Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

denkend dat
een sleur
hem slecht
verlicht

doet hij
een deur
achter zich

dicht

Wim van den Hoonaard

Ik had je graag nog willen zeggen
terwijl jij ‘t wist dit uit te leggen
dat het leven zweven  is
als het leven geven is
maar wat jammer
dat je langsliep
toen ik langsliep.

Wim van den Hoonaard

een jaar in pennenstreken
neergeschreven
maakt indruk voor hoelang
de lijnen uit verleden
komen toekomst tegemoet
spanning blijft in ons
bestaan
en hoop op beter
houdt ons in beweging

door weer en wind gevormd en
nauwelijks te harden
in winter en in zomertijd
zo soepel en zo speels
en van zo vele vormen
dat levenslust zijn weg kan
gaan
zo hoop je
in de barre uren
het hoofd en hart steeds in
balans
te houden dwars door
het ritme van de tijd

het einde van het jaar
is weer in zicht
de dagen worden korter …
en verlengen
de tik tak van de tijd gaat
ongestoord zijn gang naar
broze uren van de kentering.
hoe sta ik stil
in de beweging van de dagen
mijn kloppend hart
heeft moeite met het ritme
en de balans slaat door.
bezinning is zo zeldzaam
het evenwicht hersteld
met moeite ga ik verder.

Dick Smeijers

Een kindervinger tekent op beslagen ramen
de runen van het eeuwig “que sera ?”.
Daar, op het éne, laatste raadsel na,
geeft het al tastend droom en wens hun eigen namen.
Het weet zich vol van toekomst, wachter op de muren,
een torenspits die speurt naar wat er komt.
Oneindigheid had zich in hem vermond
tot mateloze speeltijd zonder ooit blessuren.
De tijd heeft nu aan hem zijn werk gedaan.
Verborgen is het lang voorbije kind.
De wachter slaapt. De torenspits, omrankt door mist.
Maar desondanks blijft het verlangend staan,
dat eens zijn droom in hem bestemming vindt
en aloude tekens nooit voorgoed zijn uitgewist.

Alfred Bronswijk

Neem de tijd om te denken –
gedachten zijn de weg naar de wijsheid.
Neem de tijd om te voelen –
gevoelens weerspiegelen het diepste  van jezelf.
Neem de tijd om dankbaar te zijn –
dankbare mensen zijn de ozonlaag
van de maatschappij

Alfred Bronswijk

Al mijn hier en nu
is nergens en nooit
zonder toen en daar
En ergens en ooit.

Martin Walton

Er komt een trein voorbij,
stopt, maar hij zal doorgaan ,
brengt mensen waar ze willen zijn.
Droef en blij trekt ons voorbij,
het leven wil slechts doorgaan,
dat we mogen genieten o zo fijn.
Er is een kalenderjaar voorbij,
daarom mijn groet voor we doorgaan
naar een tijd vol vrede zonder pijn.

Willem Nieuwenhuis

Jij Raphaël
Daar zat jij,
solide met kippa,
hard werkend.
Een rots gelijk.
Slechts 1 klein verzoek en
de rots verplaatst zich,
vriendelijk, ingetogen.
Je begreep, voelde in
kwam in beweging
maakte ruimte
en straalde.
Mooi gebaar!
Ik legde uit
we spraken,
luisterden,
er ontstond een klik.
PRACHTIG,
menselijk,
zoals dat kan,
maar vaak niet gebeurt.
Toen je gedicht:
‘ik benne’,
Raphaël, ik dank jou
als pracht mens!
Een schepsel van God.

Benne Solinger

Mijn gedicht als antwoord op het gedicht dat Raphaël Helstone (een voor mij wildvreemde man) die, toen wij als familie in Restaurant Engels te Rotterdam napraatten over de begrafenis van onze vader, mij toestuurde. Hij zond mij een mailtje met een hartelijke groet, zoals rabbi’s dat doen.

Kijk daar zit Michiel van Hunenstijn
aan tafel met z’n rug naar het raam.
Hij schrijft een gedicht, z’n bril heeft hij afgezet
en z’n glas wijn heeft hij bijgeschonken.

‘Het leven is vurrukkelluk’ staat op het papier.
Soms klopt dat, dacht Michiel van Hunenstijn,
als het leven lekker liep, dan klopte het wel.
Als de hele bliksemse boel een beetje liep
ja dan kon het leven wel vurrukkelluk wezen.

Ik zie het papier van Michiel van Hunenstijn
vol met krassen en met strepen,
zijn bril heeft hij weer opgezet.
Het lamplicht zet hem eenzaam in een stolp.
Hij neemt een slok en hij zet weer een streep.

Van buiten af zie ik hem
weerspiegeld in het glas.
Het glas is thermopane:
ik zie hem dubbel, is hij niet alleen?

Daar zit Michiel van Hunenstijn.
Z’n wijn smaakt wrang, en z’n gedicht vlot niet.
Het leven is niet altijd vurrukkelluk
en het is niet altijd fijn
om Michiel van Hunenstijn te zijn.

Michiel van Hunenstijn

nu floept ut
dur zomaar uit!

vaak is ut
un schouwtoneel
of een gevecht
zoals u wilt

maar immur
neem ik
muzelluf mee

en

ik kan altijd
lekkur dromun…

ennu ?

Wim van den Hoonaard

Hoe romig zacht
chocolade-ijs kan zijn.
Grote rijpe kersen,
Zoete witte wijn…

Parelschelpen op het strand.
Snelle fluittoon van een fitis.
Bruine aren, waterkant.
Bloemen van een amaryllis

Een film van Woody Allen.
De stem van Johnny Cash.
Een schilderij van Sluiters
Van Campert een nieuw vers.

Klarie Veerman

Waar gooit vriendschap hoger ogen
dan morgen aan de rivier
Waar het water ons omringt en toelacht als
een mooi gezicht vanuit de verte.

Dick Smeijers

Wachter, wat is er  van…?
Overstijgend de geslachten
spreidt zij zich
fluweelzacht over mijn stad,
nestelt zich onder lampen van oudsher
kleedt zich van straat tot steeg 
in wisselend gewaad.
Getuige is hij van uitersten
maar  verraadt niet;
blijft een stille.
Altijd tussen de van de daken schreeuwende dagen
de nacht.

Sieth Delhaas

Gedicht n.a.v. het thema van Gedichtendag 2011

Langs de weg geknakte hoge boom
Flarden steken hulpeloos in de leegte
Geen zachtheid meer van beschutting
Geen zoete bedwelmende geur
Sapstroom afgesneden

Alsof alle schepping illusie blijkt
Oerkracht is echter onvernietigbaar
Uit restanten komen steeds meer
Dunne takjes omhoog
Gericht naar het heldere licht
Lieve groene blaadjes
Hoopvol geladen met oneindigheid
Liefde kan eeuwig zijn,

Juliane Amsberg

Als van een vaak versneden bruiloftskleed
hangt u uw plooiwerk breeduit tussen oude panden
met wie u zwijgend heimwee deelt naar co-verbanden,
waarmee de stad zich ooit had ingekleed.

In stil verzet tegen verandering
steken arkeltorens en uw gotisch trappenhuis
minzaam hier de draak met elk opdringerig geruis
van al te moderne omkadering.

Uw bordes zag eens bisschop, keizer en oranje.
Nu bent u maatjes met de haringman,
die elk zeezilt visje aanprijst als een lekker stuk.

De Turkse kooplui voeren op de Brink campagne,
terwijl uw vensters spieden naar een span
dat tussen kussen fluistert: jij bent vurrukkulluk!

Alfred Bronswijk

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!