Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

hij staart naar het matglazen raam in zijn cel
ziet de contouren van leven buiten
hij droomt zichzelf nog een bestaan
daar krassen lawaaiige kraaien
maken gaten met hun snavels
eten zijn gedachten
over een dag of wat
gaat de laatste bel
en is alles op
zijn dromen
zijn denken
zijn kijken
zijn tijd

Ger van Diepen, maart 2024

Het brood is op
De kaas is weer eens op
En de jam is ook al op
Mijn gezondheid raakt gebroken in de knop
Hoor ik hier de hongerklop?
Mijn spijsvertering in het slop
Kom hier waarschijnlijk niet meer boven op
Voor de winkels is het ook een strop
Hebben hiervoor nu een verkoopstop
Slijten nu alleen nog zoute drop
Dikke tranen wellen in mijn krop
In mijn mond een bittere prop
Krijg er ook pijn van in mijn kop
Gisteren nog een half ei
Nu alleen nog maar een lege dop
Van Doedintsev is Niet bij brood alleen
Dat boek is voor mij de absolute top
Wordt als film waarschijnlijk wel een flop
Maar ja, dit alles is beslist geen mop
Want mijn zuur verdiende brood is wel echt ‘op’.

Cees Leliveld, maart 2024

O, poëtische opstelzinnen
graag had ik die voor u opgezegd.
Er schoot mij niets te binnen.
Dat wat ik schreef dat vond ik slecht.

          Op de oppervlakte is het Opsterland
          bezaaid met opperdoezen op het land.

Het was in mijn optiek niet optimaal.
Te oppervlakkig allemaal.
Misschien had ik een kans
iets op te scharrelen in het Opperlans!
van Battus, die op-Stoker.
Echter, niets borrelde op uit die koker

Totdat ik NIET op zoek ging, nergens op af
onoplettend de trap op staarde,
toen zich het inzicht openbaarde:
immer op is nimmer af.

Charles Matthijssen, maart 2024

Op een dag woonde ik op een dorp
met de huizen dicht op elkaar
waar nog op de deur wordt geklopt
als je op bezoek komt

Op aanraden van dorpelingen
speel ik het spel “mens erger je niet” mee
Je wilt tenslotte toch niet op vallen
dus wandel je op je dooie gemak achterom

Samen met een bakje troost
komen de verhalen op tafel
Van Berta die net heeft gekalfd
en over Jan die piene in de boek heeft

Het is heerlijk toeven op het dorp
Je kunt op elkaar rekenen
als er iets op komst is, je ligt op bed
of niet op gang kunt komen

En dan de romances op het platteland
Els is op Ed, Gijs is op Mans
Sientje is op Niemand
en Niemand is op iemand

Een kameleon op het dorpse
die de dorpelingen trakteert
op stadse fratsen, bomen opzetten en die
samen snel de bloemetjes buiten gaan zetten

Want, op is op

José Hattink-Blom, maart 2024

Waarom meer werk geschreven,
een werkzaamheid dag en nacht en erna weer
op elk moment:
gericht op een oeuvre en
wat erna komt?
Slechts af en toe nog zomaar
wat we werkelijk willen
doen, en
Even weinig opbeurend:
meer af dan op
nu we ouder worden:
er wordt veel gestorven,
minder afgerond.

Jan de Vlaming, maart 2024

Kwintijn
Angèle is een topsopraan
en smoorverliefd op Dries.
Die valt uitsluitend op een alt
en heeft een oogje op Alice,
die slechts op vrouwen valt.

Opperlans
Opperlandse opticiens optimaliseren
opzichtige opzetjes, opdat optimistische
oppermeesters, oppassende opzichters en
opgewonden opstandelingen optimaal
opzienbarende optochten optuigen.

Ready made
Ben je de Bob
Zeg het hardop

Limerick
Een jongeman uit Loon op Zand
vond laatst een bruid in Opsterland,
kocht toen op bestelling
een huis op Terschelling
en woont daar nu met haar op stand.

Haiku
Op weg naar Oploo
troffen wij in Loppersum
bevende aarde

Olleke Bolleke
Opperste oppermacht !
Zeus is als oppergod
streng op gedraging van
goden en mens.
Zelf kickt hij lustig op
grensoverschrijdingen,
want als de baas van elk
kent hij geen grens.

Grafschrift
Voor eeuwig ligt hier O.P. Mans
te wachten op een tweede kans.

Tinus Derks, maart 2024

Dat het hier op
uit zou komen
op een vrouw
op een man

het harnas
van de huiver
had z’n maat
gewoontezuiver

een geijkte pas
twijfelt beslist niet
is is daar nooit was

stille jaren van
stom verdriet
dat is het echte
leven ook niet

uit dus die huiverjas
ik kon toch dansen, ook op
het graf van de kale kardinaal,
ik regisseer nu vrijmoedig
de jongste kale zangeres en
wacht inmiddels net
als de buren gewoon op Godot.

Henk van Rossum, maart 2024

Zij wilde niet dat kruimels die van tafel
vielen in de duisternis van haar lawaaierige
stofzuiger voorgoed zouden verdwijnen.
Ze koos ervoor die restjes met haar stoffer
op te vegen en die daarna op haar stoepje

voor de vogels uit te strooien. Wanneer ze
daarmee klaar was, riep ze: ’Op is op!’
Niet alleen genoot ze van het stille pikken,
zeker ook van de gedurfde vogelvluchten
die daar toen op volgden en waarin de

leeuwerik ternauwernood de klauwen
van de valk wist te ontwijken. In die
complexe ambiance lukte het de vrouw
haar nederige taak een bovenaardse glans
te geven. Toen ruimde ze de stoffer op.

