Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Helaas hebben wij, eind september, moeten besluiten om onze fysieke bijeenkomsten in De Fermerie af te blazen en te vervangen door een gezamenlijk bezoek aan Café Online.

In deze zorgelijke tijden een welkom alternatief!

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café (op weg naar ons tienjarig jubileum), elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst werden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Tot betere tijden en…keep going!

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

Langzaam, zei mijn dochter,
valt die hele generatie om.
Ze bedoelt de mijne.

Gisteren, op mijn verjaardag,
mijn buurvrouw van
veertig jaren trug.

Vandaag mijn vriend
bij wie ik stage liep
in tachtig.

Terwijl zij stil en bleek
wachten op de dragers
oefen ik

been voor been wiebelend,
– elk dertig tellen –
mijn evenwicht bewaren,
om nog jaren mee te gaan.

Sieth Delhaas
mei 2021

Kom, mijn lief,
kom met me mee
naar waar het leven,
mijn leven met jou,
jouw leven met mij
bestaat uit regelmaat,
uit rust en zinnelust,
en waar het gelaat
van schoonheid, als
in een droom, nog
gaaf is als een steen.

Kom, mijn lief,
kom met me mee
naar waar verlichte
waters het volledig leven
tot uitdrukking brengen,
waar westerse weelde
van weerloze waarde is,
en waar de albatros
onbespot en majesteitelijk
door het zwerk zweeft.

Kom, mijn lief,
kom met me mee
naar het land ver van hier,
waar het hemeldeksel
je schedeldak ontziet,
en waar de vliegengod
-ik noem hem beëlzebub-
geen bergen meer bederft.

Tinus Derks

Een geloof van opsmuk,
werd als kind mij ingeprent;
de Beeldenstorm als uiting
van Zijn gerechtigheid.

O, Katholiek te zijn! Het gracieuze
kruisje bij aanvang van de maaltijd,
het met de vingertoppen beroeren
van het gewijde water en met geloken
ogen het voorhoofd aan te tikken;
communie doen in witte kant, de handen
toegevouwen, in rijen door het middenpad
van de basiliek – met wolken wierook
rond de zachte blik van de gevleugelden.
Te biechten na het samen plukken
van bloempjes in het stadsplantsoen;
hoe achter het geplooid gordijn
de schuld werd kwijtgescholden:
de ene ziel weer rein, de andere
“zwartgeblakerd tot in eeuwigheid”.

Ja, Katholiek te zijn – de opsmuk
te genieten en desondanks bevrijd
van zonden het hemelrijk betreden!
In plaats van kromgebogen, de ziel
besmeurd, het oog verduisterd
door preken vol salpeterzuur
het vlammend zwaard te duchten
als nazaat van Calvijn.

Louise Broekhuysen

Het begon met een vermoeden
Een rommelende donder in de verte
Toen wist je

Je wist
Er is geen schoonheid zonder prijs
Geest heerst niet over materie
Het land wil wetten en verboden
De mens wil beperking en
een aangeharkte achtertuin
Je wist het, haatte het
En wiste jezelf
in de schoot van een vrouw
Want je wist het
Je wist het

Ger van Diepen

In het duister wordt getast.
Zonder val of list zoeken
handen naar houvast
Hoe onzeker is de tijd
die wegloopt van het licht
Een storm steekt op,
Een helder beeld
ontstaat ternauwernood
Kansen keren
de wind gaat liggen
Licht stoot ons aan!
Een nieuwe dag.

Dick Smeijers

LA MUSIQUE

La musique souvent me prend comme une mer!
Vers ma pâle étoile,
Sous un plafond de brume ou dans un vaste éther,
Je mets à la voile;
La poitrine en avant et les poumons gonflés
Comme de la toile
J’escalade le dos des flots amoncelés
Que la nuit me voile;
Je sens vibrer en moi toutes les passions
D’un vaisseau qui souffre;
Le bon vent, la tempête et ses convulsions
Sur l’immense gouffre
Me bercent – D’autres fois, calme plat, grand miroir
De mon désespoir!

Charles Baudelaire (1821 – 1867)

DE MUZIEK

Vaak vangt mij de muziek, zoals het zilt der zee!
Maar mijn ster, mijn ijle,
Onder nevelgewelf, onder hemelsblauw breed,
Hijs ik hoog de zeilen;
Met borst vooruit en met de longen vol van wind
Zoals bolstaand linnen
Ga ik het nachtversluierde golvengebint
Voet voor voet beklimmen;
Hartstocht voel ik in mijn eigen zeegang trillen
Van een schip gepijnigd;
Welgemoede bries, en storm vol stuip, kramp, grillen,
Doen mij wiegen deinen
Aan de afgrond, – Andermaal, spiegel glad en groot
Van mijn wanhoopsnood!

Vertaald uit het Frans door Pieter Bas Kempe

verlangend naar bevestiging
dat leeftijd er niet toe doet
verleidt zij die jonge gozer
en waant zich rimpelloos goed

terwijl hij in onnozelheid
zijn juf in haar wijsheid opjut
en diep tussen volle boezem
zich koestert zo wel beschut
*
in verlangen naar jaloezie
liefst midden in straatgeweld
omhelst zij die ouwe knar
en trekt zijn rollende geld

terwijl hij met haperend vlees
zijn poes al straffend regeert
en bedwelmd door zoete lach
zich nergens meer voor geneert
*
of zochten zij lang geleden
naar erkenning in werkbestaan
getraind in aanzicht van ouders
wedijverend over het gaan

terwijl wij nu samen verdeeld
onze kroost moed inspreken
en dicht schouder aan schouder
ons trots voelen bekeken

Maarten Douwe Bredero

L iefde klotst tegen mijn borst als een woeste zee
E n doet m’ in mijn dromen bij U verwijlen,
S inds ik, beneveld, U bereed:
F leur! – laat ons het uitspansel omzeilen,
L averen op koers, leven van de wind,
E n volgen de weg van Uw bollende linnen.
U leerde mij spelen met Uw golvengebint,
R oekeloos uw hellingen beklimmen.
S machtend liet ik mijn lendenen trillen,
D oor U onbarmhartig gepijnigd,
U w briesen en bruisen, Uw grollen en grillen
M aakten Uw rondingen dansen en deinen;
A lles aan U is gelikt, glad en groot,
L iefste, kom weerom in mijn wanhoopsnood!

