Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

het lijfblad van mijn moeder
gevouwen tot vier vliesvleugels
op een slanke romp zonder kenteken

landt doorgaans op mijn witte tors
als die blakert op de stretcher

maar nu op het opengevouwen boek
“De mooiste van Ungaretti”
bijna tegelijk ook drie vliegen
onderlinge verschillend in grootte
maar ook ten opzichte van hun verre tante

zij lijken niet te begrijpen
waarom ik hier zit bij de bergkap
op een morsige keukenstoel
met de rug naar de avondzon
met een glas rode huiswijn en
ontroerd door de schaarse regels
bovenin het verblindende papierwit
van de dichter uit Alexandrië

misschien wanen zij zich
in het wit van zijn woestijn
dat de warmte reflecteert
op hun tors en tracheeën

misschien. 

Louis Radstaak

ik had me graag je naam herinnerd
en hoe je mijn naam fluisterde
niet de naam die mijn ouders mij gaven
de naam voor het dagelijks gebruik
maar hoe jij me noemde
mijn naam voor de nacht

ik had graag aan je geur gedacht
niet het opgespoten luchtje uit een fles
maar de geur van huid, de geur uit poriën
waardoor we agressie herkennen
en angst en hartstocht of
alle drie tegelijk

ik had graag je blik onthouden
hoe je keek toen
niet zozeer je gezicht op dat moment
maar het verwijden van je pupillen
en de wisseling van de kleur van je irissen
van licht naar donker en terug

dat had ik allemaal graag geweten
maar ik weet alleen nog
hoe warm het was

Ger van Diepen, augustus 2022

en warm
was het

Ger van Diepen, augustus 2022

Haarlemmerhout biedt
geen beschutting.
De bomen uit de Camera
staan jankend bij elkaar.
En tranen drogen sissend
in een ploertige zon.
Was het maar winter.
Was de kermis maar
op het ijs, we zouden zwieren
langs de tenten, een wolkje
blazen in de lucht.
Een warme wafel eten.
Haarlemmerhout, waar
het ‘s zomers niet warm is
en ‘s winters niet koud?
Wat bak je me nou…

Anna Wiersma, 19-4-2022

te warm om te zitten
te heet om te staan
te warm om te blijven
maar ook om te gaan

te heet om te praten
voor Jan en Piet en Klaas
dus staakten die makkers
hun wilde geraas

te heet voor complotten
te warm voor gebed
te warm om te chillen
maar ook voor een chat

te warm voor de koning
en voor zijn gezin
het koninkrijk beefde
van ’t eind het begin

te warm om te huilen
te warm voor de pijn
geen mens was in staat om
verschillig te zijn

voor wind en voor regen
was hitte te heet
poëten bewaakten
hun ziel en hun leed

te warm om te minnen
te heet voor een kus
te warm voor de liefde
zo warm was het dus

————————-

in hittegolf leven
vol kommer en kwel
is hard te verduren
maar slechts bagatel
zo heet zijn de tropen
nog heter de hel

Tinus Derks, augustus 2022

Badend in het zweet
schrok hij wakker
op de vlucht voor vlammen en
kale zangeressen met absurd vuur
als in een Ionesco-theater
een lotgenoot lag nog
op zelfgekozen klinkers
te happen naar z’n laatste adem
een kale priester snelde toe
druk met hel en verdoemenis
in niet uitgesproken woorden
vuurprofeten gaven kraaien
inspiratie voor een nieuwe mars
de hitte, hels, niet te harden
hielp hem uit de droom

Net wakker weet je al niet
meer hoe warm het was…
en wat moest al dat vuur?
vlammen met een Roomse klucht?

Hoe laat is het eigenlijk?

Henk van Rossum, augustus 2022

Steeds als ik probeerde een theorie over mijn fascinatie voor
naaktheid te ontwikkelen, dacht ik aan Paul Gauguin. Hij
schilderde vrouwen op het strand en liet daarbij niet alleen
maar bloot zien, hij bood ook ruimte voor vermoedens die tot
naakte feiten waren voorbestemd. Ik vroeg mijn prof of hij
mijn gedachtegang kon begrijpen, maar hij wilde daar als
bioloog geen uitspraak over doen.

Op een zomerse dag liep ik langs het strand. Ik had een
donkere bril opgezet om de zonaanbidders deTahitiaanse
kleur te geven die Gauguin ooit gekozen had toen hij
schilderde hoe warm het was. Daar kwam ik mijn
prof tegen, die bereid was nu wel een antwoord te geven.
Hij vond dat slechts een naakt feit niet bloot kan zijn,
hoewel op dit strand bepaalde vormen van naaktheid
voorkwamen die zijn stoutste vermoedens te boven gingen.

Jan van Laar, augustus 2022

Ik waan mij in het land waar ik
nooit was. Filmfragmenten
laten zien hoe licht ze zich
bewogen, vader, moeder,
broertjes – een gratie ongekend
in het kille Nederland. Hollend
over hellingen, in uitgestrekte
tuinen met hun bloemengeuren
dwars door het celluloid.

Onder mijn parasol, koel
water binnen handbereik,
kantelen de beelden. Hoe
onder deze zon de mannen
werden afgevoerd, de vrouwen
urenlang in rijen op appèl.
Uitgeteerde kinderen
ten prooi aan tropenziekten.
Het – voor de hitte uit – haastige
begraven in onbestemde grond.

