Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

En ze hadden gelachen
en hij had naast haar gestaan.
En even, heel even maar . . .
En had hij haar nu aangeraakt?
En met zijn hand haar arm geraakt?
En meteen had hij zijn hand teruggetrokken.
En hij had zijn excuus gemaakt.
En zij had vriendelijk gekeken
en ze had gezegd dat ze niet van porselein was.
En hij had haar naakte lichaam geheel van porselein in zijn verbeelding gezien
En zij was een porseleinen beeldje in zijn hand met wit glazuur
en met rode lipjes.
En dit was er, één duizendste seconde geweest.
En toen hij zo verdwaasd afwezig keek
en niet reageerde op haar vraag
‘En wanneer zie ik je weer?’
En was zij weggegaan?
En hij kon het niet begrijpen
en telkens
en telkens weer zag hij dat wit porseleinen beeldje
en de rode lipjes.
En . . .
en hij wist haar nooit meer.

Charles Matthijssen, april 2024

ik heb een mooi cadeau gekregen
een hoofd, een hart en een ziel nog vaak verzwegen

liefde wordt dichters ook wel ingegeven
en met azijn, rode wijn, of wel het zijn dan vormgegeven

Wim van den Hoonaard, april 2024

(tip: “Als de liefde niet bestond”- lied van Toon Hermans)

Was het echt zo heerlijk om te verdwalen
al sling’rend langs onze liefdes’ wegen
en hoe eerlijk zingen dan nog uw verhalen
dat u mij geriefde, zelfs in de winterregen?

Was het echt begeerlijk kussen te halen
waar mijn hoofd reeds deerlijk nedergelegen,
terwijl u de elders verwekte donderstralen
onze hele echt voor mij had verzwegen?

Was het zo verkeerlijk toen mijne journalen
schreven van ontveerlijk verlangen, verkregen
in onze barre gangen over bergen en dalen,
kwamen we daar vooral elkaar maar tegen?

Was het echt een bezweerlijk samen falen
waar u mij toch eerstlijk zo leek toegenegen,
maar altijd mijn doen en laten wist te bepalen?
Op onze levenstocht rustte praal noch zegen.

Was het echt onontbeerlijk zo uit te halen
naar mijn lievelingsbeesten die u kleinkreeg en
die eigenlijk onverteerlijk in glijdende schalen
tot het hemelse gerecht zijn opgestegen?

Was het echt niet te bekeerlijk al mijn kwalen
zo breed uit te meten met uwe oorvegen,
ja, ik wil best wel de veerman voor u betalen,
maar… wie zal ten lest onze liefdes wegen?

Dick van Welzen, april 2024

Twentol
Vandaag liggen hier de sluizen over het Overijssels Kanaal
die helemaal niets weten van de vroegere brug, van het verhaal
waarin een knokploeg deze bewaken ging in die laatste oorlogsdagen
om te voorkomen dat de bezetter de Canadese opmars zou vertragen.

Met de bevrijding al in zicht, het was wellicht een te vermetel plan
nauwelijks bewapend en klein in getal – eigenlijk zonder kans –
verschanste de ploeg ze zich in Twentol, de nabije smeeroliefabriek
de tot dan machtige mof toonde zich ook in de finale zeer fanatiek.

De groepsleden waren merendeels ‘Koloniale Landbouwschool’-student,
vijf man, later meldden zich nog twee en een koerierster present
maar de dag daarop explodeerde toch de reeds ondermijnde brug:
de verzetsstrijders konden niet meer naar de binnenstad terug.

Met de fabriek pal in de vuurlinie stapte een Duitse soldaat,
op onderzoek binnen; ze waren op hun post, stonden paraat,
schoten hem in z’n been en te goeder trouw lieten zij, als hij
beloofde over het voorval te zwijgen, de verwonde vijand vrij.

De soldaat evenwel brak z’n woord, dus beval de Ortskommandantur
dat zonder uitstel het gebouw, vol met olievaten op de vloer,
door een patrouille omsingeld moest en beschoten; de hel ontbrandde,
direct vielen er twee van hen die dapper Twentol bemanden.

