Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café, elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst worden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

.-  -.-. ….
….  .  -…  —  .  .  .-..  -.–
—  .  –  -..  .
-..  ..  -.-.  ….  –  .  .-.
-..  ..  .  –..  ..  .—  -.
….  .  .-.  …  .  -.  .-.  —  .  .-.  …  .  .-..
..-  ..  –

(- is ‘dah’ en . is ‘dit’).

Wim van den Hoonaard

Voor de oorlog reclametekst
langs de weg tussen Haarlem en Amsterdam

Neen, nooit heb ik een vat van de Phoenix omvat,
noch een krat, droog of nat, bij de kladden gehad,
laat staan dat ik een kist van de plank had gegrist.

Neen, nooit was het zo dat ik een deurmat bezat,
noch een kikker of pad had vertrapt op mijn pad,
tenzij ik mij door een kwistige list had vergist.

Want elk heeft wel wat en valt hard op zijn gat,
nuchter, ladderzat, of bespot en bespat,
als een valk in de mist of een kalf in zijn kist.

Ik ben geen wijze in een vat of ontdekker in bad,
ooit stapte ik op een rat in een smachtende stad,
van Lazaar in zijn kist had ik mij vergewist.

Ik ben gebrand en geschat en mijn kat zet mij mat,
mijn handstand gejat en mijn wanden beklad,
mijn liefde betwist en mijn lot onbeslist.

Dus mij niet gezien met een kast, krat of lat
ook zonder dat ging ik vaak genoeg plat,
want steeds had ik mij dieper vergist dan ik wist.

Zo – dat was dat.

Herman Posthumus Meyjes

mjum, mjam, mjum, mjam, mjum, mjam, mjum, mjam, mjum,mjam, mjom, mjim, mjom, mjim, mjom, mjim, mjom, mjim, mjom, mjum,
brro, brre, brra, brru, brro, brre, brra, brru, brre, brro, brra, brru,
cha, chu, cho, che, chu, cho, che, cha, chu, cho, chr, cho, che, chuu.

En meneer – heeft het gesmaakt?
Nee, de volgende keer neem ik iets anders.

Herman Posthumus Meyjes

Je bent verdwenen,

wie weet hoe lang geleden, hoe lang
al voordat ik het wist, voor ik het had
gemerkt. Je verdween uit mijn
bestaan, maar je bent er nog wel.
Hoewel ik je niet kan horen, of zien of
voelen. Je bent er,

in zekere zin.

Immers, ik droom je tot gestalte. Ik
verzin je tegen de klippen op met
golven van verlangen, pijn en
ongeduld, met golven die de rotsen
teisteren en uithollen.

Mijn fantasie werkt als erosie, die
jouw beeltenis niet met water uitwist,
maar uit koele steen tevoorschijn
roept.

Ik vind geen rust aan deze kust.

Jan van Laar

‘t Was op een dag in mei
dat ik met een lach op mijn gezicht
zwichtte onder het gewicht
van mijn zinnen
voor hem
Is ’t mijn innerlijke stem
die mij 
bij hem binnen lijd
‘k dolend de geuren die hij verspreid
volgend
Neem zó veel waar
Ziende blind dat ik hier staar 
naar wat heet een winkel
en laat me verleiden
want in mei
kan alles me verblijden
Open loop ik het pad
Opgeheven hoofd
Wie maakt me wat
en aanschouw de materie
Als ik hém plotsklaps zie
Rubus
Deze genetisch gemanipuleerde versie van zichzelf 
weet niets van het waarom
Doornroosje in mei huilt
Daar in zijn doornloos bestaan
het einde van haar sprookje schuilt
en sluit de rij
naar de kassa 

Erica Rekers

Hij 1 kwam tot mij
vanuit de context van haar
die omstreeks ’t midden van haar dagen
verdwaalde in levens donker woud. 2

Zijn sonnetten
haar geraakt zijn
doen haar rijken naar eigen bron.

