Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Behalve dat wij elkaar voorlopig weer vaker face to face (en ear to ear) kunnen ontmoeten in ons fysieke Café kan dat ook in ons  Café Online.

Waar wij tot voor kort onze gedichten voor elkaar voordroegen kan dat nu ook online gebeuren door gedichten te doen plaatsen en te doen lezen. Wij hopen dat wij elkaar in ons online café vaak met gevarieerde gedichten mogen ontmoeten!

Tot betere tijden en houdt jullie pennen in beweging!

Een hart onder de riem van Joseph – Cees – Tinus

Deze bijzondere tijd nodigt uit tot bijzondere gedichten

Het 1000ste gedicht is eind maart geplaatst, van niemand minder dan Wim van den Hoonaard: ‘Stiltegebied

U en ik moeten het helaas slechts doen
met wie of wat ik ben of hoe ik lijk.
Soms ontwaakt in mij een ongekende kampioen
als ik afdaal in mijn dromenrijk.

Mijn verzameld werk: bekroond met PC Hooft!
Of als zegevierend veldheer van de Langste Dag.
Weliswaar is er geen hond die dat gelooft,
maar het zijn maar dromen, dus het mag.

In films schitter ik als schurk of held,
heb ook een daverend succes op het toneel.
De Keukenhof: een onafzienbaar, wuivend lelieveld!
Ja, al die glamour wordt dan toch wat veel.

Of ik verschijn als Zomergast op de tv,
vertel ik over mijn roemrijk verleden.
Miljoenen kijkers leven huiverend mee:
al had ik liever niet dat zij dat deden.

Zo ga je haast nog denken dat je iets bijzonders bent,
terwijl alles wijst op je middelmatigheid!
Ben ik dan niets meer dan een saaie, ouwe vent
of heb ik toch net dat beetje extra kwaliteit?

Ik ben bang dat die twijfel nog lang blijven zal,
heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees.
Het blijft tobben in dit aardse tranendal
en zeker als ik zoveel betere gedichten lees.

Toch blijft de hoop: tegen beter weten in.
Heb mij verzoend met mijn kabbelend bestaan.
Geloven in jezelf geeft je leven zin
en blijft je droom nooit ver van je vandaan.


Cees Leliveld

(uit mijn brief aan koning Arthur Rimbaud)

‘Ik denk dus ik ben’,
maar andermens gedachten
zijn gelijk aan mij?

(haiku)

Bestaat een zwerfkei?
Bestaat een boom?
Bestaat het papier
waarop ik schrijf?

Ik ben geen god
maar een zwerver
in mijn gedachten

Wie is ziende blind
en andersom?

Vanzelfsprekend. Dat is
het plots gefloepte woord
dat vanuit mijn gedachten
tevoorschijn komt net als
bij de ander, behept met
een zelfde soort van ziel
en waarschijnlijk
(maar hou me ten goede)
niet bij toeval de behoefte
voelend iets achter te laten
(voor wie?) wat nog niet
in die vorm heeft bestaan
(maar je weet maar nooit).

En een schip hoeft toch niet
dronken te zijn om een
gedachtenwereld
binnen te varen?
Moet ook de geest
vertroebeld (i.p.v. vertroeteld)
worden?
Elk mysterie heeft recht op
diens eigen vragen.
(en wie ben ik dat ik
dit – postuum – nog durf
te vragen?)

En nu heb ik dorst gekregen
daar kunnen mijn
gedachten niet tegen…

Santé!

Wim van den Hoonaard,

Ik verzamelde gedichten.
In liefde bloeiende gleed mijn blik
langs de ruggen van de bundels.
In stilte zocht ik naar goud
en Deventer. Even werd mijn uitzicht
belemmerd (of geïnspireerd?) door
een zandkorrel. Maar geluk is gevaarlijk
merkte ik. Want net toen ik Haikoot
terug wilde zeggen kwam zo’n
nieuwsmedium hopla! de Hel
de kamer in sturen. En heeft menigeen
zich daar niet op verkeken,
dat de Hel pas na de dood een
goddelijke komedie zal zijn gebleken?
Parlando (bij wijze van spreken).
Gedichte gedachten.
Uit schuim en as verschijnt nu nog steeds
het woordkroos in Deventer diversen,
omgevormd door dorstige dichters
bij de IJssel in hun reservetijd.
In kleurig krijt.