Eén lid van de knokploeg slaagde erin het gevecht te ontvluchten,
springt in de IJssel, gedekt door de zwarte brandluchten;
opgepakt, in looppas, werden de andere mannen en de vrouw,
het geweer in de rug gezet, over de Mr. de Boerlaan gedouwd.

Gehaast zijn, in een speeltuintje aan de Snipperlingsdijk waar
nu het monument staat, de jonge helden standrechtelijk openbaar
en tezamen geëxecuteerd; vlak daarna, in geen drie kwartier tijd,
arriveren op die 10de april 1945 de Canadezen, Deventer wordt bevrijd.

In open kisten lagen de vermoorden in de Lebuinuskerk opgebaard,
de gruwelijke foto van Corrie – bijna Sneeuwwitje, niets bleef haar bespaard –
ging de wereld over en duizenden kwamen naar het ceremoniële afscheid,
een trieste uitvaart – schril, want tegelijk vierde de stad z’n herwonnen vrijheid.

Voor Corrie Bosch en haar man Jos van Baalen, omwille van óns omzien
in eerbied, zijn ter hoogte van haar ouderlijk huis bij Sallandstraat 14
twee struikelstenen ingegraven; ze werden slechts 19 en 22 jaar oud
en waren samen, toen zij hun leven gaven, pas twee weken getrouwd.

Dick van Welzen, 2024

Schrijf toch eens over
de liefde – en dan niet zo
keurig, zo hemels, zo stralend,
zo boordevol fatsoen,

meer zoals in de Middeleeuwen
hongerige honden menselijke
resten opgroeven, het vlees
losscheurden; het hijgen,
de stank, het schrapen van
tanden langs bot, het slurpen,
vermalen, verorberen –

niet over het trillen van wimpers
op de wang naast de jouwe,
vlak voor het wakker worden;
niet over de hand van wie
meegaat naar de uitslag
in het ziekenhuis

en zeker niet over het samen
kijken naar de boom in volle
bloei, wit als op de dag
van de Schepping –

en daar niets
over hoeven zeggen.

Louise Broekhuysen, april 2024

ik denk soms
dat jij er was
in al die andere liefdes
die er waren; jij dan
nog anders en elders, jij

in de verleden tijd
en bij tijd en wijle; zij nog
spokend in mijn hoofd,
maar dan zonder die wreedheid
van het verlaten of verlaten worden

hoe lang duurt, duurde onze liefde al niet,
dan, helemaal door
alles heen,
mijn trouwe schat en
ik de jouwe, steeds
tot nu toe:

pas scheidend in de dood?
of nog erna, waaraan
wij (nu nog) niet geloven
kunnen

zijn wij er dan
geweest?
Zeker!

Jan de Vlaming, april 2024

Om bij het begin te beginnen:
ik kwam ter aarde, zag,
en wist: van overwinnen
is voorlopig geen sprake.
In mijn achtste levensjaar
besloot ik me te gaan bekwamen
in het schaken, en nog wel
tegen mijn vader, tegen
wie ik de volgende jaren
uitsluitend nederlagen leed.
Toen het leed was geleden
en de baard mij de keel
toekneep, wist ik: ik moet
nieuwe wegen inslaan,
verliet het ouderlijk huis,
en trok de wijde wereld in.
’s Anderendaags ontmoette ik
een jongeling, die het schaken
evenmin meester was. Zo
geraakte ik in de ban van
het pluimbalspel, en van schaken
was geen sprake meer. Het leven
is kiezen en delen en leed
kunnen velen. Al doende leert
men, en ik leerde onderspit
delven, dat het een lieve lust was.
Maar aan alles komt een eind,
alleen het leven gaat door,
totdat ook dat, op ’n dag,
ophoudt.

Joseph Paardekooper, maart 2024

Waarde oprichters en mededichters van dit op dorstige geesten beluste poëziecafé.

