Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

Op zo’n tweehonderd meter bij mij vandaan
begint het Gooikerspark.
Weidse naam voor uitzonderlijk veel gras,
onregelmatig struikgewas
en hier en daar een boom.
Waar zomers schapen grazen,
men in De Ulebelt
voor de kleinsten onder ons
natuureducatie tot leven brengt.

In het park is doorgaans veel beweging
maar op die bewuste avond niet
en trof mijn blik een roerloze gestalte
in elkaar gedoken
op een primitief soort bank.
Daar zat anders nooit iemand!

Een gestalte, wat in elkaar gedoken….
Geen man, dat kan ik aan de kleding zien.
Dan zal het dus een vrouw zijn
al is dat tegenwoordig niet vanzelfsprekend.
Ze zit heel stil en toch houdt iets haar bezig.
Misschien onwel geworden?
In dat geval moet ik er dringend heen.
Geen EHBO diploma maar wel
een mobiele telefoon voor de 1 – 1 – 2.

Misschien zit ze daar gewoon.
Dat kan toch ook?
Ik maak dit even af en kijk dan weer.
Maar dan treft die laatste blik
alleen een lege bank.

Cees Leliveld, maart 2022

Als ‘k dood ga, wil ik rusten
In Oekraïnes grond,
Mijn graf hoog op een heuvel
Ziet heel de steppe rond.
Vandaar zal ik aanschouwen
Al wat mij dierbaar was,
De heuvels en de dalen
De bomen en het gras. 

En steeds zal ik weer horen
Het brullen der rivier –
Totdat de trouwe Dnjepr
In golven breed en fier
Des vijands bloed in stromen
Wegvoert voorgoed naar zee.
Dan zal ik afscheid nemen,
Verhoord is dan mijn beê. 

Dan zal ik God aanbidden
En danken voor altijd,
Omdat mijn Oekraïne
Voor immer werd bevrijd.
Als allen één zijn, broeders,
In waarheid sterk en vrij,
Denk dan, met simple woorden,
O dan, denk dan aan mij! 

Taras Sjevtsjenko, 25 december 1845, Perejaslav. 

Louis Radstaak

Van alle stations kun je naar Lviv,
overdag en diep in de nacht, als tenminste
Lviv nog bestaat tegen dat je arriveert,
en het Russische moordtuig – izvinitje:
het bevrijdingsleger van tiran Vlad
de stad nog niet finaal aan flarden heeft geschoten.
De oorlog is ver weg en toch voelbaar,
heette het nog geen acht jaar geleden,
toen je landgenoten massaal bevrijdings-
liederen zongen op het Maidanplein.
Van Kiev naar Lviv was toen nog ruim
vijf uur treinen, nu nog slechts een zuinig
half uurtje vliegen met een kruisraket.
In alle bistro’s kon je poezata gata eten,
en vareniki, overdag en diep in de nacht,
toen je stadgenoten massaal vrijheidsliederen
zongen rond het standbeeld van koning Daniël.
Ooit was je Lemberg, en heette je het kroonjuweel
van Galicië, ooit was je Lwów, in herrezen Polen,
Joodser dan Joods, en dan ineens doodser dan Duits.
Talloze malen verkracht, verminkt, vermorzeld
ben je straks hooguit veracht door alweer een nieuwe
machthebber die als een dief in de nacht je prachtige
boulevard Svoboda schandvlekt met tanks, bestuurd
door Syrische huurlingen en Tsjeteense trawanten,
bij gebrek aan továrits met Russisch bloed.
Ooit was je de stad van Joseph Roth, die je heeft ingedronken,
ooit was je, dixit Josef Wittlin, ‘de stad waar je alleen
kon wachten op het vertrek van de trein’, vanaf alle stations,
overdag of diep in de nacht. Lviv wacht op wat haar weer
te wachten staat, en zingt al weer niet meer, maar zwijgt.

Joseph Paardekooper, Deventer 28 maart 2022

bij het thema ‘Adam Zagajewski’,
indachtig zijn gedicht ‘Naar Lwów vertrekken’
uit de bundel Wat zingt, is wat zwijgt

Vanmiddag zo veel gezichten gezien
van een man van voorbij
die ik kende
die van mijn pad raakte
en nu vandaag
tot as vergaan…

Zal iemand hem terugvinden
zijn trekken
om verder te zoeken
vanwaar zijn smart?

Maar in harten van hen
die het zagen
de verandering
zal hij van tijd tot tijd
opnieuw verschijnen

Wie zal hem
– zich herinnerend –
binnenhalen om
zijn verhaal opnieuw te horen
te stamelen misschien?
ook al is er adem te kort.