Jan van Laar, maart 2024

Op is ’t geduld met grauw en kil,
geef gauw mijn voorjaarskleurenbril.
Waar blijft toch de citroenvlinder?

Er hipt een groenling door de zooi
van donkere plantenresten, mooi
contrast zijn gele verentooi.

Op is ’t geduld met grauw en kil,
geef gauw mijn voorjaarskleurenbril.

De vrouwtjesvink tikt aan het raam:
heb je mijn man al horen slaan,
met zijn rode borstveren aan?

Op is ’t geduld met grauw en kil,
geef gauw mijn voorjaarskleurenbril.
Waar blijft toch de citroenvlinder?

Lies Prins, maart 2024

De wind steekt op
De koek is op
Het doek gaat op
Of gaat het open ?
Ik los de nieuwste puzzel op
Ga dan een stukje lopen
Op de dijk
De zon is al een tijdje op
En ergens anders onder
Mijn nieuwste hoed
Zet ik maar op
Opdat de regen op mijn kop
Geen vat meer krijgt
Dan wind ik mijn horloge op
Het is niet digitaal
Op tijd stap ik dan op de trein
Naar Deventer
Waar iedereen op eigen wijze
Slim zal zijn met woorden
We nemen na die tijd vrees ik
Niet veel meer op

Anna Wiersma, maart 2024

Van wat mij verontrust
lees ik de helft,
negeer de conclusie,
sluit mijn oren voor
de stem van mijn vader
die zich na de oorlog
door geen vredesakkoord
liet bedotten: “geen volk
wil de geest terug in de fles.”

Want hardhorend of blind,
op mijn trommelvlies bonkt
meer en meer zijn gelijk,
blijkt zelfs van de fles
elk spoor te ontbreken,
herrijzen de vaandels,
is van de conclusies
de intocht ophanden –
komen wij voor het fluiten
van kogels onafwendbaar
binnen bereik.

Louise Broekhuysen, maart 2024

Opperdepop, de liefde is nog lang niet op
sapperdeflap, knapperdepap zette al z’n zinnen
op een jonge huppeldepup, met kriebeldebiebel
van binnen en hodeldebodel in z’n kop.

Hieperdepiep, de liefde is nog niet uiterdepuit
z’n slingerdeslang ikkerdekik, ze smelten de kazen
maar de reutemeteut spreekt over die zuipschuit,
daar heb je het rinkeldekinkel al in de glazen.

Men sabbeldebabbelt van retteketet
over die oetepetoet en hoeperdepoep
zat op de stoep, kom laten we vrolijk wezen,
sla verdomme rommeldebommel op je trommel.
wel ja – al weer een flesje wijn, slobberdedobber
en knapperdepap zat op de trap, kom laten we vrolijk zijn.

Dick van Welzen, maart 2024

Op de horizon
rolt de stip op tot sneeuwbal
en komt op mij af

(haiku)

Wim van den Hoonaard, maart 2024

Is ’t heus een halve eeuw geleê,
Pauline line mijn,
dat ‘k steeds na ’t college van Van Bree
zó heel dicht bij U mocht zijn…

We fietsten tsaam naar jouw adres
aan ’t Leids Piet Paaltjenspad,
waar jij, Paulien, mijn meesteres,
een studio bezat.

Daar pakte jij je mandolien,
Pauline line mijn,
dan liet je mij je kunsten zien,
hoe zoet, hoe teder fijn

je zang- en snarenspel weerklonk,
Pauline line mijn,
terwijl de zon ter kimme zonk,
en ik een kruidentheetje dronk.

Dan hoorde ik een immortelle,
zo schoon, zo zuiver en zo delicaat
als nimmer nog een Leidse Èle
gezongen had bij nacht of dageraad.

Wat vloog de tijd, – of stond ze stil,
Pauline line mijn,
gans het heelal was zoet en rein,
soms weet een man niet wat ie wil –

Tot jij je mandolien weer borg, en
fluistervroeg: hou je van kroelen?
Dan maakt een man ineens zich zorgen,
en alles in zijn lijf gaat woelen.

’t Wordt tijd, zei ik, naar huis te gaan,
Pauline line mijn,
’t is nog een flink end hier vandaan.
Maar ‘k vond het echt heel fijn.

‘k Bezweer U, goede vriend, en gij, vriendin,
de draak hiermede niet te steken.
Er zit wezenlijk zo iets aandoenlijks in,
dat m’n hart er nú nóg van mocht breken.

Joseph Paardekooper, februari. 2024

Doffer Daaf bracht een aubade
aan mijn lieve dochter Jade.
Hij vroeg haar tot zijn gade,
ze waren beiden niet te versmaden.

Zij volgde hem op gevleugelde paden.
Jaloezie heeft hen verraden.
Er werd een jachtgeweer geladen,
het stond vandaag in alle bladen:

Een jonge duif werd tot haar schade,
bestreken met een tapenade
en gevuld met vetbolzaden,
op een open vuur gebraden.

De vondst der veertjes was beladen,
doffer Daaf brak uit in een woeste tirade.
We legden de botjes bedekt met een wade
onder een boog van de arcade.

Tijdens de vliegende parade
bracht Daaf haar nog een serenade.
En ik maakte, goeie genade,
deze aangrijpende ballade.

Lies Prins, februari 2024

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!