Op de valreep besloot ik om een brief op te stellen om jullie op de hoogte te brengen van mijn opschrijfproces rondom de opdracht op om zo op te helderen waarom deze literaire vorm een betere oplossing is voor mijn bijdrage dan een snel opgehoest vers. Bovendien kan de briefvorm in deze digitale, opgewonden tijd wel een opwaardering gebruiken maar dat terzijde.

Ik wil hierbij opbiechten dat er een oproer in mijn hoofd krioelde van opstandige gedachten en dat het me veel moeite kostte om mijn mouwen op te stropen om iets zinvols over op op papier te zetten. Toch wilde ik niet op de vlucht slaan en zeker ook niet mijn ongenoegen opkroppen, vandaar dit schrijven.

Is het op zijn minst niet opvallend dat in deze tijd van opportunistisch individualisme, waarin iedereen zich op X een Mozes op de berg waant die met zijn heilige geschriften de enige juiste geboden opeist, ons opperbestuur ons opzadelt met het voorzetsel op?! Hoe dan op …..en ook nog eens waar boven op ……….. Waarom wordt op op zo’n prominente plaats gezet?

De voorkeursplek van op dient toch slechts om iemand weer eens op het schild te hijsen of om het ego op te poetsen?! U hoort het al, U vindt in mij een enorme opponent van deze prepositie en ik doe bij deze een oproep aan onze nestors om zich niet te laten opjutten noch opslorpen door de huidige oppervlakkigheid.

Omdat ik niet al te hard tegen U wil optreden en ook niet voor te veel opschudding wil zorgen probeer ik U op andere gedachten brengen. In mijn optiek liggen er genoeg andere onderwerpen voor het oprapen. Wat dacht U van de oppositie van op namelijk onder? Of roept onder teveel nederigheid bij U op en past dit woord wellicht net als onopvallendheid in de 19 e eeuw toen politici nog geen opzien wilden baren met allerlei opgeblazen oprispingen.

De ligging van ons Nederland waarin we in feite onder zeeniveau leven zal zeker invloed hebben op ons gedrag waarin we ons telkens weer moeten oprichten maar laten we ons niet oppompen tot een soort van opperwezens.

In alle oprechtheid vraag ik U, nestors, een pas op de plaats te maken. Ik wil nog graag opmerken dat het bestuur bestaat uit oplettende literaire deskundigen, die onze prestaties willen opschroeven maar op het hoogste niveau van op is er slechts één schrijver die optimaal kan schitteren en dat is Battus met zijn Opperlandse Taal- en Letterkunde.

Hoogachtend,

Uw nederige dichter Bertje van Delden, maart 2024

Glippend door moeders coulissen gaan we op
Op, op het schouwtoneel van deze aarde
Wordt jouw ongevraagde worp van waarde
Een succes of hangt reeds om jouw keel de strop

Levenslang de kost verdienen dus vroeg op
Naar de fabriek, de politiek, het onderwijs
Of de schone kunsten, maar dat heeft een prijs
Bereik je de top, kom je Op1, of word ‘t een flop

Dan zoek je troost in de kroeg of in een coffeeshop
Ach waarom zou jouw leven zinvol moeten schijnen
Als je miljoenen mensen zinloos weg ziet kwijnen
Drink of spuit, met een shot of slokop voel je je top

Maar kom op, kop op …
Schrijf door! tot je laatste hartenklop, jouw winterstop
Pas dan druk je op de pauzeknop, desnoods de noodknop
Dan pas mag je weer, bij de verbrandingsoven, de coulissen in
Verlaat je dit dwaze schouwtoneel voor een onbestemd begin

Neletta van Heuven, maart 2024.

op materie ligt mijn focus
omdat gevoel me weinig zegt
weet liever hoe iets werkt
al vind je me zo Square

op zich ben ik behulpzaam
geef echt wel om de ander
maar Plan liever verder
dan kletsen om contact

op mijn manier doe ik sociaal
maskeer daarmee een wens
verbloem zo mensaversie
en hoop dat men dit pikt

op de huid is niets voor mij
maar wellicht zal op termijn
aanraking gelijkelijk opgaan
in de wil te doorgronden

Op een dag

Maarten Douwe Bredero, maart 2024

De wereld op zijn kop
Mijn verhaal in notendop:
Een steen is op mijn hoofd gevallen
Ik schrok me rot
kromp in elkaar
maar wat is absoluut het malle
De steen greep naar zijn kop
een kreet uit zijn strot
riep: TROT, jou hoofd
is mij zeer slecht bevallen.

