Café Online

Aan onze Dichters (m/v)

Nu wij elkaar voorlopig niet meer face to face (en ear to ear) kunnen ontmoeten in ons fysieke Café kan dat wel in ons net geopende Café Online.

Waar wij tot voor kort onze gedichten voor elkaar voordroegen kan dat nu online gebeuren door gedichten te doen plaatsen en te doen lezen.Wij hopen dat wij elkaar in ons online café vaak met gevarieerde gedichten mogen ontmoeten!

Tot betere tijden en houdt jullie pennen in beweging!

Een hart onder de riem van Joseph – Cees – Tinus

Deze bijzondere tijd nodigt uit tot bijzondere gedichten

Het 1000ste gedicht is eind maart geplaatst, van niemand minder dan Wim van den Hoonaard: ‘Stiltegebied

Hun diepe slaap

Toen ik gisteren in slaap viel
In de nacht van Sint-Jan
Was er vreugde en leven
Geknal van bommetjes Bengaals vuur
Gepraat gezang en gelach
Rondom de laaiende vuren.

Midden in de nacht werd ik wakker
Ik hoorde nergens meer praten of lachen
Alleen ballonnen
Dwaalden voorbij
In diepe stilte
Alleen zo af en toe
Het lawaai van een tram
Spietste de stilte
Als een tunnel.
Waar waren degenen die zojuist nog
Dansten
Zongen
En lachten
Rondom de laaiende vuren?

– Zij allen sliepen
Zij allen lagen
Sliepen
Hun diepe slaap.

Toen ik zes jaar oud was
Kon ik niet zien het slot aan het feest van Sint-Jan
Omdat ik in slaap viel
Vandaag hoor ik nergens meer praten die tijd
Mijn grootmoeder
Mijn grootvader
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Waar zijn zij allemaal?

– Zij allen slapen
Zij allen liggen
Slapen
Hun diepe slaap.

Manuel Bandeira

Vertaling:
P.B. Kempe
(uit het Braziliaans-Portugees)

Profundamente

Quando ontem adormeci
Na noite de São Jão
Havia alegria e rumor
Estrondos de bombas luzes de Bengala
Vozes cantigas e risos
Ao pé das fogueiras acesas.

No meio da noite despertei
Não ouvi mais vozes nem risos
Apenas balões
Passavam errantes
Silenciosamente
Apenas de vez em quando
O ruído de um bonde
Cortava o silêncio
Como un túnel.
Onde estavam os que há pouco
Dançavam
Cantavam
E riam
Ao pé das fogueiras acesas?

– Estavam todos dormindo
Estavam todos deitados
Dormindo
Profundamente.

Quando eu tinha seis anos
Não pude ver o fim da festa de São Jão
Porque adormeci
Hoje não ouço mais as vozes daquêle tempo
Minha avó
Meu avó
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Onde estão todos êles?

– Estão todos dormindo
Estão todos deitados
Dormindo
Profundamente.

Manuel Bandeira (1886 -1968)

tijdelijk schreef ik
tijdelijk in het natte
Noordzeestrand

met pen en peillood
schier versleten
ben jij mij vast al
glad vergeten

Wim van den Hoonaard

Tema e voltas

Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se nos céus há o lento
Deslizar da noite?


Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se lá fora o vento
É um canto na noite?

Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se agora, ao relento
Cheira a flor da noite?

Mas para quê 
Tanto sofrimento
Se o meu pensamento
É livre la noite?

Manuel Bandeira (1886 – 1968)

Thema en variaties

Moet er werkelijk zijn
Zo veel lijden
Als in de lucht het glijden
Voortgaat van de nacht?

Moet er werkelijk zijn
Zo veel lijden
Als waait van alle zijden
Een lied door de nacht?

Moet er werkelijk zijn 
Zo veel lijden
Als bij dauw bloemen spreiden
Hun geur door de nacht?

Moet er werkelijk zijn
Zo veel lijden
Als mijn denken is vrij in
De wind van de nacht?


Manuel Bandeira
Vertaling:P.B. Kempe (uit het Braziliaans-Portugees)

(voor Christo & Jeanne-Claude)

Een kwetsbare schets is de karavaan
van machtige, wijze, witte steden,
dode bomen die levende zijn maar anders

worden gezien, verhullend onthullend
nomadische tenten, herinnering

aan zuilen in het Boekarest van het Westen,
triomfboog die gemartelde Atlas
en Balkankromming het vrije verleent,

zo teder als even, als tijdelijk vermag.

