Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Helaas hebben wij, eind september, moeten besluiten om onze fysieke bijeenkomsten in De Fermerie af te blazen en te vervangen door een gezamenlijk bezoek aan Café Online.

In deze zorgelijke tijden een welkom alternatief!

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café (op weg naar ons tienjarig jubileum), elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst werden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Tot betere tijden en…keep going!

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

Inktzwarte lijnen
Tegen koud blauw
Zwijgende knoppen
Aan kleumende takken

Ik zie door de bomen
Het bos geeft zich bloot
Vormen en vogels
Ik hoor de hoop

Hier is de ziel
Hier is het leven
Nakende waarheid
Hier draait het om

Ger van Diepen, maart 2021

Corona heeft me grijs gedraaid
mijn pruik verprutst tot oerwoud
mijn lippen werden strakke strepen
nu niemand zich meer bloot stelt aan mijn babbel

dagelijks verpak ik mij in zwart
sprekend voor mijn zwijgen
vriendinnen die de pandemie
uit mijn verbanden sleurde zonder

dat ik ze zag vertrekken of nog een woord
ïk had gehoord of in een kaart gelezen
hoe ze was gegaan maar
het bewijs werd niet geleverd

ik struikel in de straten van
mijn verleden vind een oud bericht
en haar stem op mijn scherm
zodat ik – twijfelend – toch nog een berichtje stuur

Sieth Delhaas
februari 2021

Zijn vrouw, mijn tante,
breide nog een muts
Nieuwe warmte
op zijn oude hoofd
vol groeven
net als het ijs
dat hij zorgvuldig koos

Zij zag een glimp
van zijn zwierige slag
Hij zag de ganzen
in v-vorm in de lucht
Zoevende mannen
kwamen langszij
in rijtjes, handen op de rug

Het ging niet zo goed, zei hij,
ik was één brok angst

Ik noem het moed, zeg ik,
levensmoed

Ger van Diepen, februari 2021

Tenslotte legt het virus
ook de straat het zwijgen op.
De eerste avond gaan we,
lacherig, tot de valreep mee:
mensen op een holletje, brommers
scheuren in de bocht, auto’s
bonken over drempels.
Dan zet – de stad heeft wortels
in voorbije eeuwen – het luiden in
van de poortersklok. Gewoonlijk
goed voor vleugjes nostalgie
worden we opgeschrikt
door ondertonen die verwijzen
naar tijden waarin rampen
dagelijkse kost, het vege lijf
niet meer dan waaiend gras.
De Gesel Gods uitgestrooid
over de daken zoals verbeeld
in prenten en in Bijbeltekst.

De laatste slag: het sluiten
van de poorten. Als katten
schieten we naar binnen;
weten ons ongewapend
in deze dodendans.

Louise Broekhuysen

Van elke plek in mijn leven
raakt herinnering kant noch wal
Proef ik beelden van een streven

Profaan gebied, wat komt, zal

Met tijd die nu nog resteert
ga ik toch met dezelfde lef
Door met dromen over weleer

Dank omhelzingen, innig en klef

Zonder gevoel is alles verloren
heeft kennis van zaken geen nut
Laat ik alsnog mijn sporen
liefdeloos achter, volkomen blut

Maarten Douwe Bredero

Lijden
Luister hoe de zeeman lijdt / wanneer zijn oog valt op een vrouw /
wier achtersteven in zacht zijde / deint in diep marineblauw.
(naar Bertolt Brecht)

Matras
Een matras door lief en leed versleten, /
geeft een beeld van een doorleefd verleden.

Natuurfilms
Als natuurfilms worden ondertiteld / kan ik dieren wel verstaan.
Jij en ik
Ik heb het veel te druk, / vrij jij maar in je eigen tijd.

Bijbelkennis
De quiz ging pas mis toen Jona / het monster uit zee had gevist.

Privacy
Noem nooit de schoenmaat / waar jij voor doorgaat.

Ideaal
Een onbespoten vrucht / zo uit de boom geplukt, /
ongewassen, ongeschild: / zo’n vrouw had hij gewild.

Pastorale
In de stilte klinkt het uitzicht /
als een pastorale / op een kudde schapen.

Waarheden
Er bestaan waarheden / die je beter kunt opgeven.

