Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

A newcomer Doggy goes out for a walk.
‘Feel awkward to walk and have no one to talk 
to, buddy, or partner, a chum, or a mate,
A pal, an amigo, would that not be great?
It’s Sunday, I’m roaming alone in this town.
If I had some friends, I would not feel so down.’

On Monday the Doggy encounters a Snake
who’s tired from sliding and having a break.
‘Please join me for strolls and for walks,’ Doggy begs.
‘Can’t walk, I am sorry, I haven’t got legs.’
‘But I have a trick that will keep us on track.
Please slide a bit upwards and sit on my back.’

On Tuesday the Doggy proceeds with its walk. 
With Snake on its back there is plenty to talk.
The two are good company. Dog’s joyous bark
and Snake’s happy hiss are a thrill in the park.
Together they cover a square and a street,
just looking around for more comrades to meet.

On Wednesday the couple runs into a Cat. 
The friends make a halt for a casual chat.
‘Dull Dog, Silly Snake,’ says the Cat with a shrug.
This high on its horse Cat is snooty and smug.
‘Please join us,’ begs Snake, ‘on our way to the pub.’
It took seven whiskeys ere Cat joined the club.

On Thursday the Trio continues their walk, 
Poor Pussycat pie-eyed, not much of a talk.
But previous company now is a crowd.
No wrong would have happened if Cat hadn’t meowed:
‘I’m hungry, I’m thirsty, I’m craving for food.
This walk is exhausting! I’m not in the mood.’

On Friday the Cat steals the show with a car.
The joyride that follows ends up in a bar.
While Cat’s getting loaded, the Dog has a tea.
Snake sneaks to the river, where water is free.
The Cat falls asleep and keeps snoring until
the barkeeper mutely presents them the bill.

No pounds in their pockets, no Saturday fun. 
No walking, no talking, there’s work to be done.
Snake slides in(to) a cloth and starts cleaning the floors
while Doggy is tail-wagging wiping the doors.
The Cat doesn’t join them, too good for a job.
But later gets scolded: ‘You hidious snob!’

The Cat gets upset and it knocks out the Snake.
The Dog yells: ‘Posh Cat, you just jump in a lake!’
On Sunday the Doggy takes care of Snake’s head,
Puts Snake on its back and walks off with soft tread.
I ever you walk on a footpath or track
look out for a Dog with a Snake on its back.

Tooske Hinloopen – October 2021

whiskers – snorharen
chum – vriend
roam – zwerven
encounter – ontmoeten
stroll – geslenter
on track – op het goede spoor
cover – afleggen
shrug – schouderophalend
high on it’s horse – hooghartig
snooty – hooghartig
smug – verwaand
pie-eyed – straalbezopen
crave for – snakken
loaded- stomdronken
sneak – sluipen
hidious – afschuwelijk
posh – chic
jump in a lake – hoepel op
tread – tred

Geen dénken was er nog aan twee-en-dertig jaar
bisdom bij de IJssel anno zestiende eeuw,
of Papenblikstraat, Papenstraat anno heden,

toen uitvoer van Thingor op IJslands rede
abt Nikulas Bergsson, zijn schip zette koers naar
Bergen, vervolgens Alborg – voort ging hij te voet
Door Stothbòrg bij de Elbe, op Hannover aan,

tot hij kort daarvóór, midden in zijn twaalfde eeuw,
de wegwijzer aantrof die hem zuidwaarts deed gaan:
“Rom och Ierusalem”.

                      Westwaarts zond hij een groet
naar de ander wijzer met Oud-Noorse tekst
die hem lokte: “Frijsland, til Deventer och Trekt” –

maar op zijn thuistocht uit het beloofde land
is hij evenmin tot het Over-Sticht gekomen,
zo men lezen kan in het dagboek dat zijn hand
ingegeven kreeg door zijn dolen alsook dromen…

P.B. KEMPE, september 2019

met mijn maatje

met mijn maatje valt niet te onderhandelen
over het verplichte dagelijkse wandelen
meneer wil eerst met de cabrio
voor een ritje door de regio

twee koekjes en hij springt in de blauwe cabriolet
met op zijn aristocratische kop een rode baret
voorin op pluche geniet hij als een kind
met zijn wilde haren in de wind

langs velden en wegen rijd ik hem als zijn escort
naar zijn favoriete landgoed Hackfort
zijn boswandeling is mijn gezondheidsverzekering

Erika Visser, oktober 2021

boven de nevelen

eenzaam
de wandelaar
boven de nevelen
met wandelstok in hand
op een ideaal uitkijkpunt terugkijkend
vanaf een donkere grillige rots op de voorgrond
over een zee van mist naar het gebergte op de achtergrond

imposant
de in de mist
gehulde bergtoppen
daar boven een wolkenband
doorbrekend licht in het vooruitzicht en
blik terug gezien op de rug van wandelaar
veraf en dichtbij lopen naadloos over in elkaar
enerzijds het gebergte anderzijds de gemoedstoestand

de eindeloze verte
en begrensde standplaats
duiden op de platonische dichotomie
tussen het aardse en verhevene – lichaam en ziel
de bergen de wolken en de wandelaar worden deel
van jezelf en je ziel en een weerspiegeling van emotie

Erika Visser

Der Wanderer über dem Nebelmeer (1817)
Caspar David Friedrich
olieverf op doek
95 x 75 cm

‘Wandelen is in essentie: lopen zonder doel’
Sprak de échte wandelaar tot zijn kompaan
Zijn medeloper trok daarop een heel boos smoel
‘Wandelen zonder doel, daar vind ik juist niets aan!’

