Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

In deze herfst, kleurrijk en mooi
Vervallen mannen in sombere gedachten
over een ander schoon, dat sluimert
tussen de geslachten, in welk jaargetij
dan ook en treurig maken kan, of blij…

In deze herfst vallen de vrouwen
als bladeren van de bomen.
Want in geniep, reist nu een smerig
virus rond met griep, en laat niets heel
van welke opwindende gedachte
dan ook, alleen het spook
dat zich vermomt en opduikt
tussen witte wieven, gedijt.

In deze herfst, zijn ze gescheiden
de mannen en de vrouwen
gekweld door blues of griep.
Ach, leven zeker in september
is lijden, of maakt ziek.

Anna Wiersma

Je hebt iets grijs en glinsterends
iets jongs, toch ben je ouder dan je lijkt
Je kronkelt en je schittert van plezier
Zo slank ben je en dan weer uitgedijd
terwijl je moeiteloos langs uiterwaarden
glijdt en hier en daar een knipoog geeft
De bus rijdt door, je trekt je terug
ik zie het nest nog van de ooievaars
Dan ben je weg, ik kijk nog een keer om
en ben getroost, want ik weer kom
ben jij er altijd nog

Anna Wiersma

De regen komt.
Daar op het dak
fluit Merula
zijn parelende
hoogste lied.
Zijn toonsoort
en de melodie
maakt duidelijk
dat geen evenknie
hier wordt geduld.
De heldere ritmiek
in deze aria
sluit zijn gebied
hermetisch af
Wie hem trotseert
op het oorlogspad
Wacht dit
krijgshaftig lied

Anna Wiersma

En dan
als hij de luchten ziet
Kan hij ze vangen?
Hun vaart, de vochtigheid
hun kleur
In het verschiet
reeds de verandering van weer
Juist dit ongrijpbaar element!
Zijn blauw wordt grijs
het grijs wordt witter
Een magistrale haal nog
Morgen komt hij weer

Anna Wiersma

Staalblauw het water
in de plassen
Groen,grijs het landschap
en vaag wit
in silhouet, de stad
Geen ziet de vogel
die stem geeft
aan de stilte
met ijl en zuiver lied

Anna Wiersma

We zitten samen op een hekje
ik in mijn regenkleding,
zij in een witte kanten jurk
met opstaand kraagje.
Dan zeg ik: “Freule, ik heb
een vraagje.
Vindt u het goed, dat wij
dit jaar ook weer …”
Ze laat een licht bewegen
van de wimpers zien.
Dan zweeft ze weg.
Ik denk dat ze zojuist
haar fiat heeft gegeven

Anna Wiersma

Hoor je de rust van de geluiden
nu het nooit stil is, in je hoofd?
Een wentelwiek, de dakbedekkers
en de buizerd, de kikkers in de kolk.
De ganzen en het pasgeboren geitje.
Hoor je ‘t opvliegend spreeuwenvolk?

Hoor je de rust van de geluiden?
Het ritme van de regen, de wind
die door de bomen ruist.
Het rommelen van de donder
en het klapperen van de zeilen.
Luister, de stilte zit niet in je hoofd.

Anna Wiersma

De hemel splijt
Ik tel de tijd
In zig-zag jig-saw stukken

Ik zie de wind
Ik voel me kind
Aan bomen takken rukken

Nu midden in
De weilanden
Als afleider te staan
De regen striemt in mijn gezicht
Het lot in eigen handen

Het zweet is klam
Ik wacht heel tam
Tot alles
Over gaat.

Esther Smit, oktober 2021

Er leefde eens een boekenwurm
die las en las en las
Zijn kinderen lazen niet zo veel
uitsluitend in de klas
De boekenlijsten bleven leeg
of zeer bedroevend kort
De samenvattingen online
Sloegen de laatste leesambitie aan gort

Hij deed toen huilend zijn beklag
Bij de computernerts, zijn vrind
De likte nog eens vergenoegd
Zijn pels en sprak: verplaats je in het kind!!!