(en wat behalve dorst ook overblijft
is nog een restje spijt
dat deze stapel nog niet heeft geleid
tot meerdere bundels van dichters
en dichteressen die ik benijd).

(Verzamelde gedichten-div., In liefde bloeyende-G. Komrij, In Stilte-A. Gentjens, Goud en Deventer-MinkKoot 40 jaar, Uitzicht met zandkorrel-W. Szymborska, Geluk is gevaarlijk-R. Kopland, 575 Haikoots-K. van Kooten, 111 Hopla’s-J. Herzberg, Mijn komedie: Hel-Dante, Parlando-E. du Perron, Gedichte gedachten-J. Terlouw, Schuim en as-J.J. Slauerhoff, Woordkroos-H. Posthumus Meyjes, Deventer diversen-A. Bronswijk, Dorst is alles wat men overhoudt-Deventer Dichterscafé, Dichter bij de IJssel-IJsselbiënnale 2017, Leven in reservetijd-C. Leliveld, Kleurig krijt-J. van Laar).

Wim van den Hoonaard

Hun diepe slaap

Toen ik gisteren in slaap viel
In de nacht van Sint-Jan
Was er vreugde en leven
Geknal van bommetjes Bengaals vuur
Gepraat gezang en gelach
Rondom de laaiende vuren.

Midden in de nacht werd ik wakker
Ik hoorde nergens meer praten of lachen
Alleen ballonnen
Dwaalden voorbij
In diepe stilte
Alleen zo af en toe
Het lawaai van een tram
Spietste de stilte
Als een tunnel.
Waar waren degenen die zojuist nog
Dansten
Zongen
En lachten
Rondom de laaiende vuren?

– Zij allen sliepen
Zij allen lagen
Sliepen
Hun diepe slaap.

Toen ik zes jaar oud was
Kon ik niet zien het slot aan het feest van Sint-Jan
Omdat ik in slaap viel
Vandaag hoor ik nergens meer praten die tijd
Mijn grootmoeder
Mijn grootvader
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Waar zijn zij allemaal?

– Zij allen slapen
Zij allen liggen
Slapen
Hun diepe slaap.

Manuel Bandeira

Vertaling:
P.B. Kempe
(uit het Braziliaans-Portugees)

Profundamente

Quando ontem adormeci
Na noite de São Jão
Havia alegria e rumor
Estrondos de bombas luzes de Bengala
Vozes cantigas e risos
Ao pé das fogueiras acesas.

No meio da noite despertei
Não ouvi mais vozes nem risos
Apenas balões
Passavam errantes
Silenciosamente
Apenas de vez em quando
O ruído de um bonde
Cortava o silêncio
Como un túnel.
Onde estavam os que há pouco
Dançavam
Cantavam
E riam
Ao pé das fogueiras acesas?

– Estavam todos dormindo
Estavam todos deitados
Dormindo
Profundamente.

Quando eu tinha seis anos
Não pude ver o fim da festa de São Jão
Porque adormeci
Hoje não ouço mais as vozes daquêle tempo
Minha avó
Meu avó
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Onde estão todos êles?

– Estão todos dormindo
Estão todos deitados
Dormindo
Profundamente.

Manuel Bandeira (1886 -1968)

tijdelijk schreef ik
tijdelijk in het natte
Noordzeestrand

met pen en peillood
schier versleten
ben jij mij vast al
glad vergeten

Wim van den Hoonaard

Tema e voltas

Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se nos céus há o lento
Deslizar da noite?


Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se lá fora o vento
É um canto na noite?

Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se agora, ao relento
Cheira a flor da noite?

Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se o meu pensamento
É livre la noite?

Manuel Bandeira (1886 – 1968)

Thema en variaties

Moet er werkelijk zijn
Zo veel lijden
Als in de lucht het glijden
Voortgaat van de nacht?

