Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

Toen
was eens
met kracht in
metrum en woorden

Dat
vers met
veel wenen
om de smart gedaan

Tot
toorn van
baas boven wet
en zwaar beschonken

Nu
is daar
die lach na
duizenden sterren

Die
set uit
stad en land
door voorhene vaart

Na
niet lang
geleden
in liefs beklonken

Maarten Douwe Bredero

A.S. Pushkin

Until he hears Apollo’s call
To make a hallowed sacrifice,
A Poet lives in feeble thrall
To people’s empty vanities;
And silent is his sacred lyre,
His soul partakes of chilly sleep,
And of the world’s unworthy sons
He is, perhaps, the very least.

But once Divinity’s command
Approaces his exquisite ear,
The poet’s soul awakens, poised,
Just like an eagle stirred from sleep.
All worldly pleasures leave him cold,
From common talk he stays aloof,
And will not lower his proud head
Before the nation’s sacred cow.
Untamed and brooding he takes flight,
Seething with sound and agitation,
To reach a sea-swept, desert shore,
A woodland wide and murmuring …

Theo de Jong

Vertaling van het gedicht: скульптор van de Russische schrijver Jevgeni Baratynski (1800 -1844).

Strak en fijnzinnig drong zijn oog in
Dat van de nimf, diep in de steen:
Zijn hart is op haar aan gevlogen,
Het vuur schoot door zijn aders heen.

Ondanks zijn mateloos beheersen
Is hij reeds machteloos verleid:
Met kalme snijtand vol begeerte
Heeft laag na laag zijn arm de kleren
Van het geheim vandaan geleid.

Met deze troebel-zoete zorgen
Vergingen uur en dag en jaar,
Doch achter ’t laatst gewaad verborgen
Blijft nog het zo verlangd gebaar,

Totdat nimf Galathea antwoordt:
Door beitelstreling is ontbot
Haar oog dat plots bekoort en aanspoort,
Hem bij de hand neemt naar een lustoord
Waar zegeviert het zingenot.

Pieter Bas Kempe

Juridisch
Waar hij de mosterd haalt !
Abraham Moszkovicz
had in ’t verleden een
zeer goede naam.
Heden ten dage blijkt
’t abrahamatische
handelen echter
abject en infaam.

Literair
Liefde en lustgevoel !
Anna Karenina
was overspelig en
deed dat in stijl.
Passievol ging zij met
hypergevoeligheid
eerst voor de liefde en
toen voor de bijl.

Poëtisch
Leve het dichterschap !
Dichters van Deventer
uiten zich doorgaans
subtiel en divers.
Soms wordt een dichter wat
literatureluurs,
maar als Perlariër
dicht men per vers.

Kritisch
Ophef in dichtersland !
Deventer dichtertjes
zeggen hun verzen in
’t dichtercafé.
Luisteraars kraken als
poetrypeuteraars
keiharde noten maar
dat is vers twee.

Tinus Derks

Sjonnie
Dit is een waarschuwing.
Sjonnie de sjaggeraar
is voor Jan Rap en zijn
moer nog niet bang.

Laat je niet in met zijn
grensoverschrijdende
manipulaties: dan
dreigt het gevang!

Laat
Kleine gebeurtenis:
Joop van de overkant
sprong uit zijn flatje
pardoes op de straat.

Wandelaars vonden dit
huiveringwekkend,
begrepen het niet
totdat Joop riep: ‘k Ben laat.’

Piet de filoloog
Piet had een studio
dicht bij de vijver ter
hoogte van Karel de
Grotelaan acht.

Piet gaf een feestje voor
variétépubliek,
hij ging te water
totaal onverwacht.

Feestgangers vonden
de volgende morgen
de schoenen die Piet nog
tot gisteren droeg.

Niemand betreurde die
filologiestudent:
hij was verzopen,
dus op naar de kroeg!

Jan van Laar

Mollekes’ hoop

Wolleke wolleke
donkere wolleke
molleke molleke
molleke hol!

Hol naar je holleke
onder ut polleke
vóór ’t mollige volleke
roept: hollekes vol!

(SMS-gedicht; precies 160 tekens incl. blanco regels)

Wuivende tuinfluiters
Wuiven de tuinfluiters
fluitenkruidsnuivende
uivers en duivelse
buien naar huis

thuisfluiters ruimen ut
binnenstebuitenste,
uiten hun uiterste
duisternis thuis

(SMS-gedicht; precies 160 tekens).

Wim van den Hoonaard

Snoep-goed
Snoepwinkel ‘Ietsje meer’
toont een verleden tijd
die ons hoe aangenaam
brengt tot de schaal
en bij het wegen van
roomboterwafeltjes
paaseitjes dropveters
ieder zijn maal.

De krenten in de pap
Lente in Twentse land
vrucht van de krentenboom
plukgrage handarbeid
door een Twentse vent
brengt in het voorseizoen
krentsdolheidsrisico
wie hoorde eerder van
een goedgeefse krent?

Ongewenst kinderloos
Vruchtbaarheid voortplanting
hoezo wil het nog niet?
emotie, pijn en troost
op het pad naar …..
Wij zien er menig vrouw
Fertiliteitskliniek
en begeleiden hen
zwanger zijn, klaar.