Lucy Kortram, maart 2024

Op
Op is eerlijk, zei mijn moeder altijd
Terwijl ze de lege pan op het fornuis zette
Op, zijn de namen van de kleinkinderen
Op, voelt niet altijd als eerlijk

Op een goede dag ontdekte je
Dat de buurman een rivier onder je huis liet
doorstromen!!!
En op onverklaarbare wijze was de kerstboom
verdwenen..
Maar… was haar dochter niet pas op zolder
geweest…?!

Toch ben je op een goede dag
Bijzonder blijmoedig geworden
Als een kind zo blij zit je op je stoel
Dankbaar voor het eten, dat je dochter op het
aanrecht zet.
Hoe is het met de kinders? Vraag je gewiekst
Zodat je hun namen niet hoeft te reproduceren
Je vraagt het minimaal 7 keren
Op één ochtend

Je morst koffie
Op je toch al morsige jurk
Het deert je niet
Op de tafel ligt een sudoku
Drie vijven op een rij
Rekenen we ook goed

Esther Smit, maart 2024

Een dame stond met haar handelswaar
Tot ‘s avonds laat voor de klanten klaar.
Schaars gekleed en op stiletto hakken
Te wachten op gerimpelde oude zakken.

Ze had één vaste klant
Die was nogal gênant
Een vervelende dikkop
Daar had ze de pik op.

Nooit een vrijgezelle vent, alles tweedehands
Dan weer op z’n Grieks en dan weer op z’n Frans.
Al jarenlang het hetzelfde gedonder
Elke dag weer erop of eronder.

Vergeetachtigheid

Een man die altijd zo mooi zong
Zijn naam lag me voor op de tong.
Kon mooi vertellen over z’n dromen
Kan even niet op zijn naam komen.

Het gebeurde telkens weer met deze heer
Sterker nog het gebeurde me keer op keer.
Niet dat ik last heb van vergeetachtigheid
Maar ik raak alleen zijn naam steeds kwijt.

De klok

Heb de klok een slinger gegeven
Die slaat nu weer half en heel 7.
Dat fraaie ritme en getakketik
De klok is meer opgewonden als ik.

Fredde Förch, maart 2024

hij staart naar het matglazen raam in zijn cel
ziet de contouren van leven buiten
hij droomt zichzelf nog een bestaan
daar krassen lawaaiige kraaien
maken gaten met hun snavels
eten zijn gedachten
over een dag of wat
gaat de laatste bel
en is alles op
zijn dromen
zijn denken
zijn kijken
zijn tijd

Ger van Diepen, maart 2024

Het brood is op
De kaas is weer eens op
En de jam is ook al op
Mijn gezondheid raakt gebroken in de knop
Hoor ik hier de hongerklop?
Mijn spijsvertering in het slop
Kom hier waarschijnlijk niet meer boven op
Voor de winkels is het ook een strop
Hebben hiervoor nu een verkoopstop
Slijten nu alleen nog zoute drop
Dikke tranen wellen in mijn krop
In mijn mond een bittere prop
Krijg er ook pijn van in mijn kop
Gisteren nog een half ei
Nu alleen nog maar een lege dop
Van Doedintsev is Niet bij brood alleen
Dat boek is voor mij de absolute top
Wordt als film waarschijnlijk wel een flop
Maar ja, dit alles is beslist geen mop
Want mijn zuur verdiende brood is wel echt ‘op’.

Cees Leliveld, maart 2024

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!