Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Helaas hebben wij, eind september, moeten besluiten om onze fysieke bijeenkomsten in De Fermerie af te blazen en te vervangen door een gezamenlijk bezoek aan Café Online.

In deze zorgelijke tijden een welkom alternatief!

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café (op weg naar ons tienjarig jubileum), elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst werden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Tot betere tijden en…keep going!

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

er zijn duizend dingen in de dagen
er is denken, wegen, meten
wikken of menen zeker te weten

maar wat als het nou eens niet waar is?
als alles waarvoor er een ‘maar’ is
gewoon niet echt bestaat?

als er alleen maar ervaren is
ook de ervaring van ‘ik’ en van ‘jij’?
niets wat gezien wordt ‘van jou’ of ‘van mij’?

geen oordeel, geen kader, geen
scheidslijn, geen twee, geen weten
geen mening, geen enkel idee

alleen maar de ruimte waar alles
ontstaat, waarin wat ervaren wordt
komt en weer gaat?

zou liefde dan nog ‘een werkwoord’ zijn?
of dat wat overblijft, als ons denken
geen ‘ik’, geen ‘jij’ meer beschrijft?

Astrid Aalderink

Zodra ik een ander is
ben ik op slag voorbij
de ander is dan mij.

Mijn pen biedt averechts haar taal
zonneklaar van mij.
De ander schouwt en keert rechtsom

zijn spiegel flitst in tegenlicht langszij.
Soms is er een herkennen,
in wezen verstaat de ander mij.

Zo nu en dan speelt schroom of twijfel
want ja zeg, zo ben ik toch niet?
En tata, tata, tata …………..

Het is die ander die mij doet schudden

maar mijn woordkunst blijft volstrekt zichzelf.

Ingrid Beckering Vinckers

Ben ik die stroom van gedachten,
dat kolkende water?
Het stroomt, het stroomt,
zuigend , verwoestend,
meedogenloos meeslepend
modder, puin en kadavers.
Geen monding, geen bron,
verleden en toekomst ineen.

Geef me een dam,
maak mij een stuwmeer,
stil water vol kracht.

Ben ik die mierenmens
in de manische massa?
Bezig, bezig,
slovend en zwoegend,
moedeloos meegesleurd
langs vaste paden
van de maakbare maatschappij.
Uitzicht noch inzicht,
nodig en nutteloos tegelijk.

Laat me een ster zijn,
stoïcijns stralend,
lichtjaren ver.
Ik zal schitteren, fonkelen,
uitdoven en verdwijnen.

Ger van Diepen

Ik kijk naar mijn doek
het doek kijkt terug
Wat wilde ik toch?
Ik zucht en strek eerst mijn rug

Ik had echt een plan
maar wat er verschijnt
is zoiets heel anders
dat mijn plan zachtjes verdwijnt

Ik pak een nieuwe kleur
doop in en op goed geluk
gaat de kwast op het doek
ik veeg en verhoog de druk

Mijn hoofd loopt nu leeg
en het doek raakt bedekt
mijn hand doet het werk
de vloer raakt bevlekt

Opeens lijkt het klaar
ik land in het vertrouwde
mijn ezel, de tubes en bezie
wat ik ongemerkt bouwde.

Claudine
september 2020

Voor mij lijkt dit het einde van een lange dag die over-
schaduwd wordt door wolken wilde eenden op de vlucht;
daar lijkt het op, maar niet altijd, soms laat de zon zich
even zien. En binnenshuis lijkt het de klok die laatst
gerepareerd moest worden en nu weer aan de muur hangt,

maar die wat traag geworden is, zodat hij uren tegenhoudt,
wat mij de tijd geeft mijn huishoudelijke achterstanden in te
halen. Het lijkt mijn kamer die niet opgeruimd is, of de bril
die iemand is vergeten, het versleten jasje op de grond; het
lijkt de schimmelsoep die op de tafel staat te stinken. Daar

lijkt het op zo ongeveer, tot ik besluit te gaan verhuizen.
Het lijkt de hond die bij het afscheid onvervalst moet
blaffen, waarbij vergeleken mijn verdriet wat tegenvalt.
Het lijkt een wereld die alleen bestaat voor de ik in dit
gedicht, mais: Je est un autre.

Jan van Laar

(herinnering aan Nele)

Afnemend zicht noodzaakte haar
tot voordracht uit het hoofd. Niet
zonder risico: ook een verworpen
oplossing kan zich alsnog
doen gelden. Maar het aarzelen,
haar tasten naar het woord
uit zekerheden losgeplukt
werd eens zo veelzeggend:
alsof het vers in samenspraak bleef
met de maker, de werkelijkheid
zich vulde – denk aan sapstroom
in het voorjaar – met niet te vatten
waarheid, zichtbaar in het innerlijk land.

Nog lang nadat zij, als altijd
verontschuldigend, haar plaats
aan tafel weer had ingenomen
werden wij vergezeld
door haar blik over de randen.