Eenmaal in het thuisland
bleef het sprankelend bewegen
hun herinneringen kleuren.
Pas met het eind in zicht
kreeg in koortsdroom
en doorwaakte nachten
het schroeien, branden
uit die verdrongen jaren
genadeloos de overhand.

Louise Broekhuysen, augustus 2022

hoe ten lest het water hard kon worden gemaakt
opdat de zinkende zon niet meer zou verdrinken
hoe dit hemels lichaam later in haar cyclame stralen
over de gevlekte vlakte schaatste, als een ware vedette
hoe zij met lange halen afgetekend strepen zette
dwars door onze grafiek met drie assen: schoonheid,
geluk en tijd, die wij hoopvol in de ijsvloer krasten

hoe komt toch die gloed op je schoon gezicht,
door het zonnevuur, vroeg ik of is het in dit late uur
van de zopie, toen fluisterde ik aan de haard
mijn vraag, hoe jij ook hier die vlammende blos
bewaarde voor onze fel opbrandende liefde,
die maar weinigen begrepen, je zei: m’n scheermes
heb ik vanmorgen veel te scherp geslepen.

Dick van Welzen, 16 augustus 2022

U moet met die hitte
wel veel drinken hoor,
zegt de verzorgende tegen mij.
Verzorgende?
Zo iemand noemden wij vroeger: zuster.
Die vormden toen een eindeloze rij:
Zusters van Liefde, Zusters van het Allerheiligst Hart,
Kleine Zusters van de Heilige Joseph,
Zusters van Barmhartigheid, Zusters van de Choorstraat,
Zusters van Julie Postel, Zusters van Schijndel,
Missiezusters van het Kostbaar Bloed,
Missiezusters Dienaressen van de Heilige Geest,
Zusters Ursulinen, Zusters Franciscanessen,
Zusters Dominicanessen, Dochters der Wijsheid,
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid,
Dochters van Onze Lieve Vrouw,
Zusters Karmelietessen, Dienaressen van het Heilig Hart,
Arme Dienstmaagden van Jezus Christus,
Dochters van Maria en Jezus,
Zusters van ‘De Voorzienigheid’,
Zusters van het Arme Kind Jezus,
Zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort,
Zusters van Onze Lieve Vrouw ter Eem….
Kom daar nu nog maar eens om!
Tegenwoordig is een verzorgende soms ook een man.
Zo iemand noemden wij vroeger: broeder.
Zoals daar zijn: de Broeders van….
Maar goed, ik moet veel drinken.
Maar wat? Dat zei zij (of hij) er niet bij!
Op water moeten we besparen.
En lauwe thee? Daar krijg ik buikpijn van.
Ooit maakte men reclame voor Goblet,
de jenever met de zachte g,
en ook de Bokma staat niet langer koud.
’t Is daarom dat ik het maar
bij vin de France of een vino primitivo houd.

Cees Leliveld, augustus 2022

Zijdelings glijden mijn handen
Over de gladde huid van de fles
Ik kies met precisie

Ik, die geen vlieg kwaad zou doen
Kies, voor een pijnloze
Incisie

Ik keer de bovenkant
Van mijn moordwapen
Om

En giet een zoete lokstof
In de bodem
Drommen

Aan Belagers
Zullen de dood vinden
Dom als ze zijn

U dacht nog
‘Wat een leuke vrouw’
Dat is ten dele waar
Want voor u staat
(niet schrikken)
Een wespen-moordenaar.

Esther Smit, augustus 2022

Er was eens een huis
waar ik de liefde leerde
zonder achteruitgang
zodat het ‘m niet smeerde

Na allerlei verhuizingen
besefte ik het pas:
al wat in mij is voorbijgegaan
steeds verder van hoe warm het was

Wim van den Hoonaard, augustus 2022

de zon de zon dezelfde bron, het water
het water dezelfde on-
verbiddelijk wedervergeldend

de zon zonder genade
het water dezelfde bron, het water komt
orka-glad aan

natuurgeesten razen met versteende
dromen, faten spinnen chaos
een lichtstraal

onverschoonbaar
de zon op het water
blinkt uit

vlammen ontsteken onwerkelijke
aarde doodsgodin schoon
het water komt de zon bloedt

door ons de zondvloed

Marianne Durkstra, 2022

Ik had op de rommelmarkt
een mensbeeld gekocht:
oud, beschadigd en ooit
in alle denkbare kleuren
overgeschilderd.

Ik besloot tot een
ingrijpend reinigingsritueel
en algehele restauratie.

Ik wilde de naakte
ondergrond kunnen zien
de kern
de essentie
het oerbeeld
voorbij zijn verschijningsvormen.

Wat ik aantrof verraste mij:
ik zag alleen mijzelf
als in een spiegel.
En heb me afgewend.

Het beeld staat nu
naast mijn oude wereldbeeld
in mijn vitrinekast:
gladgeschuurd
kleurloos.

Leen de Oude

na waarnemerstaken
rond het halfdiep –
wie plonst in de schittering?
klimt op de kant?
ik tel mijn zwemmers
geluk spat eraf
in hun glinsterbanen
voldaan druipt
het op tegels na –
volgt mijn eigen duik

onder het oppervlak
los van de wereld
kalm, sereen
één met het water
azuurlagune zonder later
vloeien bodem, wanden samen
met het spansel boven mij
omhuld door blauw
in glijvlucht, tijdloos
licht, zo licht, oneindig vrij

Astrid Aalderink, juli 2022

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!