Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

Heel, heel langzaam las ik
‘De man die haast had’
als tegenhanger van de titel
Ik was geen man
Ik had geen haast
Bedaard sloeg ik een bladzij om
Kalm nam ik een alinea tot me
De woorden smolten op mijn tong
Ik proefde in alle rust elke regel
en keek op de klok

Twee uur over bedtijd!
Haastig ging ik slapen
Denderde door mijn dromen
Negeerde een nachtmerrie
of drie snurkte in sneltreinvaart
door de kleine uurtjes in
racetempo door mijn remslaap
wisselde elk kwartier rugligging
zijligging en buikligging af
en precies op tijd

werd ik wakker

Ger van Diepen, mei 2024

Het was haast
overdreven waar
winden uit het oosten
de slecht gescheperde
maar puntdichte wolken
in volle hemelvaart
grenzeloos opjoegen
en bij wijze van spreken
in de hazeblote lucht
vlugschriften schreven
en dichtten voor de volken,
voor de ontheemden
die in groten getale
vluchtten en het veld
ruimden van mijnen
het daagt in het oosten,
het licht overal, waar
onweer kraakte gelijk
ratelslange nachttreinen
weg van het slachthuis
uit het onland naar hier
verreweg van de onmens
die in het oosten
de brand stichtte
is het haast
overdreven waar
het avondland zo laat
ontwaakte, nu een scherpe
grens trekken moet, maar
in het oosten niets nieuws,
berichten van schier overleven
tussen doodgewaande woorden
maar waar weerloze waarden
niet voor tirannen zwichten
en geen tijd van de wereld
vlugger passeert dan vandaag.

Dirk van Welzen, mei 2024

Welke nood doet de mensen derwaarts gaan?
Naar ’t groene dal, waar het wuivend koren rijpt?
We leiden hier helaas een kommervol bestaan,
Maat ’t is te doen zo lang je iemand hebt
die jou begrijpt.

Soms is ons leven tot meer snelheid nopend
Spoed is betrouwbaar, haast doorgaans bedriegend.
Spoed doe je desnoods ook nog lopend,
Maar haast moet immers altijd vliegend.

Met spoed blijf je immer op het rechte pad
In haast is dat juist ongewis.
Als u mij vraagt: hoe weet jij dat?
Dan zeg ik: omdat het gewoon zo is!

Spoed geeft vreugde, haast altijd verdriet.
Je voelt het zelf wel aan je water!
Zeg dus nooit: Dat wist ik niet…
Lees dan dit gedicht: het staat er!

Cees Leliveld, mei 2024

Now all the fingers of this tree (darling) have
hands, and all the hands have people; and
more each particular person is (my love)
alive than every world can understand

and now you are and i am now we’re
a mystery which will never happen again,
a miracle which has never happened before –
and shining this our must come to then

our then shall be some darkness during which
fingers are without hands; and i have no
you: and all trees are (any more than each
leafless) its silent in forevering snow

-but never fear (my own, my beautiful
my blossoming) for also then’s until

e.e. cummings( 1894 – 1962)

nu hebben alle vingers van de boom
(lief) handen, alle handen hebben mensen; en
(schat) levender is iedere persoon
Dan welke wereld ook begrijpen kan

en nu ben jij en ik ben nu en wij
zijn ’t raadsel dat er nooit meer wezen zal,
het wonder dat er nimmer nog kon zijn –
en stralend dit ons nu tot dan vervalt

ons dan een duisternis; de vingers hebben
daar geen handen en ik heb geen jou:
en alle bomen hebben niets te zeggen
dan (bladlozer) eeuwigende sneeuw

-maar heb geen angst (mijn lieveling, mijn hart
mijn bloesem) want ook dan is maar totdat

e.e. cummings (vertaling: P.B.Kempe)

Twee ruggen lopen weg
uit een wereld die het
gewoon niet hebben
kan dat die twee
genoeg aan elkaars
handen hebben en
met stappen zo groot
als reuzen
zich verwijderen
uit de wereld die
zij te lang
hebben gedoogd

Vingers ineen gevouwen
blijvend in de wolken

Sieth Delhaas, april 2024

Maps
Neem op de rotonde de eerste afslag
vind je daar niet wat je zoekt
keer om en neem de eerste afslag
vind je daar ook niet wat je zoekt
keer om en neem de eerste afslag
vind je het daar ook niet
keer om en neem de eerste afslag

Nu ben je op de weg terug
naar huis

Graffiti
Als zeekool uit basalt
springt uit het viaduct
een bloemig bolle tekst
IK WACHT OP JOU ALTIJD
Auto’s zoeven onderdoor
wie voelt zich aangesproken?

