyn Monroe is nu geklopt.

Neletta van Heuven

Duizend maal liever
een robe van satijn
waarin ‘t geheim versluierd ligt
albasten teint
een ronde lijn,
een vleugje roos-jasmijn                      

         dan

naakte  huid                          
lillend in ‘t vet                                      
parelend van  het zweet
gerimpeld door de tijd
verhuld in bloemkatoen.

Emile van Rouveroy van Nieuwaal & Inge Vos

Een kinderwagen rijdt de trappen af
te midden van matrozen en soldaten,
die in de naam der wet zijn losgelaten.
“Wie pleegt hier misdaad en wie krijgt hier straf?”,

Zo luidt de vraag van menig Amsterdaamer
die tegen hoge Nemo-treden opziet,
van lauwe buurtsuperrosé steeds lammer
terwijl de klamme zomeravond heenvliedt…

Een schip zó groen kan geen Potemkin zijn;
doch in het allerdiepst van hun gedachten,
wanneer Odessa Mokum lijkt bij nachte,
zijn velen plots een kleine Eisenstein.

Pieter Bas Kempe

Ik ken het vak dat ik studeerde,
Herinner mij ’t studentenlied.
Ik ken het vuur dat mij verteerde.
Ik ken zo menig groot geleerde.
Ik ken alleen mijzelfve niet.

Ik ken de puber aan zijn smoel,
Bepukkeld en “ik ben er niet”.
Ik ken zijn omslag van gevoel,
Zijn enthousiasme voor een doel.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken het keten van een klas.
Ik ken de meisjes, hun verdriet.
Ik ken hun vlinderlichte pas.
Ik ken hun sores en hun sas.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken de punker aan zijn taal,
Met hanenkam een hele piet.
Ik ken de kakker aan zijn sjaal
En geen van beiden stoort mijn maal.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken de rector en zijn macht,
Hij zo beheerst, ik kierewiet.
Ik ken zijn helpers alle acht.
Ik weet wat elk van mij verwacht.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken het werkplan van de school,
De lesuitval, het normenlied.
Ik ken decanen als idool.
Ik ken de schoolbel als symbool.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Ik ken het klappen van de zweep.
Ik ken het Bussemakerslied.
Ik ken van lesboer elke kneep.
Ik ken gekanker en gedweep.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Envooi

Prins Jos, ik ken het allemaal.
Ik ken van ’t leven het verschiet.
Ik ken pensioen als avondmaal.
Ik ken alleen mijzelve niet.

Tinus Derks

de muzikale tonen
verijlen in de nacht
een zangeres verschijnt
en zet in kleuren neer
een lied zo mooi
zo teer.
de voeten raken los
de lucht wordt mijn tapijt
omhelzing volgt
maar eeuwig duurt zo kort.

Dick Smeijers

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!