Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Nu wij elkaar voorlopig niet meer face to face (en ear to ear) kunnen ontmoeten in ons fysieke Café kan dat wel in ons net geopende Café Online.

Waar wij tot voor kort onze gedichten voor elkaar voordroegen kan dat nu online gebeuren door gedichten te doen plaatsen en te doen lezen.Wij hopen dat wij elkaar in ons online café vaak met gevarieerde gedichten mogen ontmoeten!

Tot betere tijden en houdt jullie pennen in beweging!

Een hart onder de riem van Joseph – Cees – Tinus

Deze bijzondere tijd nodigt uit tot bijzondere gedichten

Het 1000ste gedicht is eind maart geplaatst, van niemand minder dan Wim van den Hoonaard: ‘Stiltegebied

(in Corona-tijd)

We groeten toch wel
en lopen met ruime boog
compenserend met een glimlach
mondhoeken strak omhoog
(aap)

We lopen vast
in een pad vol blikjes en dozen
als in een fuik, maar
helaas zelf gekozen
(vis)

Een man gaat snel
negeert hoe anderen kijken
hij stapt groot en blikt leeg
terwijl de winkelaars wijken
(olifant)

De winkel blijkt een dierentuin
maar zonder zichtbare hekken
de fauna zwerft hier door elkaar
met af en toe wat gekken

Claudine de la Court, mei 2020

Zonder Pascal zou ik
ook geen weddenschap
afsluiten over het
bestaan van God.

Zonder huis zou ik
geen kamer hebben
om alle onheil rustig
voorbij te laten gaan.

Zonder rugpijn zou ik
dagelijks te voet lange
tochten maken in de
Sallandse bossen.

Zonder fiets zou ik
de deur niet uitgaan,
maar rustig in een
kamer blijven.

Zonder vrouw zou ik
nog veel luier zijn
dan ik van nature
toch al ben.

Zonder virus zou ik
nu onderweg zijn
naar een zonnig
vakantieland.

Tinus Derks

Mamertus is de brandweer welgezind, o ja!
Mamertus is de brandweer welgezind:
waar hij verschijnt verdwijnt het vuur gezwind… 

Pancratius was veertien bij zijn dood, o jee!
Pancratius was veertien bij zijn dood:
dat rugnummer bracht hem ijskoude nood… 

Servatius ging henen te Mestreech, ochèrm,
Servatius ging henen te Mestreech:
vergangen was zijn tijd in ‘t wèrme leech… 

En Bonifacius kwam op ‘t schavot, o nee!
En Bonifacius kwam op ‘t schavot:
hoewel Mediterraan was kil zijn lot… 

Sophia is ons aller nachtvorstin, ave!
Sophia is ons aller nachtvorstin:
wanneer zij aftreedt mag,
wanneer zij aftreedt mag
al ons gewas de koude grond weer in!                                      

P.B. Kempe, mei 2020

denkend aan vrijheid
zie ik de zee in ’t maanlicht
ik wacht tot na eb

(haiku)

Wim van den Hoonaard, 5 mei 2020.

Florence zeg mij wanneer de nachtegaal zingt
en of er vreugde of verdriet weerklinkt
wat heeft jou toch aan de zorg geringd;
je hart als reddingsboei opdat niemand…
verdrinkt?

Wim van den Hoonaard, Dag van de Zorg, mei 2020

kijk hoe jij beweegt
hoe jij met je ogen
en je vingers mij
steeds verder leest

hoe jij naar mij kijkt

jij mij tot je neemt
jij met je gezin
mij met tegenzin
steeds weer verder leest

Alex Gentjens

Wat is een paard zonder ruiter, een hoed zonder hoofd?
nu alles geteld wordt is dat wat verschilt
en verder gaat ongeregeld goed
dat wij die aan elkaar plachten te lijden
mededogen achterlaten opdat men rustig
in een kamer zitten kan
want veel leger dan we vermoeden is de aarde.

Wat van elkaar verschilt wordt voor het vergeten
uitgemeten, statistisch uitgerekend
schaf de omtrek af, schaf het gemiddelde af
leef de delen zonder geheel, de orde van de dag
waartoe we overgaan bestaat niet
o, minnares van de verkeerde stemmen
we roepen elkaars namen.

We worden ontslagen van vreemde gedachten
dat een gemeenschap één moet zijn, hoe breed ook,
hoe wijdverklaard, we hoeven niet te weten
wat samen is voor een holte in de tijd
nu alles geteld wordt is dat wat verschilt
morgen melancholie en een verhaal
dat in dove dagen rijpen kan.