Ontwerp een game, een avontuur
een wereld te ontdekken
En schrijf dan fluks een handleiding
Over al die gave plekken

Dan zul je zien, beloofde nerts
Die gaan ze gulzig lezen
Een brug over een generatiekloof
Is daarmee weer bewezen

Esther Smit, september 2021

Met liefde had ik nog meer kunnen verzinnen
over het vlindereffect of vegetarische spinnen,
maar dat lijkt me nog beter dan de natuur ontsieren
met borden waarop “Hier zift men de muggen” of
“Hier neukt men de mieren”

Wim van den Hoonaard, 29 sept. 2021

er wordt aangenomen dat onze soort plaats zal moeten maken 
voor een opvolger, te weten het Beerdiertje uit de stam 
Tardigrada
            Beerdiertjes overleven in gedroogde staat in zuur en
            oplosmiddelen
     het Beerdiertje overleeft zelfs een gebrek aan zuurstof
            Beerdiertjes overleven bij zeer hoge en extreem lage temperaturen
     een Beerdiertje behoort tot de taaiste diersoorten
            Beerdiertjes overleven radioactieve straling
     dat Beerdiertje kan zich het hele jaar voortplanten
            Beerdiertjesmannetjes stimuleren de vrouwtjes door hun
            tasthaartjes tegen het vrouwtje te strijken
kleine Beerdiertjes ontstaan na twee weken tot een maand
            Beerdiertjes worden op vijf meter diepte onder het ijs aangetroffen
            Beerdiertjes worden gevonden op zes kilometer hoge bergtoppen.
            Beerdiertjes werden op oceanische diepte van zesduizend meter
            aangetroffen
            Reden waarom wij het Beerdiertje uitverkiezen tot
            de Opvolger van De Mens
            Er is slechts één bezwaar: het grootste Beerdier is slechts
            anderhalve mm lang…

Louis Radstaak, september 2021

Er was eens een tweetal, genaamd Pauwla en Knorrit, die naar het feestje van de jarige Kermit gingen

Pauwla en Knorrit zijn collga,s ze gaan het bos in waar het geurt naar dennennaalden, een waterig zonnetje vergezelt hun
De twee dieren vallen op tussen al het groen, Pauwla heeft haar paarse muts vol veren opgezet en Knorrit heeft zijn parmantig rode dophoedje over zijn oren getrokken, met zijn kraaloogjes kan hij er net onderdoor kijken
Pauwla stapt parmantig door en Knorrit waggelt op zijn gemak er achteraan
Ze lopen eerst het dierenopvanghuis binnen, waar je de pennen driftig hoort tikken van breiende eekhoorns. In de cadeauwinkel kiezen ze een shawl met popoenen uit voor hun vriend Kermit
Het tweetal vervolgt hun tocht in het bos waar het begint te waaien
De takken van de bomen zwiepen heen en weer en kraken af en toe
Ze lopen verder, er lijkt geen einde aan de tocht te komen
Hun voeten worden zwaarder, hun magen leger en hun humeur daalt
De lucht heeft haar kleuren gemengd waardoor de schaduwen meebewegen
Pauwla en Knorrit schuiven voort, vermoeidheid zit hun op de hielen en hun magen beginnen nog meer te knorren. Geluiden uit het bos verspreiden zich
Knorrit gaat op zoek naar eten, hij graaft in de aarde en stuit op twee aardperen. Enthousiast graaft hij dieper en haalt de aardperen uit de grond
Trots als een pauw gaat hij ermee naar Pauwla toe die nuffig haar neus ophaalt en zelf op onderzoek uitgaat
Knorrit doet zich tegoed aan de aardperen en eet zijn buikje rond
Eindelijk komt Pauwla eraan slenteren zonder maal met een knorrig gezicht en met buikpijn. Ze zijn al te lang op pad geweest, er klopt iets niet, waar was het onderkomen van hun vriend ook al weer?
Ze begint zich toch een beetje ongemakkelijk te voelen, wat hoort ze toch in de verte en boven zich?

Er was eens een vogel die vloog net op dat moment boven hun hoofden
Het was meneer de Uil die de wandelaars had opgemerkt en net voor hun, zijn opwachting maakte
Pauwla vraagt de uil de weg naar hun vriend Kermit
De uil is bekend met de vijverplek van Kermit en vliegt vooruit
Knorrit met zijn gevulde buik en energie voor twee volgt de uil met parmantige tred, Pauwla waggelt er achteraan en kan met moeite meekomen, ze is uitgeput van honger en vermoeidheid

Er was eens een vijver waar een kikker resideerde. De uil vloog er naar toe en wachtte op de wandelaars
Op de vijver dreven waterballonnen en de jarige Kermit droeg een geel kroontje
Knorrit stapte vief op Kermit af, en feliciteerde hem
Even later kwam Pauwla al waggelend in beeld, ze kon geen stap meer verzetten

Er was eens een vogel die bijna omkwam van de honger en zo moe was dat ze struikelde en pardoes in de vijver viel
De redding was ter plekte, viste Pauwla uit de vijver en zette haar op de waterkant
Kermit kwam met een bordje kroost aanzetten en zette dat voor Pauwla neer
Ze at niet, nee, ze schrokte alles in een mum van tijd naar binnen
Haar manieren waren volledig in het water gevallen en ondertussen gluurde ze een ietsepietsie beschaamd naar Knorrit

Er was eens een bos waar feest gevierd werd door een kikker met een shawl vol pompoenen, een stijlvol varken en een pauw met berouw.

