Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Helaas hebben wij, eind september, moeten besluiten om onze fysieke bijeenkomsten in De Fermerie af te blazen en te vervangen door een gezamenlijk bezoek aan Café Online.

In deze zorgelijke tijden een welkom alternatief!

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café (op weg naar ons tienjarig jubileum), elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst werden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Tot betere tijden en…keep going!

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

In welke taal jij ook schrijft weet ik zowaar de wens daartoe en als ik twijfel ben ik verheugd omdat de vraag daarmee open blijft Met welke klank jij toch spreekt herken ik meteen de streek op aarde en daar mijn geheugen langer wordt heeft het nu nooit voor niets gesmeekt Door welk woord jij mij raakt begrijp ik altijd pas weer in stilte en zo ontstaat iets onvermoeds wat nieuwe betekenis mogelijk maakt Maarten Douwe Bredero

She walks in Beauty

She walks in beauty, like the night
Of clouds climes and starry skies;
And all that’s best of dark and bright
Meet in her aspect and her eyes
Thus mellowed to that tender light
Which heaven to gaudy day denies.

One shade the more, one ray the less
Had half impaired the nameless grace
Which waves in every raven tress,
Or softly lightens o’er her face;
Where thoughts serenely sweet express
How pure, how dear their dwelling place.

And on the cheek, and o’er that brow
So soft, so calm, yet eloquent,
The smiles that win, the tints that glow
But tell of days in goodness spent,
A mind at peace with al below,
A heart whose love is innocent!

Lord Byron (1788-1824), Engelse dichter

De Nederlandse vertaling door Ans Bouter:

Ze deelt haar schoonheid

Ze deelt haar schoonheid met de nacht
Die helder, vol van sterren is
In haar verschijning, oogopslag
Ontmoet het licht de duisternis
De hemel, teder, heeft verzacht
Wat aan de dag opzichtig is.

Meer schaduw of wat minder licht
Doet aan haar gratie weinig af
Haar haar krult zwart in haar gezicht
Wat haar een lichte teint verschaft
Gedachten, kalm, in evenwicht
Ze geven blijk van hun komaf.

Haar voorhoofd en haar wangen rood
Getuigen van haar zeggingskracht
Haar glimlach maakt ons deelgenoot
Van tijd in goedheid doorgebracht
Gemoedsrust is haar bondgenoot
Haar liefde puur en onverdacht.

Voorgedragen door Marleen van Joolen

Er waren eens twee vrouwen,
een rooie en een blauwe,
de rooie was verkouwen
en de blauwe had de hik.
Twee boeven moesten hangen,
een stoere en een  bange,
de stoere werd gevangen,
maar de bange had geluk.
Er waren eens twee buren,
een vreemde en een zure,
de vreemde zat te gluren
tot de zure riep: kijk voor je!
Twee dominees uit Dalen,
een grijze en een kale:
de grijze wou garnalen,
hij wou een portie halen,
en die dan zelf betalen!
maar de kale wilde bier.
Ook dichtertjes verschillen,
maar drukke en zelfs stille
versieren met hun grillen
elke dag van twintig twaalf.

Jan van Laar

Mijn tijd
Zijn tijd
het wordt verleden
Ik ga verder
Pak het volgende
Mijn nieuwe jaar
Niet ik word oud
het zijn mijn jaren,
die één voor één,
zwaar van dagen,
zich zelf ten einde leven
Voor mij de herinneringen,
die mij doen worden
tot wie ik tenslotte zal zijn.

Sieth Delhaas

ik moet u gaan verlaten
zei het oude jaar
2012 komt er aan
ik heb het bijna achter de rug
en nog maar eventjes te gaan
ik kijk nog een keertje terug
ik zal nog voor de laatste maal
nog even met u praten

2011 een jaar voor mij
met hoge toppen
en diepe dalen
met overwinningen
met falen
ik koester de momenten
weer mens te zijn
niet opgesloten in een cocon
en levend in een waas
want
voordat je het weet
is het jaar alweer voorbij

op de drempel van een nieuw begin
voel ik mij verlaten
en sta ik weer bij af
ik laat u nu alleen
2012 neemt het over
hij begint met goede moed
als u maar een heel klein beetje
van 2011 heeft geleerd
dan komt het allemaal
heus wel weer goed
en heeft het leven zin.

zo ziet u maar weer eens
verdriet en blijdschap
liggen heel dicht bij elkaar
daarom wens ik jullie allen
ondanks mijn vertrek
een heel gelukkig en gezond Nieuwjaar.

Twan van Dijk

Ik had graag spoorloos willen leven,
zodat het water achter mij
zich bijbels sloot, de lucht rondom
de strepen wiste en het licht
niet dimde of schaduw wierp opzij.
Ik had mijn voetstap graag verborgen
en naadloos met het zand vermengd,
de geur verdoofd en lichaamswarmte
laten verwaaien op de wind,
mijn stem tot fluistering verengd.
Het liefste had ik meegemaakt
dat ik hoorde “ja, eens was hij hier,
een enkeling herinnert nog,
maar het is te lang geleden, bewijs
ontbreekt en niets staat op papier”.
Maar ik weet dat één er is die weet,
en aan den lijve heeft ervaren
dat ook de lichtste toets naspeurbaar
blijft en aan te wijzen valt
tot in de lengte van haar jaren.