Moet er werkelijk zijn
Zo veel lijden
Als waait van alle zijden
Een lied door de nacht?

Moet er werkelijk zijn 
Zo veel lijden
Als bij dauw bloemen spreiden
Hun geur door de nacht?

Moet er werkelijk zijn
Zo veel lijden
Als mijn denken is vrij in
De wind van de nacht?


Manuel Bandeira
Vertaling:P.B. Kempe (uit het Braziliaans-Portugees)

(voor Christo & Jeanne-Claude)

Een kwetsbare schets is de karavaan
van machtige, wijze, witte steden,
dode bomen die levende zijn maar anders

worden gezien, verhullend onthullend
nomadische tenten, herinnering

aan zuilen in het Boekarest van het Westen,
triomfboog die gemartelde Atlas
en Balkankromming het vrije verleent,

zo teder als even, als tijdelijk vermag.

P.B. Kempe

en u hebt denkend
“die dichter was vast dronken”
zijn lot beklonken

(in haiku-vorm)

Wim van den Hoonaard

Onzichtbare inkt
Is voor hen die zwijgers zijn
Demonstratierecht

(in haiku-vorm)

Wim van den Hoonaard

Je ontwijkt mijn blik
wantrouwt warmte
In je zwijgen voel ik wrok

Je protest tegen mijn preek
straalt uit elke porie
van je hangende lijf

Wat weet ik van je woede
je pijn, de angst voor het voelen?
De schijn heb ik tegen

Mijn woorden wegen niet op

Ger van Diepen

Kind, je bent een bron
Bron van vreugde
Bron van kennis
Bron van zorg

Ik wil je laten stromen
Verwijder stokken en stenen
Filter het vuil
En verstevig je loop

Zodat je je weg vindt
Breed wordt en sterk
Stenen verplaatst
En bergen verzet

Dan stromen we samen
De wereld voorbij
En ik weet niet meer
Of ik van jou leer of jij van mij

Ger van Diepen, mei 2020

nadat zij zich ervan vergewist had tot wie zij zich richtte
hoorde ik haar fluisteren van ene zijde:
‘ik herkende mij in jouw zoektocht
ik las met een vergrootglas
ik zag wat men niet leest
omdat men alleen de woorden ziet’

Joost Golsteyn

Steeds slipt jouw naam over mijn lippen
in het rijtje dat mijn aandacht vraagt
die dag – wat wil je ook na vier decennia –

eerst merkte ik het niet
daarna corrigeerde ik mezelf
vanochtend liet ik het
wetend van het slijten

wat blijven mag
het zaaien van radijs, dat
zich na zoveel dagen toont als een gebed

wat blijven mag de van levensvreugde
doortintelde ontvangst belicht door
warme herfstzonstralen

wat blijven mag de nagalm van
de klanken uit jouw kamer
als was je de enige bewoonster

zo zat je daar
die lange gang
bezwangerd van wat jou vervulde

je kwetsbaar scheefgegroeide lijfje gehuld
in een van je kokette kleedjes
zo passend bij het chique onderkomen

koningin van het leven vastbesloten
ook de laatste jaren van jouw eeuw
als gift te vieren

en hoe ik zelf – op een middag –
zoekend naar een mailadres – ja, excusez –
langzaam en lettertje voor lettertje het jouwe wiste

Sieth Delhaas, mei 2020

ze hebben in bed

alle andere daden

buitenspel gezet

Wim v.d. Hoonaard, 22 mei 2020

(‘Alle onheil ontstaat als we niet in onze kamer blijven’. – Blaise Pascal).

We leven op te grote voet
Daar wringt de schoen
Die ons allen past
Ben ik geraakt om anders
Te bewegen
Ben ik bewogen om anders
Te gaan handelen
Mij te gedragen.
Hoe dubbel kan het zijn
Een andere orde zal regeren
Hoe solidair wil ik dan zijn
Kijk ik met andere ogen
Waardoor mijn blik verruimd
Of grijp ik gretig naar de
Kleppen voor mijn ogen
En wijs ik met de vinger
Naar een ander.

Dirk Smeijers

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!