Joseph Paardekooper
Deventer, 26 april 2021
op de tiende verjaardag van het Deventer Dichterscafé,
bij het thema ‘Baudelaire’

  • Toelichting
    De dichter heeft zich verstout de vertaling van Pieter Bas Kempe van Baudelaire’s gedicht ‘La Musique’ thematisch te variëren, met behoud van de door hem gebruikte rijmwoorden.
    Met des dichters aanbeden Muze gaat het inmiddels goed; ze laat weten te floreren in een amusementshal, waar ze een ‘toezichthoudende taak’ vervult. De dichter zelve is nooit geheel hersteld van zijn Fleurige escapades.

10 jaar Deventer Dichterscafé

(op de wijs van “Happy Together” door The Turtles)

Er gaat geen dag voorbij dat ik niet denk
hoe wij meerstemmig zij aan zij steeds dichterbij
ons kunstje doen zo frank en vrij, de dorst voorbijj
in “Coffee Together”…

Nomadenvolk staat nooit vooraan
zo zal de poëzie blijven ontstaan
en voert de dorst de dichters aan
in “Coffee Together”…

Zonder blikken en blozen zal t verpozen wel gaan,
gedichten als excuus om in de spotlight te staan

Denk ik aan hier en nu, aan jou en mij,
dan is de tijd met taalgevoel een tijdverblijf,
de woorden gaan hier eigenwijs met ons op reis
in “Coffee Together”…

Zonder blikken en blozen zal ’t verpozen wel gaan,
gedichten als excuus om in de spotlight te staan

Iedereen met dorst heeft hier een streepje voor,
drempelvrees dat is bij ons niet nodig hoor!

In “Coffee Together”…
In “Coffee Together”…
Wij willen nu verder…
Zijn wij onze herder?

Wim van den Hoonaard, 11 april 2021

De weg naar Pasen
ligt vol werpstenen richting
doornencorona?

Wim van den Hoonaard, 26 maart 2021

Inktzwarte lijnen
Tegen koud blauw
Zwijgende knoppen
Aan kleumende takken

Ik zie door de bomen
Het bos geeft zich bloot
Vormen en vogels
Ik hoor de hoop

Hier is de ziel
Hier is het leven
Nakende waarheid
Hier draait het om

Ger van Diepen, maart 2021

Corona heeft me grijs gedraaid
mijn pruik verprutst tot oerwoud
mijn lippen werden strakke strepen
nu niemand zich meer bloot stelt aan mijn babbel

dagelijks verpak ik mij in zwart
sprekend voor mijn zwijgen
vriendinnen die de pandemie
uit mijn verbanden sleurde zonder

dat ik ze zag vertrekken of nog een woord
ïk had gehoord of in een kaart gelezen
hoe ze was gegaan maar
het bewijs werd niet geleverd

ik struikel in de straten van
mijn verleden vind een oud bericht
en haar stem op mijn scherm
zodat ik – twijfelend – toch nog een berichtje stuur

Sieth Delhaas
februari 2021

Zijn vrouw, mijn tante,
breide nog een muts
Nieuwe warmte
op zijn oude hoofd
vol groeven
net als het ijs
dat hij zorgvuldig koos

Zij zag een glimp
van zijn zwierige slag
Hij zag de ganzen
in v-vorm in de lucht
Zoevende mannen
kwamen langszij
in rijtjes, handen op de rug

Het ging niet zo goed, zei hij,
ik was één brok angst

Ik noem het moed, zeg ik,
levensmoed

Ger van Diepen, februari 2021

Tenslotte legt het virus
ook de straat het zwijgen op.
De eerste avond gaan we,
lacherig, tot de valreep mee:
mensen op een holletje, brommers
scheuren in de bocht, auto’s
bonken over drempels.
Dan zet – de stad heeft wortels
in voorbije eeuwen – het luiden in
van de poortersklok. Gewoonlijk
goed voor vleugjes nostalgie
worden we opgeschrikt
door ondertonen die verwijzen
naar tijden waarin rampen
dagelijkse kost, het vege lijf
niet meer dan waaiend gras.
De Gesel Gods uitgestrooid
over de daken zoals verbeeld
in prenten en in Bijbeltekst.

De laatste slag: het sluiten
van de poorten. Als katten
schieten we naar binnen;
weten ons ongewapend
in deze dodendans.

Louise Broekhuysen

Van elke plek in mijn leven
raakt herinnering kant noch wal
Proef ik beelden van een streven

Profaan gebied, wat komt, zal

Met tijd die nu nog resteert
ga ik toch met dezelfde lef
Door met dromen over weleer

Dank omhelzingen, innig en klef

Zonder gevoel is alles verloren
heeft kennis van zaken geen nut
Laat ik alsnog mijn sporen
liefdeloos achter, volkomen blut

Maarten Douwe Bredero

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!