Voor het eerst haar woorden
– volkomen zuiver –
breekt haar stem onweerstaanbaar door.3

Sieth Delhaas

1. Herman Gorter (in het kader van ‘Gorter’ als onderwerp van Deventer Dichterscafé 29.5.2012).
2. Zie: Henriëtte Roland Holst-van der Schalk’s bundel De vrouw in het woud (Rotterdam 1912), waarin het 1e sonnet
    begint met de regels: ‘ Ook ik ben omstreeks ‘t midden mijner dagen/ verdwaald geraakt in levens donker woud’.
3. Zie: Henriëtte Roland Holst-van der Schalk, Het vuur brandde voort (Amsterdam 1949/1979 3e dr.) pp. 66-67.

Langs het mooie warme Kreta zeestrand
waar ik met lief Jenneken ben beland,
brandt de zon aan een hemel van azuur.
Gestuwd door de meiwind, vaart op dit uur
een catamaran voorbij en je ziet
in ’t water haar vaarsporen in t verschiet.
Het smaakt naar een koel verfrissende duik.
De Egeïsche Zee lijkt op een fuik,
want.. kan dat hier naakt? De zwembroek ligt thuis,
komt er politie.. dan ben ik: ‘abuis’.
Of doen we het niet en lopen we door
naar die ruige stoere bergen, waarvoor
we ook zijn gekomen. Flora zo mooi,
duizenden kleur/geuren houden pleidooi
om snel te komen en te genieten
aan het zeestrand geen kuit te schieten.

We kiezen ’t laatste, verlaten het strand,
lopen het land in, langzaam omhoog, want
klimmen dat moet hier, de bergen zijn steil
en kom je wat hoger, zie je een zeil
heel in de verte, een diepblauwe zee.
De geurende bloemen, tellen hier mee,
paars, lila, zilver, rood, geel, blauw en groen
zomaar wat kleuren die het hier goed doen.
Heel veel zwerfkeien, steiltes en holen
Kreta: “heel hartelijk aanbevolen.”

Maar in de hoofdstad Heraklion, daar
zie je vlaggen, veel mensen bij elkaar.
Ze demonstreren tegen Europa
de regering, de heersers. Een opa
zit met trillende lippen. Zijn rolstoel,
het geef mij een naargeestig voorgevoel,
is roestig en vuil, zijn kleding gescheurd,
je vraagt in zo’n land –‘wat is er gebeurd?’-

Veel werkeloosheid, toerisme blijft uit
het  land is in rouw en gaat onderuit
als de striemende gesel niet ophoudt.
Europese dictatuur, die afhoudt
van creativiteit, de Griekse volksaard,
liefde, rust, geluk. Zo’n crisis onwaard.
Geloven in God, zijn hulp, een refrein
het geeft hen rust, orthodox als ze zijn.
Verkiezingen komen, hun stem telt mee
op Kreta, wonderschoon eiland in zee.
Blijf op je eigen volksaard gefocust,
voor  liefde, vrede, geloof, moed en rust!
Dan blijf je, ook in de toekomst, de plek
met bergen, zee, schoonheid, voor elk in trek!

Benne Solinger

Beperk je tot dat ene

welke telkens voor je vervliegt
Ongrijpbaar
hoewel immer in verschiet

Zoek niet langer
buiten de klank
of kleurschakering
in elk licht
Ondeelbaar
zonder een ander

Loop recht naar het wezen
met geur en smaak voor twee
Alleen dan weet je weer

om wat je geeft

Maarten Douwe Bredero

Groet ik god Van Eerd bij het hekje,
lees de zeven zekerheden,
en pak mijn frisse gele mandje,
slalom langs de bakken en
loop achter vrouwen die leunen
op hun winkelwagentje
met hun grote platte kont naar achter
Ik kijk niet maar ik kijk wel.
Weten ze wel wat chips per kilo doet?

Gangpad bier, Leffe Blond, tweede pak halve prijs
‘David, extra kassa erbij alsjeblieft’
Het gangpad, de schappen, mijn lijstje: de route is bepaald.
Rechts voor de biomelk en daarna links de chocola.
De vakkenvuller, geelgestreept bedrijfstenue, maar wel
de broek half op de kont, wie maakt me wat,
zoekt mee naar de muntthee.