Herman Posthumus Meyjes

denkend dat
een sleur
hem slecht
verlicht

doet hij
een deur
achter zich

dicht

Wim van den Hoonaard

Ik had je graag nog willen zeggen
terwijl jij ‘t wist dit uit te leggen
dat het leven zweven  is
als het leven geven is
maar wat jammer
dat je langsliep
toen ik langsliep.

Wim van den Hoonaard

een jaar in pennenstreken
neergeschreven
maakt indruk voor hoelang
de lijnen uit verleden
komen toekomst tegemoet
spanning blijft in ons
bestaan
en hoop op beter
houdt ons in beweging

door weer en wind gevormd en
nauwelijks te harden
in winter en in zomertijd
zo soepel en zo speels
en van zo vele vormen
dat levenslust zijn weg kan
gaan
zo hoop je
in de barre uren
het hoofd en hart steeds in
balans
te houden dwars door
het ritme van de tijd

het einde van het jaar
is weer in zicht
de dagen worden korter …
en verlengen
de tik tak van de tijd gaat
ongestoord zijn gang naar
broze uren van de kentering.
hoe sta ik stil
in de beweging van de dagen
mijn kloppend hart
heeft moeite met het ritme
en de balans slaat door.
bezinning is zo zeldzaam
het evenwicht hersteld
met moeite ga ik verder.

Dick Smeijers

Een kindervinger tekent op beslagen ramen
de runen van het eeuwig “que sera ?”.
Daar, op het éne, laatste raadsel na,
geeft het al tastend droom en wens hun eigen namen.
Het weet zich vol van toekomst, wachter op de muren,
een torenspits die speurt naar wat er komt.
Oneindigheid had zich in hem vermond
tot mateloze speeltijd zonder ooit blessuren.
De tijd heeft nu aan hem zijn werk gedaan.
Verborgen is het lang voorbije kind.
De wachter slaapt. De torenspits, omrankt door mist.
Maar desondanks blijft het verlangend staan,
dat eens zijn droom in hem bestemming vindt
en aloude tekens nooit voorgoed zijn uitgewist.

Alfred Bronswijk

Neem de tijd om te denken –
gedachten zijn de weg naar de wijsheid.
Neem de tijd om te voelen –
gevoelens weerspiegelen het diepste  van jezelf.
Neem de tijd om dankbaar te zijn –
dankbare mensen zijn de ozonlaag
van de maatschappij

Alfred Bronswijk

Al mijn hier en nu
is nergens en nooit
zonder toen en daar
En ergens en ooit.

Martin Walton

Er komt een trein voorbij,
stopt, maar hij zal doorgaan ,
brengt mensen waar ze willen zijn.
Droef en blij trekt ons voorbij,
het leven wil slechts doorgaan,
dat we mogen genieten o zo fijn.
Er is een kalenderjaar voorbij,
daarom mijn groet voor we doorgaan
naar een tijd vol vrede zonder pijn.

Willem Nieuwenhuis

Jij Raphaël
Daar zat jij,
solide met kippa,
hard werkend.
Een rots gelijk.
Slechts 1 klein verzoek en
de rots verplaatst zich,
vriendelijk, ingetogen.
Je begreep, voelde in
kwam in beweging
maakte ruimte
en straalde.
Mooi gebaar!
Ik legde uit
we spraken,
luisterden,
er ontstond een klik.
PRACHTIG,
menselijk,
zoals dat kan,
maar vaak niet gebeurt.
Toen je gedicht:
‘ik benne’,
Raphaël, ik dank jou
als pracht mens!
Een schepsel van God.

Benne Solinger

Mijn gedicht als antwoord op het gedicht dat Raphaël Helstone (een voor mij wildvreemde man) die, toen wij als familie in Restaurant Engels te Rotterdam napraatten over de begrafenis van onze vader, mij toestuurde. Hij zond mij een mailtje met een hartelijke groet, zoals rabbi’s dat doen.

Kijk daar zit Michiel van Hunenstijn
aan tafel met z’n rug naar het raam.
Hij schrijft een gedicht, z’n bril heeft hij afgezet
en z’n glas wijn heeft hij bijgeschonken.

‘Het leven is vurrukkelluk’ staat op het papier.
Soms klopt dat, dacht Michiel van Hunenstijn,
als het leven lekker liep, dan klopte het wel.
Als de hele bliksemse boel een beetje liep
ja dan kon het leven wel vurrukkelluk wezen.

Ik zie het papier van Michiel van Hunenstijn
vol met krassen en met strepen,
zijn bril heeft hij weer opgezet.
Het lamplicht zet hem eenzaam in een stolp.
Hij neemt een slok en hij zet weer een streep.

Van buiten af zie ik hem
weerspiegeld in het glas.
Het glas is thermopane:
ik zie hem dubbel, is hij niet alleen?

Daar zit Michiel van Hunenstijn.
Z’n wijn smaakt wrang, en z’n gedicht vlot niet.
Het leven is niet altijd vurrukkelluk
en het is niet altijd fijn
om Michiel van Hunenstijn te zijn.

Michiel van Hunenstijn

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!