‘Dan is deze wandeling voor jou een lopend moeten,’
Stelde de expert toen vast, met een superieur gevoel
‘Nou ja, we lopen anders weer precies dezelfde route
En thuiskomen blijkt steeds ook joúw uiteindelijke doel!’

Dat bracht de échte wandelaar danig van zijn à propos
Hij was van elke wandeling steeds weer thuisgekomen
Was dát dan toch zijn doel geweest, onbewust of zo?
Ineens genoot hij niet meer van de herfst in de bomen

Bedrukt en lusteloos liep hij nu hun wandeling uit, maar…
Vlak voor hun appartementencomplex hield hij zijn pas in
En nam tot ontzetting van zijn kompaan een ferm besluit:
‘Buurman, ik wandel verder en kom nooit meer thuis!’

Toen kreeg zijn wandelen ineens weer zin …

Neletta van Heuven, oktober 2021

uit het niets komt deze stof
om over na te denken
materie vol van leven
dat telkens maar hoger wil

alleen de ware durfals
nemen de treden omhoog
voor de grote oversteek
wandelend over water

de wilde wijk blijft achter
richting de overzijde
want daar lonkt een belofte
van samenhang en weelde

maar wandelen geeft je niets
scherpt even lijf en geest
aan het verre brugge-eind
leidt jouw pad naar beneden

Maarten Douwe Bredero

Te voet gaan vraagt om schoeisel
meegaand als een huid
Te voet gaan zet je ogen aan
tot dwalen langs zoveel
dat ongezien voorbij zou gaan
Te voet gaan brengt je armen
in beweging langs je lijf
je benen ga je voelen
waren die altijd al zo ongemak’lijk stijf?
je neus vangt plots’ling geuren..
je wangen gaan weer kleuren
je ogen vangen vogels
wat zwieren die toch mooi
ik zou dat zelf wel willen
ben ik normaal gesproken
ook zo gemak’lijk uit de plooi?
Te voet gaan
kortom
brengt je dichterbij
veel
vooral ook bij jezelf

Sieth Delhaas, oktober 2021

Naar buiten, been naar voren, afzetten met andere voet,
voortgaan met bewegen, stap na stap,
ruimte creëren, langs akkers jakkeren, bospad in.
Dit lopen is geen wandelen, te liefelijk woord
-met een zweem van genot of flaneren –
voor deze drang van voortstuwen;
afstand overbruggen is een betere term.
Vooral doorgaan, desnoods bomen tellen of de passen
tussen de stammen, het zand onder je zolen
weg laten glippen om het echte wegglippen vóór te zijn.
Nee, niet benoemen, doorgaan met voortjagen.
Verdring gedachten, druk ze weg in de grond,
nee, niets regelen over ter aarde bestelling.
Volg het pad, stamp de kluiten plat,
IJsberen in het bos, maar dat is klimaatcrisis
toch groter probleem dan deze zenuwinzinking.
Wat betekent een mensenleven op de geologische tijdsbalk?
Een blad dwarrelend van een tak, nog even wiegend
op de wind, een muggenpoepje op de muur
weg te poetsen met een nat doekje.

De lucht krimpt tot onrustbarende grijze partijen.
Nee, geen gegoochel met De Romantiek over
weersgesteldheden en snikken op het graf,
geef mij maar De Verlichting, verlichting van
dit ongrijpbare fenomeen dat de keel dicht knijpt,
woest woekert door maag- en buikstreek,
het denken verstikt sinds het bericht:
“Wij bellen U tussen 2 en 4 voor de uitslag.”

De voeten veren nog, niet glibberen nu, niet uitglijden,
niet verdwijnen in de plas, hoe aanlokkelijk ook.
Vooruit kijken, gemiddelde staplengte van 70 centimeter
vertelt de stappenmeter, die hoef ik niet te tellen zelfs niet de dagen,
dat doet de agenda vol geroosterd met onderzoeken.

Een zachte zoem op mijn huid, het is donker tussen de stammen
van de sparren, geritsel klinkt door de mobiele tril,
een spatje licht glinstert terwijl mijn hand verstart,
weerspiegelt een verschrikte blik mijn gierende paniek.

Bertje van Delden, oktober 2021

Des nachts wandelt hij onwetend door de straten
gehuld in sjamberloek, sloffend in zijn pantoufles
hij heeft zichzelf niet in de hand noch in de gaten
schuifelt ziende blind uit zijn bedroefde ogen
kijkt op noch om laverend tussen lantaarnpalen
en her en der geparkeerde automobielen
ontwijkt de vragende blikken van een vrouw met voile
steekt dan over, vlak bij het monument voor hen die vielen
gaat dan huiswaarts terug.