De witgejaste kok staat in zijn kraam
roert, bakt en prijst aan.
Ik kan de vette geuren niet verdragen,
ik krijg het warm, benauwd
en haast me buiten zijn bereik.
Ik moet naar buiten toe.

Daar is al de postzegeltelefoonkaartenfotoservicekraslotentabakbatterijenscheermesjesstomerijservice-balie
De uitgang, nog vier, vijf stappen nu
ik kijk om, Van Eerd, god, hij is verdwenen
dan, een hand plots op mijn schouder,
en een stem die zegt:
‘gaat u even rustig met ons mee meneer?’

Michiel van Hunenstijn

(vrij vertaald: Lentefeest)

Door gekleurde ruiten
tuur ik doorgaans naar buiten
en vind na lange winternachten
geruststelling in een gedachte:

Ook later zijn het anoniemen
die ondanks mij ontkiemen
want ik ben hier toch maar even
maar eeuwig viert de lente ’t leven!

Wim van den Hoonaard

(Parodie op de Mei van Gorter)

Een nieuwe lente en weer dat geluid:
Ik wil het niet horen, dat vrees’lijk gefluit
van zo’n rotmug als in een zomernacht.
En dát in mijn stad aan een watergracht.
In huis was het donker, maar de stille straat
lokte die krengen, van vroeg tot heel laat.
Noch flitsspuit,  noch knoflook en zure azijn
joegen de duivels van mijn raamkozijn.
Hun zoemen klonk mij als een orgelpijp,
een fuga vol venijn. Ze leken rijp
om aan te vallen in de lentewind,
zoals een vampier aan zijn maal begint.
Ze bekropen mijn lakens, zelfs op de wal
van mijn antimuggencrème; overal
die bloeddorstige beesten. Onbewust
vervloekte ik mijn dag en avondrust.
Ach, menig moe man, die ooit als avondmaal
dient voor prikgespuis, kent dit oud verhaal:
moedeloos,  en een hand die ’t venster sloot,
talmde, wijl binnen weer zo’n rotmug floot.

Alfred Bronswijk

Ik zou wel graag een polder willen zijn
waar alles op zijn tijd gewist kan worden
en met het water der vergetelheid kan worden afgedekt:
het scheefgegroeide aan het zicht onttrokken,
het scheefgedachte schadeloos gemaakt,
het scheefontworpene gecorrigeerd.
Aan niets zoveel behoefte als aan een nieuw begin.

Laat komen dan dat water,
doorsteek de dijken en open de verroeste sluizen.
Egaliseer de golven,
vereffen de terpen, vereven de evenaren,
en strijk de horizonten glad.
Laat ons, onlesbare dorstelingen,
weer drinken uit de wereldzee
waaruit wij zijn voortgekomen
en waarheen wij  — wil het ooit nog iets met ons worden —
behoren terug te keren.

Hedwige, nog even geduld, ik kom er aan.

Herman Posthumus Meyjes

taking my changes
on this special occasion
sensed again a throbbing search
the old conquering sensation

so joyful how interaction can easily evolve
despite both foreign and coming from far
must be a similar look on how to live
plus savoring meals puts doors ajar

drained again yet unexpectedly wanted
as waited upon in this brand new city
charming respect without any pity

a pulsing Latin day with dance and life music
our attraction took a natural and even course
hands and no lights you allowed me yours

Maarten Douwe Bredero

Ik zie ik zie
wat jij niet ziet
want overdag
is zij er niet
en haar kleur is
geel?
ik zie ik zie
ontluikend schoon
in Franse nacht
beau belle de nuit

Erica Rekers

Geknipt en geschoren  
staan daar naar behoren
rij na rij
zij aan zij
de ranken in ‘t veld
welgeteld denkend 
is dit wat ik wil?
…….. Stil ……..
Eeuwig gelaten
’t loopt toch in de gaten
verborgen in ’t hout
nieuw leven piept stout
een voelspriet naar boven
en kan het niet geloven
alweer goed getimed …..

Erica Rekers

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!