José Hattink, september 2021

“Honger maakt rauwe bonen zoet”

vogel en muis – begin

ik wist niet dat ik zo kon verlangen naar een achteloze streling over mijn rug
die er gister was
maar vandaag niet
ik kwam er achter, voelde als niet
dat de afwezigheid tastbaarder is
dan de aanwezigheid achteloos kan zijn

vogel en muis – een poging

ze kijkt me uitnodigend aan en wil dat ik spring
ik kan nog niet want ik werk nog aan mijn materiaal en gear
en heel de tijd dat ze me wachtend aankijkt
weet ik niet of ik het vliegen nu misloop
of het te pletter springen voorkom

vogel en muis – einde

Ik kijk nog eenmaal rond op de plek
waar we elkaar aarzelend troffen
elkaar toeknikten lachten slikten
sprakeloos maar toch woorden vonden
onbeholpen maar toch elkaar
zagen
ademden
ik wist niet dat er iemand was maar
de zon scheen er was lucht en licht
jij was er en ik
Vastbesloten kijk ik het hol in dat voor me ligt
zie jou voor je boom dralen
terwijl de duisternis in mij omhoog klauwt mompel ik
dit was het juiste toch?
ja, dit was het juiste

Daniël Drost, september 2021

Laatst zag ik een hinde lopen,
-zelf lag ik in een hinde(r)laag-
Allerlei gedierte kwam voorbij gekropen,
sommigen best snel, anderen juist traag.

Een hinde is helaas geen fabeldier,
het is altijd weer een vos, een haas, soms een konijn.
Of dat gezever over die krekel en de mier;
dat is voor zo’n hinde echt niet fijn.

Ik benaderde het ranke dier met omzichtigheid
en fluisterde: mijn bedoelingen zijn echt niet oneerbaar.
De hinde zei: Nou ja, ik maak wel even tijd.
Voor een tiep als jij zie ik geen gevaar.

Weet je, en vertel dit vooral niet verder:
ik had laatst een one night stand met een Duitse herder.
Ach, zo’n fabel! Dat vind ik maar zo zo.
Maar die Duitser bracht mij echt van mijn à propos!

Dus, zoek je voor je fabel nog een stel?
Bel dan Günther! Met hem samen wil ik wel.
Ach, die Günther! Wat was dat een mooie tijd…
Zo’n lieverd, die wel blaft maar zelden bijt.

Nou, ik ga er weer vandoor, want thuis wachten man en kind.
Het ga je goed en blijf vooral gezond.
Verdwijn nu uit het bos opdat de jager mij niet vindt.
Maar schiet een beetje op met die fabel van de hinde en de hond!

Cees Leliveld, september 2021

(een fabel)

Een retriever, wollig, blond,
zag zich niet als doorsnee-hond.
“Mijn karakter is gelaagd,
dit maakte mij extreem geslaagd.
Ik ben gespeend van elk venijn,
knuffelbaar voor groot en klein.
Ook zal niemand mij zien bijten;
iets verwonden zou mij spijten.”
Denkt dus beschaafd genoeg te zijn
voor vriendschap met een zacht konijn.
Samen dollen, samen rennen
en elkaar onschuldig jennen –
totdat, tijdens “vachtje happen”
Onschuld besluit op te stappen:
zij tipt daartoe een herdershond,
wijst hem de weg via de grond.
De retriever wordt klaarwakker:
leidt het spoor niet naar zijn makker?
Een switch van hoog naar laag allooi
en Langoor transformeert tot prooi:
Blondje werpt zich op het beest
dat er met één knauw is geweest.
Wat begon met blij gemoed
eindigt in een bek vol bloed.


Moraal:
Wie zelf in zijn vernis gelooft
wordt ooit van hogerhand beroofd;
herovert het instinct zijn plek,
kraak je je beste vriend de nek.

Louise Broekhuysen, september 2021

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!