Maar doodgaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staat geen beletsel van een wandelwet
noch ongemak van praktische bezwaren
alleen de moedigheid die niemand kan verklaren
maar die de wandelaar spaart en wetten tart.

Zo gaan de jaren heen, de buurkinderen worden groot
en zien de man, die ze kennen als hun straatgenoot
allengs versloffen tot hij, een vroege morgen
met nog nauwelijks verkeer, bij wijze van point d’orgue,
het monument passeert en stap na stap
doorgaat tot voorbij de einder.

Joseph Paardekooper, 24 oktober 2021

Weet u dat wandelen ook stress kan geven
moge u het niet beleven
Ik maakte de keus
maar heus het was geen genoegen
het was zwoegen en ploegen

Met de rugzak al, begon de twijfel te knagen
zoveel vragen, een lichte zak, klein of groot
ik was als de dood, straks ben ik wat vergeten
Weten kan ik het niet
nimmer heb ik een één-daagse gelopen

Zak ten top, de paden op
Samen in een kolonne gaan lopen
en maar hopen dat ik mee kan marcheren
Trots stapte ik in mijn wandelschoenen
die door al het boenen als spiegels glommen
en later zwommen in de plassen

Grassen en bevleugelden
kietelden en zoenden mijn arm
warm kreeg ik het ervan
Ze staken zelfs in mijn voeten
de groeten, al dat gedoe en gezwoeg
genoeg is genoeg zei mijn Tom Tom

Ik ging de paden af
en gaf mezelf vrij
Blij als ik was
ging ik op café, hoezee
En zag op de tv mijn idolen
maar het meeste miste ik

de gladiolen

José Hattink-Blom, oktober 2021

Ik geniet van ruim en vrij
op het pad langs de rivier.
De ganzen hebben me doorgelaten,
ik moest er wel even om vragen.

Een groepje tegenliggert mij,
vier mensen met een kinderwagen.
De ruimte houdt niet over hier.
Ze hebben mij niet in de gaten?

Het vraagteken groeit in de lucht.
Op anderhalve meter stokt mijn pas,
niemand doet een stap opzij.
Onzichtbaar schuin ik door het gras.

Het water klotst tegen de keien,
een dijk van onverschilligheid.
Ik droom mij op een ganzenvlucht
naar zorgelozer tijden.

Lies Prins, oktober 2021

De schijnbare doelloosheid van
slingeren
langs de bochten van een rivier
die lijkt te stromen voor
het plezier

van steeds weer nieuwe bochten
in omtrekkende bewegingen
volgen wij meanders
verdwalen in
lemniscaten
staan stil
en laten
onze gedachten bezinken
tot ze de vrije loop herkrijgen
of verdrinken in de diepte

De rivier komt allicht bij haar doel
als wij haar nu eens
zonder omwegen volgden?

Lies Prins, oktober 2021

Het hoofdje had gepast
in een handpalm; het kistje
bedekte precies hun knieën.

Nu lopen zij over het grind
naar het hek en door het hek
naar het huis. Dag na dag
zal dit hun wandeling zijn,
zullen zij de seizoenen lezen
aan hoe deze zich tot het hoekje
verhouden. Hangen zij tussen
de bloesems hun tranen te drogen,
horen zij klaagzang door krekels
gedeeld, zien zij de spin
draden weven van ontbrekende
woorden, zoekt hand naar hand
als de naam op de steen
onder de sneeuw is verdwenen.
Van het huis naar de plek,
van de plek naar het huis
waar zij niet langer wonen
maar wachten.

Een zoon. Voor de duur
van een oogopslag.

Louise Broekhuysen, oktober 2021

Van kruin tot hiel
van hier tot gunter
en van de kust tot
in het bos.
Met regenjas
en zolen met profiel
een tas om op de rug
te dragen.
De stokken losjes
in de hand, zoals een
heer in vroeger dagen
de rotting zwierig voerde.
De naald van het kompas
slaat altijd uit
waar je ook gaat.
Van kruin tot hiel
met hart en hoofd en ziel
gaat daar de wandelaar,
alsof de wereld louter uit een
platgetreden kaart bestaat.

Anna Wiersma, oktober 2021

Ik wil naar Rome om de paus te zien
en vraag mij af hoe of ik daar kan komen.
Sinds jaar en dag weet elke boerentrien:
De wegen leiden allemaal naar Rome.

Dus geen probleem aangaande de voyage.
Dan vraag ik aan mezelf: Maar welk vervoer
zal ik verkiezen voor die pelgrimage?
Het antwoord vinden is een helse toer.

Een voetreis ligt misschien wel voor de hand,
maar wandelen heeft praktische bezwaren:
Op nachtrust ben ik altijd zeer gebrand,
om maar te zwijgen over alle blaren.

Een wekenlange voettocht, ja, hallo!.
Zo’n barre tocht zal mijn gezondheid slopen.
Dus pak ik noodgedwongen mijn Peugeot:
Wie rijden kan is gek als hij gaat lopen.

Tinus Derks, oktober 2021

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!