Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Nu wij elkaar voorlopig niet meer face to face (en ear to ear) kunnen ontmoeten in ons fysieke Café kan dat wel in ons net geopende Café Online.

Waar wij tot voor kort onze gedichten voor elkaar voordroegen kan dat nu online gebeuren door gedichten te doen plaatsen en te doen lezen.Wij hopen dat wij elkaar in ons online café vaak met gevarieerde gedichten mogen ontmoeten!

Tot betere tijden en houdt jullie pennen in beweging!

Een hart onder de riem van Joseph – Cees – Tinus

Deze bijzondere tijd nodigt uit tot bijzondere gedichten

Het 1000ste gedicht is eind maart geplaatst, van niemand minder dan Wim van den Hoonaard: ‘Stiltegebied

Je gedachten zo zuiver,
Ze gleden vloeiend weg.

Bekwaam je taak bereikt.
Je geleerde lessen volbracht.
Parelse wijsheden verworven.

Je Ziel, drenkt in zuiver licht.
en duisternis raakt sleets.

Samsara.
Eeuwigdurend,
Kringloop transformaties.
Rad van Wedergeboorten.

Het is jou alomvattend moment,
waar je naar toe hebt geleefd.

Vervolmaking is nu je geschenk.

Violet Asseruit Mane – Dory de Joode

Hij dwaalt al dagen door de straten
en nergens komt hij landschap tegen.
De stegen liggen er verslagen bij.
De wereld lijkt een leeggelopen bol.

Gele tulpen dragen kelken
op gouden blaadjes naar de kerk.
De processie sterft een stille dood.
De mensen mijden carnaval.

De konijnen blijven in hun kot.
Ze hamsteren het lof.
Ze plunderen het bos,
hun kinderen het mos.

Alex Gentjens

Bijna niemand kijkt naar binnen.
De voortuin dichtgegroeid
door vlinderstruiken.

Het tuinpad ligt te kreunen onder kruinen.
De dame van de overkant haalt
het linnen weer naar binnen.

De zoon van naast de deur zingt zich zenuwachtig
door de muur een weg naar binnen
en de proefwerkweek moet nog beginnen.

De dochter danst op hoge hakken met de noten mee.
De quarantaine duurt al drie keer zeven dagen.
De wallen worden groter dan de ogen

maar het valt wel mee.
Ik was mijn handen in het water.
Ik blijf roeien tot het bootje zinkt.

Alex Gentjens

Je hebt iets grijs’ en glinsterends
iets jongs, toch ben je ouder dan je lijkt.
Je kronkelt en je schittert van plezier.
Zo slank ben je, en dan weer uitgedijd
terwijl je moeiteloos langs uiterwaarden
glijdt, en hier en daar een knipoog geeft.
De bus rijdt door, je trekt je terug
ik zie het nest nog van de ooievaars.
Dan ben je weg, ik kijk nog eenmaal om.
En ben getroost, want als ik weerkeer
ben jij er altijd nog.

Anna Wiersma, 24-11-2019

De regenhoed staat stevig op mijn hoofd
en het is stil op straat…
Er hangt een druppel aan mijn oor.
Er loopt een man voorbij
hij kijkt nog even om, voor hij
de hoek om slaat, en in een flits
zie ik wat bijna al vergeten was.
We liggen met z’n drieën op de buik,
gezichten naar de opening van de tent.
De stortbui maakt onze haren net niet nat.
Die in het midden ligt, leest voor.
Waar is die tijd, waar is dat land
waar alles even, alleen maar
uit een regenbui bestond?

Anna Wiersma, 19- 12-2019

(voor O, en een beetje voor mijzelf)

Brokstukken veeg je soms
aar in een hoek.
Er zitten hele mooie tussen,
met nog een stukje
van een tekening, of lijn.
Of iets waarvan je dacht
dat het zo moest zijn,
terwijl je andere wegen zocht.
De scherpe kanten
omzeil je met een boog,
om alle bittere herinneringen.
Een listig oog, ziet altijd iets
dat ook wel bruikbaar is.
En toch, gemis…
Elk gloeiend deel dat je weer raapt,
geeft overzicht.
De schaal wil heel.

Anna Wiersma, 5-3-2020

Voice-over: Alex Gentjens
Film en montage: Rinaldo ten Zijthoff

Fluisterzacht, als het ruisen
van de bomen in de Kloostertuin
liet je de woorden vallen tussen
de rusten in je zinnen,
bedachtzaam geuit, als dorst
je de taal niet te schaden
de stilte niet te verbreken.
Ze klinken nog na, lang
nadat wij zijn uitgeluisterd,
nadat jij bent uitgefluisterd.