Louise Broekhuysen

Ik denk
dus wij zijn
of niet te zijn
in dezelfde rivieren
stappen we
en stappen we niet
in het uur u
van über ich
zijn we en zijn we niet
de ander
vult direct de ruimte
met zijn blik, selfie-dichters
kijk naar je eigen!
ik word ik
in het aangezicht van
de anderen
zijn de hel
of de hemel
van de heteroniemen
van de eenzaat
Fernando de selfkicker
die zich verdeelde
op het scherp
van de gulden snede
over Alberto, Álvaro, Bernardo en Ricardo
en Philippo?
Philippo is heel anders
dan Fernando
heus die stapt niet
in zijn auto en rijdt
dan nog naar San Antonio

Dick van Welzen
september 2020

Onder ogen zien wat
de tijd reikt
willekeur binnen laten
zich begeven in nietszeggende stilte
eenzaamheid aangaan
het is als spiegels
waarin het innerlijk zich
weerkaatst in
vormen en kleuren
schitterend
stralend in verten
wat geen oog ooit zag
geen oor ooit hoorde
volheid vloeibaar
steeds dezelfde
die gezien mag worden
geen ander
dezelfde die
zich steeds meer
een waagstuk weet

Sieth Delhaas
september 2020

Er sluimeren meesterwerken
in het klavier.
Van Jazz tot Bach,
van swing tot psalm.
Van ooit tot hier.
En in die stilte dragen ze geheimen.
Ook het papier waarop ze
zichtbaar zijn, geeft nog niets prijs.
Onhoorbaar ruist een werk
met in mineur een wijs,
die in het oor blijft hangen.
Ik ken dat lied,van jongs af aan.
In een paar maten bruist het leven.
De tonen sterven ragfijn weg, als ik
ze wil omarmen.
Dan nog de laatste hoge triller…
Zo klinkt verdriet.

Anna Wiersma
september 2020

U en ik moeten het helaas slechts doen
met wie of wat ik ben of hoe ik lijk.
Soms ontwaakt in mij een ongekende kampioen
als ik afdaal in mijn dromenrijk.

Mijn verzameld werk: bekroond met PC Hooft!
Of als zegevierend veldheer van de Langste Dag.
Weliswaar is er geen hond die dat gelooft,
maar het zijn maar dromen, dus het mag.

In films schitter ik als schurk of held,
heb ook een daverend succes op het toneel.
De Keukenhof: een onafzienbaar, wuivend lelieveld!
Ja, al die glamour wordt dan toch wat veel.

Of ik verschijn als Zomergast op de tv,
vertel ik over mijn roemrijk verleden.
Miljoenen kijkers leven huiverend mee:
al had ik liever niet dat zij dat deden.

Zo ga je haast nog denken dat je iets bijzonders bent,
terwijl alles wijst op je middelmatigheid!
Ben ik dan niets meer dan een saaie, ouwe vent
of heb ik toch net dat beetje extra kwaliteit?

Ik ben bang dat die twijfel nog lang blijven zal,
heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees.
Het blijft tobben in dit aardse tranendal
en zeker als ik zoveel betere gedichten lees.

Toch blijft de hoop: tegen beter weten in.
Heb mij verzoend met mijn kabbelend bestaan.
Geloven in jezelf geeft je leven zin
en blijft je droom nooit ver van je vandaan.


Cees Leliveld

(uit mijn brief aan koning Arthur Rimbaud)

‘Ik denk dus ik ben’,
maar andermens gedachten
zijn gelijk aan mij?

(haiku)

Bestaat een zwerfkei?
Bestaat een boom?
Bestaat het papier
waarop ik schrijf?

Ik ben geen god
maar een zwerver
in mijn gedachten

Wie is ziende blind
en andersom?

Vanzelfsprekend. Dat is
het plots gefloepte woord
dat vanuit mijn gedachten
tevoorschijn komt net als
bij de ander, behept met
een zelfde soort van ziel
en waarschijnlijk
(maar hou me ten goede)
niet bij toeval de behoefte
voelend iets achter te laten
(voor wie?) wat nog niet
in die vorm heeft bestaan
(maar je weet maar nooit).

En een schip hoeft toch niet
dronken te zijn om een
gedachtenwereld
binnen te varen?
Moet ook de geest
vertroebeld (i.p.v. vertroeteld)
worden?
Elk mysterie heeft recht op
diens eigen vragen.
(en wie ben ik dat ik
dit – postuum – nog durf
te vragen?)

En nu heb ik dorst gekregen
daar kunnen mijn
gedachten niet tegen…

Santé!

