Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Helaas hebben wij, eind september, moeten besluiten om onze fysieke bijeenkomsten in De Fermerie af te blazen en te vervangen door een gezamenlijk bezoek aan Café Online.

In deze zorgelijke tijden een welkom alternatief!

Wij hopen dat wij, als leden van ons Café (op weg naar ons tienjarig jubileum), elkaar op deze locatie vaak mogen ontmoeten en elkaar kunnen verrassen, doen verwonderen en ontroeren door inzending van een kolkende stroom van gedichten.

Alle gedichten die normaliter voor een fysieke bijeenkomst werden ingezonden worden nu (behoudens tegenbericht) door het bestuur op Café Online geplaatst. Onze virtuele ontmoetingsplek.

Tot betere tijden en…keep going!

Een hartelijke groet van Joseph – Cees – Tinus

thuis -en ik wilde eruit
buiten mistte het dicht
maar ik wist
ik ken hier de weg

de mist bleek dikker dan gedacht
en niet goed opgelet
niet goed gekeken
betrad ik onbekend gebied

ik vond er nauwelijks nog een pad
dat deerde niet
want niemand miste mij
en ik alleen mezelf

in een moment met minder mist
liep iemand mij langszij
ik keek op, verrast, verward
kwam waarheid daar voorbij?

een schampere schater was mijn deel
ik ben er niet
je hebt me niet gezien

flarden ontnamen me het zicht
ik struikelde en fluisterde
het is niet echt

maar uit de mist
een stille stem
dat heb ik niet gezegd

terug naar huis
met groeiend besef
dat ik nooit ten volle ken

thuis -in de spiegel
mijn gehavend gezicht
ik keek
ik zag
ik ben

Ger van Diepen, juli 2021

gekweld als ik was door mijn ernstige
maagaandoening nam ik een zonnebad

ik knapte er zeer (ultra) van op
kon mij weer vrijelijk bewegen tussen

de bedrieglijke, bleke kardinalen met
hun onfrisse praktijken her en der

mijn huid leek gearceerd met zwarte inkt
voorheen mijn tiara, nu een kalotje

net zo wit als mijn pauselijke haar of
wat daar bij de kapper voor doorgaat

wanneer ik daar eens in de zes weken zit
de kapster mij de les leest over haar tarief

maar ik ben eindelijk genezen van de knoop
in mijn maag die ik kreeg van de armoede

die wij moeten lijden op deze enige planeet
waar God ons mee heeft opgescheept. 

Louis Radstaak, juli 2021

Zou Eric Scherder weten waar
God zetelt in de hersenen?
Misschien in de frontale kwab
of dieper binnenin?
Daar waar herinnering het
op kan nemen,
tegen vergetelheid?
Of daar waar scans
haast niets meer zien
Daar waar de mogelijke zin
van het leven zit verstopt
of dichter bij besef van tijd
Misschien wel pal
bij het gevoel
Toch is de vraag verkeerd
Als God bestaat
dan is hij overal

Anna Wiersma, 1 juli 2021

Binnenkomen en weten
hier was ik ooit eerder,
iemand zal zeggen
daar ben je, ga zitten,
wij wonen toch in
hetzelfde verhaal.

Het ruikt er naar avond,
naar water op de dorstige
tuinen, papier verschuift
in de aangrenzende kamer,
de vuurtoren aan de rand
van het duin trekt lichtbanen
langs het balkon.

Mijn grazige weide: die kamer,
het vanzelfsprekend begroeten,
het licht uit de toren dat komt
en dat gaat, de opstijgende
geur van vochtige aarde.
Te weten dat het papier is
beschreven met een verhaal
voor mij van belang

en tot de cirkel weer rond is
in de aangrenzende
kamer bewaard.

Louise Broekhuysen, 2021

er hangen trossen druiven
bij roofdieren om de nek
trots stampen wat prooien
ze in blijdschap tot wijn

van lommerluiheid gonzen vliegen
achter toegeknepen oogleden
waar onze zwiepende staarten
wij buffels niet bij kunnen

op een straathoek een stomdronken
draak die tussen zijn drie koppen
een pul fris gistend witbier klemt

hij roept in koor dat schampere ruggenspraak
tussen ons lieden een en al lugubere humbug is
maar laat die zot eerst zelf eens beslissen
in welke keel straks het bier zal glijden
en welke de degen slikken zal

in het teneinde deinzende hoofd
reikhalzen aloude spinsels
naar een nabije toekomst
van evenwichtiger dwaling

zo neemt het stadsplein
de vorm van mijn vingerafdruk aan
waar men neerstrijkt tussen gebruis
en de bulderende hereniging van flanerende
dwazen die in het hart van de stad eindelijk durven dansen

dansen en zich op terrasjes met geschater van hun juk
ontdoen terwijl in de hoogte achter gevelpanden duidelijk dreigend

waaieren schuchtere zonnescherven
uiteen die zachtaardig en wazig geel
heel het plein zullen bezatten
om ons onder te dompelen in licht