P.B. Kempe

en u hebt denkend
“die dichter was vast dronken”
zijn lot beklonken

(in haiku-vorm)

Wim van den Hoonaard

Onzichtbare inkt
Is voor hen die zwijgers zijn
Demonstratierecht

(in haiku-vorm)

Wim van den Hoonaard

Je ontwijkt mijn blik
wantrouwt warmte
In je zwijgen voel ik wrok

Je protest tegen mijn preek
straalt uit elke porie
van je hangende lijf

Wat weet ik van je woede
je pijn, de angst voor het voelen?
De schijn heb ik tegen

Mijn woorden wegen niet op

Ger van Diepen

Kind, je bent een bron
Bron van vreugde
Bron van kennis
Bron van zorg

Ik wil je laten stromen
Verwijder stokken en stenen
Filter het vuil
En verstevig je loop

Zodat je je weg vindt
Breed wordt en sterk
Stenen verplaatst
En bergen verzet

Dan stromen we samen
De wereld voorbij
En ik weet niet meer
Of ik van jou leer of jij van mij

Ger van Diepen, mei 2020

nadat zij zich ervan vergewist had tot wie zij zich richtte
hoorde ik haar fluisteren van ene zijde:
‘ik herkende mij in jouw zoektocht
ik las met een vergrootglas
ik zag wat men niet leest
omdat men alleen de woorden ziet’

Joost Golsteyn

Steeds slipt jouw naam over mijn lippen
in het rijtje dat mijn aandacht vraagt
die dag – wat wil je ook na vier decennia –

eerst merkte ik het niet
daarna corrigeerde ik mezelf
vanochtend liet ik het
wetend van het slijten

wat blijven mag
het zaaien van radijs, dat
zich na zoveel dagen toont als een gebed

wat blijven mag de van levensvreugde
doortintelde ontvangst belicht door
warme herfstzonstralen

wat blijven mag de nagalm van
de klanken uit jouw kamer
als was je de enige bewoonster

zo zat je daar
die lange gang
bezwangerd van wat jou vervulde

je kwetsbaar scheefgegroeide lijfje gehuld
in een van je kokette kleedjes
zo passend bij het chique onderkomen

koningin van het leven vastbesloten
ook de laatste jaren van jouw eeuw
als gift te vieren

en hoe ik zelf – op een middag –
zoekend naar een mailadres – ja, excusez –
langzaam en lettertje voor lettertje het jouwe wiste

Sieth Delhaas, mei 2020

ze hebben in bed

alle andere daden

buitenspel gezet

Wim v.d. Hoonaard, 22 mei 2020

(‘Alle onheil ontstaat als we niet in onze kamer blijven’. – Blaise Pascal).

We leven op te grote voet
Daar wringt de schoen
Die ons allen past
Ben ik geraakt om anders
Te bewegen
Ben ik bewogen om anders
Te gaan handelen
Mij te gedragen.
Hoe dubbel kan het zijn
Een andere orde zal regeren
Hoe solidair wil ik dan zijn
Kijk ik met andere ogen
Waardoor mijn blik verruimd
Of grijp ik gretig naar de
Kleppen voor mijn ogen
En wijs ik met de vinger
Naar een ander.

Dirk Smeijers

Voor mijn boekenkast staan,
tevreden met landkaart
van ruggen en titels, genoeg
aan ontbering in taal,
dankbaar voor wie onvervaard.

Ook een zeker benijden:
om durven, om afzien,
vermogen tot lijden –
de reiziger is mij
bladzijden vóór.

Tot het moment
waarop toppen bedwongen,
het schip aangemeerd,
de psyche doorgrond,
het boek is volbracht:

met de zucht van
het opgelucht dichtslaan
zijn wij tegelijkertijd thuis.

Louise Broekhuysen

Om zeker te zijn van geluk binnen handbereik ben ik vanavond niet uit dansen gegaan, maar heb mijn fineliner gepakt. Ik was getroffen door een treffende zin van een groot geleerde, zo leer je elke dag iets nieuws. Vanuit je kamer welteverstaan, zomaar vanaf het beeldscherm.

Dus scherm ik wat door, al dan niet met denkbeeldige windmolens die nu vooral elektriciteit opwekken. Stroom waarvan we nu extra nodig hebben. Met al dat beeldoverleg via het net.

Jammer alleen dat de grote vijf hier steeds machtiger van worden. Maar als het avondland blijven wij vooralsnog de standaard zetten. Zodat de spelregels eerlijk blijven.
En geven wij het voorbeeld aan de hele wereld hoe je rustig thuis kunt afwachten. Tot de muziek weer aanzwelt en je lichaam zich wederom mag vermaken.

Maarten Douwe Bredero

kijk eens wat ik vond
in corpore non sano
ook een geest gezond

Wim van den Hoonaard, 22 mei 2020

in haiku-vorm
thema: ‘Les Pensées’, Blaise Pascal

Meer gedichten zijn te vinden in het overzicht Dichters van A tot Z!