Joseph Paardekooper,
Deventer, 10 april 2020


bij het afscheid van Nele Holsheimer

Ze betrad het café
met tastende stok,

herkende mensen
aan hun stem.

Beperkt van zicht,
invoelend van blik.

Zonder poespas zei
ze haar gedichten.

Haar taal was een
en al betrokkenheid,

haar poëzie steeds
food for thought.

Tinus Derks

Een moeder en haar tienerdochter
passeren
pink aan pink
innig
vluchtig
vast
Zou dat lopen van die twee
verwant zijn aan Corona?

vanaf mijn bankje
blik op de IJssel
ongenaakbaar zilver lint
eindeloos blauwe hemel

zegt een vader
fiets aan de hand
tegen zijn zoontje
steppend om
z’n trappers te vangen:
‘dat is wat je ruikt: water’
Zou dat spreken van die twee
verwant zijn aan Corona?

Sieth Delhaas

De kroon op uw werk is een krans
voor teveel weerloze slachtoffers, doch
eens zal ik uw naam vergeten misschien.

Wij de onwetenden, die het afleerden
te leven met vraagtekens, met het vluchtige
dat zich vastbijt en vermenigvuldigt.

De verre haarden, die branden,
die wij alleen kennen van oude keizers
met de wind gebracht, in volle gloed.

Er zijn schuilkelders, kappen voor de mond
uw wereldwijde web bevecht het onze,
u regeert tot in de verste woestijn.

Het gehijg en de mens, tot ze zich
verenigen, zien we online in een mis
met drie heren en drinken weer teveel.

Wij, testlozen, kennen het echte antwoord
tegen plagen: schoonheid, bootsen
de grote meesters na met lappen en grime.

Draaien “Erbarme dich”, tot de buren bonzen
op de muren, geloven in verwarring dat wat is enkel
bestaat om de plaats van afwezigheid in te nemen.

De nieuwe tijd vergt een andere hartslag,
dagen die vragen om saamhorigheid, hoop
die z’n nieuwe kroon in waarde draagt.

Dick van Welzen

Nog nooit straalde de magnolia zo purper
en wit in het heldere lentelicht,
waren de narcissen ineens zo geel en met zoveel,
de tulpen zo aanlokkelijk voor het selfiepubliek.
De bloesems van de fruitbomen voorbodes
voor vruchtbare tijden, de bloeiende meidoorn
een hoopvolle verwijzing
naar een maand met meer vrijheid.
Nog nooit zag de hemel zo streeploos blauw
als deze maand april vanachter glas,
rook de lucht zo kruidig als het briesje wind
door de openstaande tuindeur.
Nog nooit zongen de merels zo zuiver,
maakten de mezen elkaar zo onstuimig het hof,
nam de roodborst zo uitdagend bezit van een boom.
Nog nooit ruzieden de kraaien zo luid alsof
ze met hun schrille kreten
schaterlachen om ons gemis.

Duiven schuifelen zonder schroom
over terrastafels, drinken uit één kop.
Mussen badderen gezellig samen in de goot,
meeuwen bevolken pikkend de markt.
Zwaluwen zwenken en zwieren al was
de wereld één dansfeest en wij de domoren
die binnen zitten.

Nog nooit
was het leven ons zo lief
en de dood zo ongrijpbaar dichtbij.

Bertje van Delden

Dat crocusjes,
blauwe druifjes
en ook narcissen
uitgebloeid raken
en langzaam
verdwijnen

dat kan ik nog hebben

maar vergeet-me-nietjes

nee

Wim van den Hoonaard,

vrij naar‘Jonge sla’ van Rutger Kopland

tussen twee getallen
het leven van een mens 

de vrije vorm,
anderzijds en
enerzijds,
zien en niet zien,
te midden van twee talen 

slecht zien is
niet zelden
goed waarnemen 

denker en dichter
Henker noch Richter 

haar stem blijft klinken,
zacht, ergens tussen
Ruesselsheim en Deventer 

de uit de tijd gekomen
paardenstaart die haar wel paste
komt nu
met haar
uit de tijd 

Anna Wiersma & Pieter Bas Kempe,
15-04- 2020

ik las ze zal sterven  gaan
zag haar,  in haar kwetsbaarheid
verfijnde  humor,  creativiteit, 
in  volle glorie voor me staan

liep naar de deur,  ben weggegaan
het kan zo erg ingrijpend zijn
plots een bericht,  gedrukt zien staan
over dood die zo mistroostig  is

ik geloof niet in hel of verdoemenis, 
wordt niet beoogd met ons bestaan
maar een dichter heeft één zekerheid
het geschreven  woord blijft voortbestaan

Lucy Kortram

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!