Sieth Delhaas

ik lees
mijn juk is zacht, mijn last is licht
het is niet waar
straks hang je aan een kruis

ik lees
ga heen, vermenigvuldig je
maar jij zwierf rond
alleen en nergens thuis

ik weet
dat niets hier eeuwig is
voorbij, voorbij
o, en voorgoed voorbij

ik weet
er is muziek en moed
er is en toch…
dat is genoeg voor mij

Ger van Diepen, maart 2022

we schrappen ‘ik’
bezittelijke
voornaamwoorden
voornamen en voornaam

Vincent leed
toen hij Vincent leek te zijn
zwart krassend krijt
op velijnpapier

gefileerd tot skelet
schedel met sigaret
troost zoekend in
cafés en bordelen

waar stinkende rook
uit oogkassen stroomt
kringelend schimmige
beelden creëert

dwingt giftige inkt
ontdaan ingeslikt
toe te zien hoe de
wereld splijt

tweedeling bestaat
enkel voor wie gelooft
dat geen woord wijst
naar ‘groter dan wij’

laten we samen
onze ego’s verdrinken
in zeeën van zijn, waar
de hemel ons wacht

Vincent verdween
toen hij Vincent vergat
in gele korenvelden
een blauwe sterrennacht

Astrid Aalderink, maart 2022

Het vale geel van Lemberik, stad op zovele heuvels,
Geeft aan Leipolis een bronzen klokkentoon mee, hoorbaar
In ‘ klingelen van ’t herkenningswijsje:

Lemberg, L’viv, L’vov, Lwów.

Hellingen in vlakten vol onkruid, ontelbaar als de angst.
De trambaan eindigt voor tot op de draad versleten deuren.

(de Midden-Europese geboortestad van de Poolse dichter (1945) draagt een Jiddische, Latijnse, Duitse, Oekraïnse, Russische en Poolse naam)

P.B. Kempe, maart 2022

Leve het internet!
Diederik Dinkytoy
heeft voor het beeldscherm im-
mens veel plezier.

Hij maakt een trip langs de
supererotische
websites en voelt zich dan
fier als een stier.

Jan Foeter

Hedendaags bedplezier!
Jip vindt met Janneke
vluggertjes lastig en
niet eigentijds.

Zij gaan dus lustig steeds
negenenzestigen;
dat is wel listig en
echt wederzijds.

Jan Foeter

Liederlijk lustobject!
Pietertje Piemelaar
had bij de vrouwen maar
weinig succes.

Opgefokt stuurde hij
grensoverschrijdende
foto’s, maar oogstte slechts
bonjour tristesse.

Jan Foeter

In het hoge Noorden
zit boer Boon op een gasbel
Nederland komt er warmpjes bij te zitten

Tot in de hemel rijkt het gas
Als de sterren verschijnen, rijden er nog tanks
over vele grenzen, die worden opgerekt

De huizen, die hebben littekens gekregen
niet bestand tegen verkrachting van de grond
Huisraad beweegt, bewoners schokken na

Het hoge Noorden voelt zich misbruikt
Ze zijn moe en monddood gemaakt
máár niét zonder slag of stoot

De hoeve van boer Boon verdween
Uit de gasbel verrees het milieumuseum
De koeien verdwenen en bedden verschenen

Tanks reden tot over verre grenzen
Nu rijden er bussen vol met klimaatwetenschappers
en zingende toeristen met rollende koffers

Grassen deinen,
bomen vastgesnoerd aan hun wortels,
tekenen een ondergronds verbond

Onder die bomen vleien toeristen zich neder
De Noordelingen rennen en vliegen
om ze op hun wenken te bedienen

Koffie, met een stralende glimlach
En de wetenschappers
die weten het nog niet

José Hattink-Blom

Boomtopzwiepend raast
de orkaan, die haast verbaasd
de eik omver blaast. 

Tooske Hinloopen, 21 februari 2022

Zoals de banketbakker, befaamd
om zijn schuimgebak en roosjes
van marsepein naar de bruidstaart
van vijf verdiepingen,

zoals de ontwerper van het Deltaplan,
na jaren wonen in maquettes naar
springvloed, volle maan en een storm,
bulderend als die éne,

zoals de voetballer, van kleuter af
getraind in de dribbel, de voorzet,
de kopbal naar de uitwedstrijd,
het ultieme schot in het doel –

hunkert de wapenfabrikant
naar een stad, veroverd met zijn
precisiegeschut, naar rookwolken
als kronen boven de pleinen,

hunkert de generaal naar aanvalsgebied
onder zijn gezag; fluitende kogels
en het inslaan van mortiergranaten
als muziek in de oren,

hunkert de soldaat naar lichamen
met op de plek van de schietschijf
kloppende harten; of op rij
langs een greppel voor het schot
in de nek.

Louise Broekhuysen

Ik spit de grond,
gooi het laatste nieuws om,
invasie, bezette stad, burgerdoden,
hark gedroogde stalmest erdoor en erover.
Omsingeld land, bombardementen,
nog een rij, één spade diep is genoeg,
kerncentrale in handen van vijand.
Woedend wroet ik door,
vluchtende vrouwen met kinderen.
Denk aan mijn vader, niet oud geworden,
zijn ingehouden emoties als
ik naar vroeger vroeg,
het zwijgen met angst in de ogen.
Doorwerken, niet opgeven,
wormen woelen zich naar boven.
Tussen verwoeste flatgebouwen
zijn haastig greppels gegraven,
mijn honden waren beter af
met hun eigen graf achterin de boomgaard.
Het spitten schiet op, nog één richel
en de bedden liggen gereed.
Raketaanvallen, rode knop?
aan de volgende fase wil ik niet denken,
veel pootgoed aanschaffen,
kan ik het gewas delen.

Bertje van Delden, maart 2022

Tegenpolentrek.
Vogels nemen poolshoogte.
Toch is-ie niet plat.

(haiku)

Wim v.d. Hoonaard, 18 maart 2022

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!