Joost Golsteyn, 2021

De appels rood en geurig
de smaak van almaar meer
van de boom der kennis
tot de uitgeputte aarde
nu ook de atmosfeer?

Ooit dacht ik engelen in de ruimte
cherubijnen, serafijnen
tronen met hun pauwenstaartenogen
Michael met vlammend zwaard
Lucifer in lichterlaaie

Nu weet ik ruimtevuil en ruimtepuin
raakt het sterrenstof verdoft
is God een donker punt geworden
beschaamd en bang verborgen
in een zwarter dan zwart zwart gat

Lies Prins, juli 2021

Mijn kinderbed, een rijmprent aan de wand,
veertien engelen om een roze ledikant:
“Des avonds als ik slapen ga
volgen mij veertien engelen na …..”

Twee dekten het beddekind, het was moe,
met een blauwwitte deken zorgzaam toe.
Twee stonden klaar met gouden bellen
om het ’s ochtends wakker te schellen.

Twee wezen omhoog met hun engelenhand,
op naar het hemelse vaderland.
Alle veertien omringden ze het kind,
twee aan twee, maar eensgezind …..

…… om het te tillen met bed en al ….?
Nee, zei mijn vader, ben je mal,
morgen word je hier weer wakker,
haal jij dan een half tarwe bij de bakker?

Lies Prins, juli 2021

Was het van Zijn kant een onverhoedse liefdes
schijnbeweging, misschien zelfs een ultieme poging
tot gediefde verpleging van mijn kwijnende ziel
of een simpele verhoging die steeg tot deze ijlkoorts?

Want het geschiedde in die dagen dat HIJ plotsklaps
m’n gerimpelde kersenpit met wezensvragen kraakte.
Krek terwijl m’n hersenwit al sluipend zoekraakt
in die dagen dat HIJ zich opsluit in m’n grijze cellen,
prevelingen kwijlt en kwaakt – mijn stuipende dodenrit
in zich opnemend – en dan temend voor mij bidt.

HIJ wil en zal ten diepste mijn opper wezen,
als topper in mij ontwaken, als schone droom
die ik nog nimmer in mijn eerder leven zonder
schimmer de zevende hemel in heb geprezen!

Heer, mijn adamsappel is al te ver van UW boom
gevallen. Voor UWE Eva spaarde ik geen enkel rib
uit mijn lijf, geen heilig been of bot in UW heelal
en aarde. Heer, deze strijd om mijn ziel beduidt dan
maar géén voorzegde opstanding. Ik drijf U uit, draai
zelf wel aan het wiel, aan de vertanding van de tijd.

Dick van Wezen, juli 2021

Alle soorten kan ik verdragen,
benevelde babyboomers,
conspiratieve complottisten,
deerniswekkende donderstenen,
filantropische financiers,
glibberige glyfosaters,
jezuïtische jaknikkers,
hedonistische hekkensluiters,
koeogige kunstliefhebbers,
lispelende leveranciers.
messianistische mannetjesputters,
nagelbijtende nationalisten,
populistische patjepeeërs,
quasi-beleefde Qanonisten,
rozenvingerige romantici,
snelvoetige sympathisanten,
tenenkrommende toonzetters,
vaderlandslievende veterstrikkers,
wijsneuzige wetenschappers,
xenofobe xylofonisten,
zenuwslopende zedenmeesters.
Daar ben ik werkelijk hard in.

Maar een dichter die zich een God
waant in het diepst van zijn
gedachten en een andere die God
in zijn hersenen droomt, nee.

Tinus Derks
Met dank aan Rutger Kopland.

Wie zei daar dat God niet bestaat?
Echt wel! 
Alleen, die voorheen zo bloeiende praktijk
heeft God moeten overdoen
aan een private investeerder.
Al dat gedoe met digitalisering,
schaalvergroting, personeelsproblemen,
werd God wat te veel.
Ziet nu vanuit de verte toe.