Muurbloempjes
Uit broze stenen groeien ze:
geel havikskruid, de muurpeper,
steenbreekvaren, vogelmelk,
helmbloemen en akelei,
daartussen, fijngetekend,
slingerende leeuwenbek.

In dungekrijte lijnen staat
WANNEER KOM JE ME PLUKKEN, JIJ?

Lies Prins, april 2024

Moeder

Moe d’r hand stevig in de mijne
Oud maar nooit aan ‘t chagrijnen
Ze was d’r elke dag vanaf ‘t begin
Streek me nooit tegen de haren in.

Liefde

Roos had gevoelens voor Koos
Koos koos voor de zus van Roos
Had Koos voor Roos gekozen
Dan zat Roos nu op rozen.

Hansje

Haar eerste liefde heette Hans
De tweede heette Hansje
Voor haar een buitenkansje
Maar wel een tweede Hansje.

Schoonheid

Jouw schoonheid heeft me gebroken
Een parel aan mijn oog ontloken
Je stal mijn hart na de eerste zoen
Morgen ga ik aangifte doen.

Senioren liefde

Waar hormonen gierden heerst nu hartstocht in serene rust
De tand des tijds knaagt verder, maar nog lang niet uitgeblust
Samen oud geworden, samen lief en leed gedeeld
Volwaardige liefde gegeven, niet verzuurd, alle wonden geheeld.

Valentino ma non troppe

Ik huil, ik huil de grasmat nat
Een druppel plenkt op een spriet.
Schittert in de avondzon
Wat heb ik een verdriet.

Mijn lief is van mij heengegaan
Geen generaal pardon.
De oorzaak was een folder
Die in sloeg als een kanon.

Onzorgvuldig als ik was geweest
Gaf ik haar een roos cadeau
Ingepakt in een brochure
Van een relatiebemiddelinsgbureau.

Samen

Mijn vrouw en ik eten al jaren samen één gebakje
En trekken samen thee uit hetzelfde zakje
Reinigen onze gebitten samen in de Kukident
En zijn daar samen heel erg aan gewend.

Fredde Förch, april 2024

Jij bent de zee
En ik het land
Je woelt en spoelt
Wild kolkend spant
Het zwerk zich samen boven ons

De watertand
Vlijmscherp
Jij landt
Of trekt je terug

Ik houd mij stil
Het land is dor
Tot je weer komt
Overspoelt
Overmant

Ik werp geen hengels naar je uit
Laat je begaan
Blijf rustig staan
En kleed me uit

Ik ben de kust
En jij spoelt aan
Geeft tijdelijk
Zin aan mijn bestaan

Esther Smit, april 2024

Ze zoomt haar leeftijd in
en gumt de liefde uit,
veegt de kruimels van het tafelblad.
De grond legt zijn geduld nogmaals uit
in grauwe kleden,
vraagt geen verklaring,
koestert zelfs de vage vegen licht,
heeft zich al lang neergelegd
bij grijze oppervlakkigheid
en draagt haar laatste jaren.

Bertje van Delden, april 2024

Ik ga in gedachte terug
naar dat terras, in mei.
Vergeten ligt de krant op tafel.
Ik luister naar de zinnen,
de woorden komen ook bij mij vanzelf.
Twee glazen wijn, twee levens…
Dit voelt zo licht, zo nooit verwacht.
Heel zacht wijst mij een stem de weg.
Ik weet nu; jij wordt wij!

Anna Wiersma, 2-1-2014

(Rika Csardas)

(Wijze: Ritka buza, ritka arpa)

Aszik vamme werc komcseggic
szunne menou
rika, rika,
laane menou.
Evve nochwa tetegec kerd
toenoula melos
mal legec, mal legec
toenoula melos.

Em ma proppe, etep proppe
Em ma sèzchela melos
Tottic nedde crantep emme
leckurre segret, danszeg tse
kanapee, kanapee
toenoutyn ustoe.

Aszick csavus im melyche mostap
seggictoe
rika, rika,
laane menou.
Evve nochwa pittetyn us
toenoula melos
szotterick, szotterick,
toenoula melos.

Em ma pitte, maffup pitte
Em ma szèchela melos,
Tottic evvelec kursellef
noggetuc kydoe, danszeg tse
szoe menou, szoe menou,
toenoutyn ustoe.