Vreselijk
Hij vindt het leven vreselijk / voor hem is het te vleselijk.

Woorden
Waar blijven de woorden / die niemand mag horen?

Mijn bovenhuis
De stoep voor mijn huis beperkt zich tot do-re-mi. /
De hogere tonen achter/ de voordeur klinken pas
als ik de trap op ren.

Zichzelf
Hij ging op zoek naar zichzelf. / Helaas is dat gelukt.

Duren
Houden van is het verlangen / naar elkaars aanwezigheid, /
waardoor weken, dagen, uren / langer dan gewoonlijk duren.

Hoe hij dat zag
Er was nog een wereld te winnen / hoe hij dat zag hield hij binnen ‘/
mij hield hij overal buiten.

Schilder
De schilder vindt dat / zijn landschappen op / zijn stillevens lijken.

Maatregel 2021
De avondklok beheerst / nu ook de nacht.

Jan van Laar

Horen, zien, zwijgen
verspert apenstreekgewijs
breder horizon

Wim van den Hoonaard, 4 februari 2021

De ochtenddauw vleit zich als een sluier neer
En spreidt haar wolkendek over velden en stad

Een kerktoren in nevelen gehuld
Verheft zich in de blauwe lucht

Geluiden klinken adembenemend gedempt
Zelfs de wind durft er niet te zuchten

De eerste zonnestralen breken het gordijn
En reflecteren als druppels regenbogen

Het zonlicht weerkaatst moeiteloos
Waar de elementen samen komen.

Fredde Förch

Lieve Emily, blijf je altijd thuis
met je potje thee, je brave borsten
in de kluis, verlangend
naar een schaduwvriend?
Dacht je aan dwarsdichter H.
die zijn geloof verdient
met sterke dranken,
met het verscheuren van je kamizool?
Hij is als een valk geblinddoekt
voor alle vergezichten.
Of misschien dichter tB., knorrend
op de drempel van het gesticht,
die als een kledderig varken
poedelt in een modderpoel.
Wacht je voor A. Van vers
van het mes beticht. Hij vermoordde
zijn kostvrouw, onteerde haar dochter.
Wil ik je voorstellen
aan spleendrummer W.?
Nog onwetend dat zijn rikketik
het straks verdomt verder
te slaan dan met zaad en as.
Neem de gedaantewichelaar P.
in z’n spiegelpaleis voor lief
die langzaam pompoenen
ontploffen laat.
Schrijf naar T., smokkelaar
van verzetsberichten, die preekt
dat je met graven
in een oud graf alle botten
van de overlevenden breekt.
Blijf maar liever thuis, Emily.

Dick van Welzen

When day comes, we ask ourselves where can we find light in this never-ending shade?
The loss we carry, a sea we must wade.
We’ve braved the belly of the beast.
We’ve learned that quiet isn’t always peace,
and the norms and notions of what “just” is isn’t always justice.
And yet, the dawn is ours before we knew it.
Somehow we do it.
Somehow we’ve weathered and witnessed a nation that isn’t broken,
but simply unfinished.
We, the successors of a country and a time where a skinny Black girl descended from slaves and raised by a single mother can dream of becoming president, only to find herself reciting for one.

‘Never been more optimistic’: speeches, songs and celebrations cap Biden’s inauguration day – as it happened

And yes, we are far from polished, far from pristine,
but that doesn’t mean we are striving to form a union that is perfect.
We are striving to forge our union with purpose.
To compose a country committed to all cultures, colors, characters, and conditions of man.
And so we lift our gazes not to what stands between us, but what stands before us.
We close the divide because we know, to put our future first, we must first put our differences aside.
We lay down our arms so we can reach out our arms to one another.
We seek harm to none and harmony for all.
Let the globe, if nothing else, say this is true:
That even as we grieved, we grew.
That even as we hurt, we hoped.
That even as we tired, we tried.
That we’ll forever be tied together, victorious.
Not because we will never again know defeat, but because we will never again sow division.