Heel toevallig kwam ik God nog tegen
tijdens een wandeling door bos en veld.
Wel oud geworden vond ik, en ook wat onzeker,
niet meer de geweldenaar van het Oude Testament.

Hoe gaat het met Maria? vroeg ik
want je moet toch ergens mee beginnen.
Maria…zei God zacht en er trok een wolk
over het Goddelijk gelaat.
Die is, na Haar Hemelvaart,
je weet wel, op de vijftiende augustus,
nooit meer terug gekomen.
De dood van onze Zoon,
ooit onbevlekt ontvangen…

Er viel een stilte en ik zei:
Nou, dan eh, dan wens ik u het beste.
Ga met God wilde ik nog zeggen
maar hield mij bijtijds nog in.
En toen was God plotseling verdwenen,
net of hij/zij er nooit was geweest…
Maar ik wist wel beter want ik dacht:
wij zien elkaar wel weer.

Cees Leliveld  (juli 2021)

Het was nog vroeg toen ik de stad uit rende
om de zomer welkom te heten. Ik beklom de
hoogste duin en keek naar de zee, daalde af
naar de branding en verkoelde mijn zweet-

voeten. Golfjes streelden het strand, trokken
zich terug en begonnen dan opnieuw. De
schelpen die ze uit zee hadden opgediept,
lieten ze achter. Boven de vloedlijn begonnen

de eerste geliefden elkaar met zomers vuur te
verkennen en bouwden kinderen met blote
handen hun eerste kastelen. Toen ik al dat

geluk om me heen in me opnam, wist ik dat
de goede God echt bestond, tot er iemand
met ingeblikte muziek het strand in bezit nam.

Jan van Laar

geef mij de randen van de zomer
niet die intense hitte middenin
waarin iedere beweging wordt bestraft
met vochtplekken in knellende kleding
waarin alle actie wordt gesmoord
in de lome lethargie van
borrels, buurtbarbecues
en braderiemuziek op je balkon

geef mij het hoopvolle begin
met vroege vogelmorgens
en avonden die zich rekken
de lucht is bezwangerd
de verwachting bloeit
het sluimert, het prikkelt
iets groots gaat gebeuren
het is bijna tijd

geef mij het afscheid
met melancholie in milde zon
hak een weg door je tuin
eet van de vruchten
pak de koffers uit
de reis is gedaan
het avontuur voorbij
we zijn weer thuis

Ger van Diepen, juli 2021

Kindergeluiden van over de camping
van onder de brug buigt stoïcijns
de rivier tussen grazige weiden
traag trillen de treinrails het spoor vooruit

onder het blauw zwieren meeuwen
bibberend op ragfijne voetjes talloze
papavers in de berm

kerkklokken klepelen godvruchtig in hemelse
wijdte
kevers besnuffelen ‘t gescheurde asfalt

Iedereen op eigen wijs

Sieth Delhaas
juni 2021

thuisvoordeel: James op de bank
die is ingezakt, heeft een jasje uitgedaan,
de diepte gezocht, op een hele fijne plek

dat geliefde spel, zeer professioneel
heen en weer met het bord, mag
een heel eind komen, klaargestoomd
voor de knock-out-fase

de muurligger, die dat niet onder stoelen
of banken steekt, als het om knielen gaat
wordt nu ook toegezongen, het feest
dat eigenlijk al begonnen was

nu eindelijk los, zonder toevoeging
van extra tijd, alle beperkende
maatregelen worden opgeheven
daar staat ie dan volstrekt alleen in

gaat het hier weer mis, verontschuldigingen,
het wachten is nog altijd niet voorbij,
voor kinderen in nood, al het mooie werk
simpelweg teniet gedaan

Dick van Welzen

EK Engeland-Kroatië, 1-0, 13 juni 2021

In die tijd is me vlijt gegeven.
Essentiele behoeften roerden zich,
ontdekken en scheidende wegen.

Al schrijvende opende een bloem.
Groeiende in kracht, ontvouwde
vloeiend naar woordenpracht.

Processen van ontluistering.
Fluisterende stemmen,
tonen diepten en intrinsieke rust.

Rondziende naar convalescentie.
Dwarrelen de letters beloftes na.
Spoelend groeien zij naar wasdom.

Zonder oordeel, zonder smet.
Geketende handen raken verlost.
Oplichtend is de rijpheid, zij wordt
omgeven door nieuw besef.

Violet Asseruit Mane 2021

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!