J.M.W. Scheltema  (Delft, 3 april 1921 – Leiden, 6 oktober 1947)

uit: ‘Chansons, Gedichten en Studentenliederen’ (in 1948 postuum verschenen)

leafdeswei

yn it
ferslinende
geweld dat leafde
hjit inoars gelikense
fûn ûnskiedber en foar
ivich ferbûn leafhawwe en
ûnferbidlik wer wurde ôfstraft
is it oan him te harkjen nei har stim
de bange boaze ferûngelike seure oer
neatichheden mar dêrefter ek har eangst en
kwetsoeren bespeure is it oan har it oanhearren
fan syn krimmenearje de ferbeane flokken ferneare
efter de wraaksucht ûnrjocht en frustraasjes ferklearje
it is oan har it is oan him jinsels te befrije fan de omklaaisels
falskens en skynfigueren en út de kokon fan ûnbetsjuttens troch
te brekken werboarje de taal fan leafde te sprekken en tong te litten
dûnsjen op it metrum fan de siel om ferheven oer de wei fan leafde te sweven

liefdesweg

in het
verslindende
geweld dat liefde
heet elkaars gelijke
gevonden onafscheidelijk
en voor eeuwig verbonden
liefhebben en genadeloos weer
worden afgestraft is het aan hem
te luisteren naar haar stem de bange
boze verongelijkt zeuren over nietigheden
er achter de angst en gekwetstheden bespeuren
is het aan haar het aanhoren van zijn klagen de verboden
vloeken verdragen om achter zijn wraakzucht het onrecht en
frustraties verklaren – het is aan haar het is aan hem om zichzelf te
bevrijden van de omhulsels valsheid en schijngestalten en uit de cocon
van onbeduidendheid door te breken herboren liefdestaal te spreken de tong
laten dansen op het metrum van de ziel verheven over de weg van liefde te zweven

Erika Visser, april 2024

Haar voorkeur is aspergesoep,
haar man houdt meer van snert.
Maar elke dag zijn ze het eens
over de keus van het dessert.

Hij wil elk jaar wel naar Parijs,
zij vindt dat veel te ver.
Dus maken ze herhaaldelijk
een reisje naar Anvers.

Zij speelt vanaf haar zesde fluit
en hij speelt klarinet.
maar samen spelen ze het liefst
in ’t zachte boxspringbed.

Hij houdt van harde jazzmuziek,
zij is verzot op Bach.
De keuze voor concertbezoek
is een slijtageslag.

Hij flirt geregeld met een meid
die zij niet uit kan staan.
Zij doet er wijs het zwijgen toe,
maar laat tersluiks een traan.

Als zij haar einde nader voelt,
vraagt hij een laatste gift:
“Als jij voor mij ten hemel vaart,
krijg ik dan, please, van jou een lift?

Tinus Derks, april 2024

Zoals wel vaker, was ik weer eens onderweg
Volgde een onzeker pad van hot naar haar
Zocht tevergeefs naar een bekende heg of steg
Maar werd plotseling een wegwijzer gewaar.

Met vier armen gaf hij de richting aan
Naar Oost of West, naar Zuid of Noord
Ik aarzelde welke kant ik op zou gaan
Want op ied’re arm stond een tekst verwoord.

Zoek je de liefde? Dan moet je Westwaarts gaan
Pour faire l’amour? Kun je beter richting Zuid
To make love? Moet je scherp links afslaan
Naar Noord für Heiße Liebe, maar kijk wel uit!

Zo stond ik een tijdlang in dubio verzonken
Want ik wilde alle vier die liefdes wel!
Na lang peinzen was mijn keuze toch beklonken
Want die Heiße Liebe leek mij toch nog iets te fel.

Zou ik niet het best voor de inheemse liefde kiezen?
Daarvoor moest ik wel in Westelijke richting gaan
Bij Hollandse liefde kan het dooien maar ook vriezen
Al kun je elkaar tenminste wel verstaan!

Zo liet ik mijn schreden vol verwachting Westwaarts gaan
Er wachtte daar op mij een hartstochtelijke liefdesnacht
In mijn dromen zie ik die richtingwijzer nog vaak staan
Al weet ik niet wat love, l’amour of Heiße Liebe
mij hadden gebracht!

Cees Leliveld, april 2024

Ik zou willen geloven
en dan zien,
maar ik zie
en kan nauwelijks geloven.

Rest ons de hoop,
hartstochtelijke hoop.

Rest ons de liefde,
levensreddende liefde.

Ger van Diepen, april 2024

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!