Scripture tells us to envision that everyone shall sit under their own vine and fig tree and no one shall make them afraid.
If we’re to live up to our own time, then victory won’t lie in the blade, but in all the bridges we’ve made.
That is the promise to glade, the hill we climb, if only we dare.
It’s because being American is more than a pride we inherit.
It’s the past we step into and how we repair it.
We’ve seen a force that would shatter our nation rather than share it.
Would destroy our country if it meant delaying democracy.
This effort very nearly succeeded.
But while democracy can be periodically delayed,
it can never be permanently defeated.
In this truth, in this faith, we trust,
for while we have our eyes on the future, history has its eyes on us.
This is the era of just redemption.
We feared it at its inception.
We did not feel prepared to be the heirs of such a terrifying hour,
but within it, we found the power to author a new chapter, to offer hope and laughter to ourselves.
So while once we asked, ‘How could we possibly prevail over catastrophe?’ now we assert, ‘How could catastrophe possibly prevail over us?’

We will not march back to what was, but move to what shall be:
A country that is bruised but whole, benevolent but bold, fierce and free.
We will not be turned around or interrupted by intimidation because we know our inaction and inertia will be the inheritance of the next generation.
Our blunders become their burdens.
But one thing is certain:
If we merge mercy with might, and might with right, then love becomes our legacy and change, our children’s birthright.

So let us leave behind a country better than the one we were left.
With every breath from my bronze-pounded chest, we will raise this wounded world into a wondrous one.
We will rise from the golden hills of the west.
We will rise from the wind-swept north-east where our forefathers first realized revolution.
We will rise from the lake-rimmed cities of the midwestern states.
We will rise from the sun-baked south.
We will rebuild, reconcile, and recover.
In every known nook of our nation, in every corner called our country,
our people, diverse and beautiful, will emerge, battered and beautiful.
When day comes, we step out of the shade, aflame and unafraid.
The new dawn blooms as we free it.
For there is always light,
if only we’re brave enough to see it.
If only we’re brave enough to be it.

De hoge heuvel die ons wacht

Als het dag wordt vragen we ons af

wanneer zien we ooit licht in deze eindeloze nacht?

Elk verlies dat we dragen,

is een zee waar we door moeten waden

We trotseerden de buik van het beest

We leerden dat rust niet altijd staat voor vrede

En dat begrip, de waarde

van wat gerechtig is

Niet altijd rechtlijnig is

En toch voor we het goed beseffen

behoort de dageraad ons toe

Uiteindelijk zouden we erin slagen

Uiteindelijk overleefden we en zagen

een volk dat niet werd gekraakt

maar gewoon onaf is gebleven

We komen uit een land en een tijd

Waarin een mager zwart meisje

een kind van slaven dat door een alleenstaande moeder werd grootgebracht

ervan mag dromen president te worden

en zie, nu zegt ze haar tekst op voor zo’n president

Inderdaad ja we zijn lang niet volmaakt

lang niet ongerept

maar dat betekent niet dat we

naar een perfecte eenheid streven

Wel willen we bewust eenheid smeden

Een land vormen dat de cultuur, kleur, aard en levensbeschouwing

van elke mens respecteert

En dus richten we onze blik niet op wat ons scheidt

maar op wat vóór ons ligt

We dichten de kloof omdat de toekomst eerst komt

dus willen we eerst onze verschillen overwinnen

We leggen onze wapens neer

zodat we elkaar

kunnen omarmen

We wensen niemand kwaad toe, willen eendracht voor iedereen

Laat de hele wereld weten dat dit waar is:

Ook toen we verdriet hadden, bleven we groeien

Ook toen we pijn hadden, bleven we hopen

Ook toen we moe waren, bleven we volharden

Zegevierend blijven we voor altijd verbonden

Niet omdat we geen nederlaag meer zullen kennen

Maar omdat we geen verdeeldheid meer zullen zaaien

De Bijbel leert ons dat iedereen

onder zijn eigen wijnstok of vijgenboom moet zitten

Zodat niemand hem nog bang kan maken

Als we voldoen aan de eisen van onze tijd

Wordt de zege niet gebracht door het zwaard

Maar door alle bruggen die we hebben geslagen

Dan worden we naar de beloofde beemden gebracht

op de hoge heuvel die ons wacht

Een weinig moed kan volstaan

Want veel meer dan erfelijke trots kent de Amerikaan:

hij zet stappen in het verleden

om de geschiedenis daarna te helen

We overleefden een kracht die het volk trachtte te verdelen

en weigerde het met de wereld te delen

Die het land bedreigde en de democratie wou ondergraven

En daar bijna in was geslaagd

Maar al kun je de democratie tijdelijk ondergraven

nooit kun je haar voorgoed verslaan

Op die waarheid

op dat geloof vertrouwen we

Want terwijl wij onze ogen op de toekomst richten

richt de geschiedenis haar ogen op ons

De tijd van de gerechtige bevrijding is aangebroken

Toen hij begon waren we vol angst en vrees

We waren niet klaar de erfgenamen te zijn

van die schrikwekkende stonde

maar net daarin hebben we de kracht gevonden

om een nieuw hoofdstuk te schrijven

onszelf weer met een lach en hoop te verblijden

En waar we vroeger vroegen

Hoe kunnen we de ramp ooit overleven?

Zeggen we nu

Hoe zou de ramp ons kunnen overleven?

We keren niet terug naar wat was

maar lopen de toekomst tegemoet

Een land dat gekneusd is maar toch heel is gebleven

dat minzaam is maar moedig

vurig en vrij

We laten ons niet meer ompraten

en weigeren toe te geven aan intimidatie

want we weten dat de volgende generatie

de gevolgen moet dragen van onze apathie

Haar beproeving wordt door onze blunders voortgebracht

Maar één zaak staat vast:

Als we mededogen met macht vermengen

en macht met gerechtigheid

dan wordt liefde ons legaat

en ‘change’ het geboorterecht van onze kinderen

Laten we dus een beter land achterlaten

dan het land waarmee men ons heeft opgezadeld

Met elke ademtocht uit mijn met brons beslagen borst:

we vormen deze gewonde wereld om tot een wonderland en

We rijzen op uit de gouden heuvels van het westen,

we rijzen op uit het windige waaierige noordoosten,

waar onze voorvaderen hun revolutie begonnen

We rijzen op uit de met meren omzoomde steden van de Midwest

we rijzen op uit het zonovergoten zuiden

We bouwen weer op, verzoenen en helen

en op elke bekende plek in de natie en

in elke hoek van het land

staat ons prachtige volk op in al zijn diversiteit

ons veelgeplaagde prachtige volk

Als het dag wordt zeggen we de nacht vaarwel

vurig en zonder vrees

De nieuwe dageraad bloeit open nu wij hem bevrijden

Want het licht blijft altijd schijnen

Als je maar de moed hebt het te zien

Als je maar de moed hebt het te zijn

(Vertaling: Katelijne De Vuyst)

Geen lip zonder stift
Geen kind zonder vrouw
Geen sneeuw zonder val
Geen trap zonder lift
Geen jas zonder mouw
Geen tien zonder tal
Geen mug zonder zift
Geen degen zonder houw
Geen kikker zonder drift
Geen weef zonder getouw
Geen biljart zonder bal
Geen dichter zonder cafe

Anna Wiersma
18-1-2021

Het cafe-deurtje kraakte,
er scheen licht op de grond.
De gil die wij slaakten
toen een engel daar stond…
“Wie zoekt u”, vroeg Joseph.
“Een vrouw” zei de engel.
“Maar hoe is haar naam?
Zie je al die wijven uit het Oosten?
Geen beginnen meer aan”.
De hemelbode werd plechtig.
“Haar naam is Maria”.
Toen zei onze Joseph:
“Die komt hier niet meer,
want die kan niet schrijven”.

Anna Wiersma
18-1-2021

 (Op de wijs van het
  staldeurtje kraakte.)

Het sneeuwklokje bloeide,
de kat mauwde zacht.
Toen hij het besproeide,
was zijn taak volbracht.

En knaap met een roosje
vond dat niet zo fine.
Hij zei na een poosje:
“Bitte, nicht  mein Röslein”.

De kat sprak genadig:
“Wat dacht u meneer?
dat lijkt me misdadig,
want doornen doen zeer”.

Tinus Derks

(vrij naar Guilliaume van der Graft)

Mooier valt het niet
te zeggen.
De dood, de dode
“onbereikbaar nabij”.
Troost, blind geloof …
Nee, stilte slechts als
antwoord op zijn vraag.
Geen twijfel laat het hem
dit keer.
Hij reikt naar God
als om verantwoording.
Katinka’s stem zoekt hij.
Een diepe zekerheid
schuilt nu, in de afwezigheid
van een respons.

Anna Wiersma
13-1-2021

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!