Wim van den Hoonaard,

Ik verzamelde gedichten.
In liefde bloeiende gleed mijn blik
langs de ruggen van de bundels.
In stilte zocht ik naar goud
en Deventer. Even werd mijn uitzicht
belemmerd (of geïnspireerd?) door
een zandkorrel. Maar geluk is gevaarlijk
merkte ik. Want net toen ik Haikoot
terug wilde zeggen kwam zo’n
nieuwsmedium hopla! de Hel
de kamer in sturen. En heeft menigeen
zich daar niet op verkeken,
dat de Hel pas na de dood een
goddelijke komedie zal zijn gebleken?
Parlando (bij wijze van spreken).
Gedichte gedachten.
Uit schuim en as verschijnt nu nog steeds
het woordkroos in Deventer diversen,
omgevormd door dorstige dichters
bij de IJssel in hun reservetijd.
In kleurig krijt.

(en wat behalve dorst ook overblijft
is nog een restje spijt
dat deze stapel nog niet heeft geleid
tot meerdere bundels van dichters
en dichteressen die ik benijd).

(Verzamelde gedichten-div., In liefde bloeyende-G. Komrij, In Stilte-A. Gentjens, Goud en Deventer-MinkKoot 40 jaar, Uitzicht met zandkorrel-W. Szymborska, Geluk is gevaarlijk-R. Kopland, 575 Haikoots-K. van Kooten, 111 Hopla’s-J. Herzberg, Mijn komedie: Hel-Dante, Parlando-E. du Perron, Gedichte gedachten-J. Terlouw, Schuim en as-J.J. Slauerhoff, Woordkroos-H. Posthumus Meyjes, Deventer diversen-A. Bronswijk, Dorst is alles wat men overhoudt-Deventer Dichterscafé, Dichter bij de IJssel-IJsselbiënnale 2017, Leven in reservetijd-C. Leliveld, Kleurig krijt-J. van Laar).

Wim van den Hoonaard

E ci trascina indietro, al fresco,
all’arso tempo, al tempo vano,
assordato dalle vane feste
dell’umile gente, al tempo umano,
al tempo allegramente terrestre,
al tempo che vive il suo incanto,
con le rodini, nel solatio
paese padano, nel fianco
dei freschi colli, e chi di schianto
voi volgete, rondini, all’addio.

Pier Paolo Pasolini (1922 – 1975)
(uit “L’umile Italia”, 1954)

En het sleurt ons achterwaarts, in de vroegte,
in de verkoolde, in de ijdele tijd,
verdoofd met de ijdele feesten van
de nederige mens in mensentijd,
in de tijd van het opgewekt aardse,
in de tijd levend met zijn zonnelied,
met zijn zwaluwen, boven betoverde
Po-vlakte, boven frisgroene flanken
van hellingen, die jullie, zwaluwen,
toekeert loom jullie vleugelslag, ten afscheid.

(vertaald uit het Italiaans door P.B. Kempe,
uit “Nederig Italië”)

Hun diepe slaap

Toen ik gisteren in slaap viel
In de nacht van Sint-Jan
Was er vreugde en leven
Geknal van bommetjes Bengaals vuur
Gepraat gezang en gelach
Rondom de laaiende vuren.

Midden in de nacht werd ik wakker
Ik hoorde nergens meer praten of lachen
Alleen ballonnen
Dwaalden voorbij
In diepe stilte
Alleen zo af en toe
Het lawaai van een tram
Spietste de stilte
Als een tunnel.
Waar waren degenen die zojuist nog
Dansten
Zongen
En lachten
Rondom de laaiende vuren?

– Zij allen sliepen
Zij allen lagen
Sliepen
Hun diepe slaap.

Toen ik zes jaar oud was
Kon ik niet zien het slot aan het feest van Sint-Jan
Omdat ik in slaap viel
Vandaag hoor ik nergens meer praten die tijd
Mijn grootmoeder
Mijn grootvader
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Waar zijn zij allemaal?

– Zij allen slapen
Zij allen liggen
Slapen
Hun diepe slaap.

Manuel Bandeira

Vertaling:
P.B. Kempe
(uit het Braziliaans-Portugees)

Profundamente

Quando ontem adormeci
Na noite de São Jão
Havia alegria e rumor
Estrondos de bombas luzes de Bengala
Vozes cantigas e risos
Ao pé das fogueiras acesas.

No meio da noite despertei
Não ouvi mais vozes nem risos
Apenas balões
Passavam errantes
Silenciosamente
Apenas de vez em quando
O ruído de um bonde
Cortava o silêncio
Como un túnel.
Onde estavam os que há pouco
Dançavam
Cantavam
E riam
Ao pé das fogueiras acesas?

– Estavam todos dormindo
Estavam todos deitados
Dormindo
Profundamente.

Quando eu tinha seis anos
Não pude ver o fim da festa de São Jão
Porque adormeci
Hoje não ouço mais as vozes daquêle tempo
Minha avó
Meu avó
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Onde estão todos êles?

– Estão todos dormindo
Estão todos deitados
Dormindo
Profundamente.

Manuel Bandeira (1886 -1968)

tijdelijk schreef ik
tijdelijk in het natte
Noordzeestrand

met pen en peillood
schier versleten
ben jij mij vast al
glad vergeten

Wim van den Hoonaard

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!