Dick van Welzen, 2017

‘t Was avond en we kuierden wat rond
Op het bruggetje hielden we even stil
Want er dobberde een zwaan in rondte
Nieuwsgierig zwom hij naar ons toe
Was het een mannetje of vrouwtje?
Zichtbaar een mannetje met machogedrag
Hij toonde trots een stoere houding
Daaropvolgend verhief hij zijn nek
En legde er een mooie kronkel in
Hij blies en siste dat het een lieve lust was
Het was een prachtig staaltje kijkgenot
Plots moest hij zijn stoere houding laten varen
Want hij moest ontzettend hard kuchen
We zeiden: Heeft de zwaan corona ?
Gelukkig was de afstand ruim voldoende
Wij, op de brug en de zwaan in het water
Besmettingsgevaar was te verwaarlozen
Bij het weggaan sprak ik de woorden:
‘Voortaan in je elleboog kuchen’
Dag zwaan !

Violet Asseruit Mane

O voordat, voordat ik dood zal zijn
fluister dan, fluister dan iets liefs
het hoeft niet groot, het kan ook klein
en nog zo’n tongzoen alsjeblieft

we vergeten dan de pijn
die het leven biedt
even nog gelukkig zijn
totdat jij mij hier niet meer ziet

(Een tamelijk late – vrije – reactie op J.H. Leopold: ‘O als ik dood, dood zal zijn’, 1912)

Wim van den Hoonaard, 27 april 2020.

Bij dit doorgangshuis naast kaal beton
vertrok die loc zonder pardon

dwarsliggers maken klachten
van eeuwig wachten ongegrond
dat de klok weer achter stond
en ik de fluit dus niet verstond

een station is meer
dan een perron

Wim van den Hoonaard

t.g.v. Station Deventer 100 jaar, 25 april 2020

Mijn zusje heeft asperger,
mijn broer is morfinist.
Mijn vader, nog veel erger,
die ligt al in zijn kist.

Mijn oma is wat in de war,
haar hulproep klinkt steeds harder.
Haar man, voorheen een krasse knar,
is echter nog verwarder.

Mijn neef, die potloodventer,
heeft covis negentien.
Hem mijden is urgenter
dan dat het was voordien.

Mijn nicht is nymfomaan,
haar zus is nymfomaner.
Zus één is zelfvoldaan,
de tweede zelfvoldaner.

Ook heb ik nog een zwager,
dat is zo’n rare ziel.
Hij is niet slechts te mager,
maar ook nog pedofiel

Dan oom Jan, de bigamist.
Zijn beide vrouwen, oogstrelend
mooi als paarse amethist,
klagen steevast alles delend.

Zelf ben ik heel gewoontjes,
zo af en toe wat nukkig.
Trots zeven zotte zoontjes
ben ik nog vrij gelukkig.

Tinus Derks

Een vreemde stilte
nam zijn intrek in de straat.
Met zijn dunne vingers
strijkt hij langs deurposten
en vensterbanken. Kijkt
naar binnen, weet dat wij
hem niet zien.
Loopt een paar passen achter
wie naar buiten gaat.
Raakt niemand aan, dempt
alleen de voetstappen.

Honden schuiven langs de muren.
Een dode muis valt uit de bek van de kat.

De stilte heeft de klinkers
opgewreven alsof hij
iets verwacht. Waarvoor hij,
achteruit en buigend, te zijner
tijd het veld zal ruimen.
Iets wat groot is. Duister.
En stiller nog dan hij.

Louise Broekhuysen

De rivier vaak langsgegaan
en de stroming nagekeken
totdat een van ons bij ’t oversteken
d’ander oeverloos heeft stil doen staan

Wim van den Hoonaard,

in: ‘Dichter op de IJssel’, gedichtenbundel IJsselbiënnale 2017

I feel so rotten
I feel so bad
Queen Corona
She makes me mad
The creepiest queen
We ever had
Queen Corona
You rule so bad

Wim van den Hoonaard, 12+20 april 2020

hé, zachte zoete dood
nog niet, nee, kom nog niet
laat mij nog even leven 

er wonen zoveel doden in mijn hart
die ik beminde, liefhad, nooit vergat
hun handen, die mij troostten, streelden,
bemoedigden en warmte deelden 

wanneer ik niet meer
zal zijn
waar moeten zij dan
heen?  

Nele Holsheimer, november 2019

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!