Erica Rekers

Onfortuinlijk
Stadsvader Heidema
hemelse gunsteling
maakte een slipper
in ’t donkere bos

Pats! Onderuit ging hij
amateurmotorist
goddelijke hand liet hem
plotseling los.

Vooruitgang
Stapelbaar schoenenrek
grootse verbetering
zegen in huis en
klaar voor de reis

Voortgang is eindeloos
vreugdevermeerderend
even nog doorzetten
dan ’t paradijs.

Credietcrisis
Anastasiades
kind met het waterhoofd
stuurde zijn republiek
op goed geluk

geen goud uit kopermijn
iets-uit-het-niets-syndroom
nu is de zaak failliet
wat een gekruk.

Pensioen
Lekker gepensioneerd
hele dag niets te doen
slapen en borrelen
dat is pas pret

dromen van maagdekens
warmparadijselijk
arbeidsloos inkomen
da’s je van het.

Herman Posthumus Meyjes

(vrij Vlaams über-ollekebolleke in de stijl van Drs. P.)

Vloog enig tortel toch
bij mist- of nevelschicht
boven het Kempische
grenslandplateau,

kreeg zij een Wortel- noch
Witherenheidezicht
op dat zo typische
landschap cadeau!

Pieter Bas Kempe

Kolderiek en zot!
Kolderiek en zot!
Mannen met mutsen
Blèren slimme woorden
Wat zit er onder hun rok?

Kijk ik zie Pinokkio met
Lichaamsverbuigingen
En zijn cubiculier reist mee
Met jus in zijn sok.

Andersdenkende
Tegenstanders en heldin
Vrouw zonder aanrecht
Zij verwierf gelijkheid
Bepaalde lui waren contra

Zij laat zich niet kisten maar door
Onomstotelijkheid
En niet uit het lood geslagen
Noemt zij zich Dolle Mina.

Violet Asseruit Mane

blij vooruitzicht dat mij streelt
zo zongen wij de oude psalmen
op hele noten en gekraak
van orgelvoetpedaal en banken
de lange tonen van gezang
bleven hangen in de ruimte
en voor je ’t wist waren
klanken zelfstandig
aan het kerkgebouw ontsnapt
de dominee keek in verbazing
neer op mensen die in
loodzwaarzwart gekleed
en wel van doen in rijen zaten
af te wachten
wat meestal hel en soms de hemel
nu weer brachten.

Dick Smeijers

Ik zou zo graag in Deventer gaan wonen,
In ’t centrum van de stad en dan te voet
Op weg gaan naar een plek waar dichters komen,
Die ik eenmaal per maand om vijf uur groet.

In ’t centrum van de stad wil ik graag wonen
Om in de Perlakelder coûte que coûte
Mijn dichterlijk vermogen aan te tonen,
Want dichten, ja, dat zit mij in het bloed.

Als ik in centrum Deventer zou wonen,
Ging ik steevast al wandelend en route
En dan de prins der dichters tegenkomen,
Want Herman gaat bij voorkeur ook te voet.

Nu eindigt dit sonnet waar het begon:
Met Shakespeare’s zegen in het Pentagon.

Tinus Derks

(vrij naar J. Slauerhoff)

Ik wacht hier met mijn deken strak tot een bundel gebonden
tot iedereen hier weg is uit deze drukke steenwoestijn
Een slaapplek op karton voor de nacht heb ik al gevonden
Maar het is of iedereen nu nog in het centrum moet zijn.

Ik sta bij de muur, niemand komt mij nabij.
Ik ruik naar de straat. En ik ruik naar de stad.
’s Nachts is dit mijn terrein, ik slaap hier vlakbij.
Hier om de hoek zag ik gister nog een rat.

Martin was mijn maat, we dronken altijd samen Schultenbräu
op onze vaste plek, de trap van de Wilhelminabrug.
Martin is toen vertrokken, hij kon niet meer tegen de kou.
Goser ik zie je gauw, zei hij, maar hij komt niet meer terug.

Mijn schoenen zijn versleten en mijn doel ben ik kwijt.
Ik ben een zwerver. En dat blijf ik mijn leven lang.
Waarheen vandaag, ik heb de tijd,  de wereld is wijd.
En ook vannacht is er geen plek in de nachtopvang.

Michiel van Hunenstijn

Zittend op hete kolen
dacht ik een ridder moet dolen
dus toen ik naar mijn voordeur liep
om ergens te gaan proosten
kwamen ze weer wijzen
uit het oosten
ze zeiden buiten is toch zoveel ruis
dus blijf jij nu maar lekker thuis
laat jij je gedáchten nu maar zwerven
en je gedichten voor je gaat sterven.

Wim van den Hoonaard

ik ben geen god
in het diepst van
mijn gedachten

ik ben een zwerver
die verzonken
in spelonken
mompelend
een echo zoekt
en die laat klinken
als een kompel doet

(SMS-gedicht = precies 160 tekens)

(naar Willem Kloos: ‘Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten’).

Wim van den Hoonaard

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!